Geen bril op je neus maar een lens in je oog

Vader Worst verzon het idee, dat slechte ogen beter kunnen zien als je er een tweede lens in implanteert. Moeder Worst werkte de toepassing uit. Zoon Worst bouwde het bedrijf uit tot het succesvolle Ophtec. ,,Je bent continu met de toekomst bezig.''

Het wit van de oogbol kleurt langzaam rood van het bloed. Oogarts Ben Christiaans heeft twee sneetjes in het hoornvlies gemaakt. Nu schuift hij een doorzichtige lens onder het hoornvlies. De lens hecht hij met twee klemmetjes aan weerskanten vast aan de groenblauwe iris van zijn patiënte. Die is slechts plaatselijk verdoofd en roept vanaf de behandeltafel: ,,Dus nu hoef ik geen bril en lenzenspul meer mee te nemen als ik op vakantie ga, alleen een zonnebril. Als ik kon dansen, zou ik dansen.'' Christiaans hecht het oog dicht met flinterdun garen.

De operatie heeft nog geen twintig minuten in beslag genomen. Als de patiënte morgenochtend wakker wordt kan ze scherp zien, terwijl ze met haar afwijking van -10 altijd een bril nodig had.

Christiaans werkt bij het Oogheelkundig Medisch Centrum Groningen, de kliniek die onderdeel is van Ophtec, een bedrijf dat implanteerbare lenzen produceert voor de brilvervangende chirurgie. Daarmee heeft het een alternatief voor het bekendere `laseren', waarbij het afwijkende hoornvlies door laserstralen wordt gecorrigeerd. De lens van Ophtec wordt in het oog geplaatst en compenseert deze afwijking, zodat de drager weer scherp ziet en zijn bril of gewone lenzen kan weggooien. Zeker voor mensen met een grote afwijking geeft het implanteren van een lens betere resultaten dan laseren, zegt Christiaans. Een ander verschil is dat het implanteren van een lens omkeerbaar is: die kan er ook weer uit worden gehaald. Wie verkeerd wordt gelaserd, krijgt zijn oude ogen niet meer terug.

Directeur Erik-Jan Worst noemt de Artisanlens, zoals de lens van Ophtec heet, bijna liefkozend een derde wereldlens, omdat de techniek zo simpel is. Je hebt er geen dure apparaten voor nodig, in theorie kun je in elke kleine kliniek een lens implanteren. Voor de behandeling van staar worden al langer implanteerbare lenzen gebruikt, die de door staar vertroebelde ooglens vervangen. Het bijzondere aan de uitvinding van Ophtec is dat er een lens wordt geplaatst in een oog waar al een lens in zit.

Het Groningse Ophtec wordt als een voorbeeld gezien van een innovatief bedrijf in de Nederlandse life sciences-sector, waar voornamelijk biotechnologische bedrijven onder vallen. Hoogtepunt was dat de Artisanlens in 2004 werd goedgekeurd door de FDA, de Amerikaanse instantie die geneesmiddelen en klinische hulpmiddelen keurt en die hoge eisen stelt aan veiligheid. Worst noemt het fiat van de FDA van levensbelang voor zijn bedrijf. ,,Nu mogen we aan de Amerikaanse markt leveren. Minstens zo belangrijk is de uitstraling die zo'n goedkeuring met zich meebrengt. In Europa herkent en erkent men dat minder, maar in Amerika heb je het dan echt gemaakt.''

De Artisanlens is bedacht door oogarts en wetenschapper Jan Worst, de vader van Erik-Jan. Maar de lens werd niet meteen zo bejubeld als nu. Erik-Jan Worst vertelt: ,,Sommige collega's van mijn vader noemden het bric-à-brac hollandaise, Nederlands houtje-touwtje gedoe. Een lens plaatsen in een lenshoudend oog, dan was je helemaal losgeslagen.''

Inmiddels komt er elke maand een groep oogartsen van over de hele wereld naar Groningen, om het implanteren van de lenzen onder de knie te krijgen. Na een dag oefenen op namaak- en varkensogen mogen ze de Artisanlens toepassen.

De lens wordt inmiddels over de hele wereld verkocht, van Jordanië tot Zuid-Korea. De brilvervangende lenzen zijn goed voor ongeveer de helft van de 13 miljoen euro omzet van Ophtec. Verder maakt het bedrijf ook lenzen voor de behandeling van staar en runt het de oogheelkundige kliniek.

De bedenker van de lens heeft zich nooit met de commerciële uitbating ervan bemoeid. Hoogleraar Jan Worst vertelt in zijn huiskamer dat hij zijn publicatie van een atlas van de anatomie van het oog een minstens zo grote prestatie vindt als het bedenken van de Artisanlens. Het was zijn vrouw Anneke Worst die zich realiseerde dat met de uitvinding geld te verdienen viel. Zij richtte Ophtec op, dat begon als een instrumentmakerij die hulpmiddelen maakte voor oogartsen. Hoewel ze inmiddels 76 is, komt ze nog elke dag naar het bedrijf. In tegenstelling tot haar man herinnert ze zich nog goed het moment waarop de Artisanlens werd bedacht. Jan Worst had jaren daarvoor de basis voor het idee gelegd met het bedenken van een nieuw soort implanteerbare lens voor de behandeling van staar. Die blijft, in tegenstelling tot gewone staarlenzen, met twee klemmetjes aan de iris vastzitten. Op aandringen van zijn vrouw had hij die lens gepatenteerd, maar het werd geen commercieel succes.

Het vervolg erop bedacht haar man volgens Anneke Worst in 1986, op een oogartsencongres in een ski-oord. ,,Het ging toen over de vraag wat je moest doen als een patiënt van zijn bril af wilde. Er werd in die dagen een techniek gebruikt waarbij sneetjes in het hoornvlies werden gemaakt. Die techniek was toen populair, hij stond in de Viva.'' Tijdens het brainstormen opperde Jan Worst dat het in plaats van de sneetjes wellicht mogelijk was een lens in het oog van de brildrager te implanteren. ,,Hé, dát is een idee, dacht ik toen ik hem dat hoorde zeggen'', vertelt Anneke Worst. Eenmaal thuis ging ze gelijk aan de slag met de medewerkers van de instrumentmakerij en binnen een half jaar hadden ze de Artisanlens ontwikkeld volgens hetzelfde principe van de klemmetjes als de staarlens. Deze patenteerde ze ook. Maar haar man weigerde de lens bij een patiënt uit te proberen. Anneke Worst: ,,`Ik peins er niet over, het was maar een ideetje', zei hij.'' Het was een Duitse oogarts die het idee genial vond en de eerste Artisanlenzen implanteerde bij brildragers met een zeer hoge sterkte.

Met de Artisanlens groeide het bedrijf gestaag, ook doordat er steeds meer interesse kwam voor brilvervangende chirurgie. In 1989 besloot Anneke Worst dat het lastig zou worden de lens helemaal alleen te ontwikkelen voor de wereldmarkt, dus zocht het bedrijf een Amerikaanse partner die veel wist van klinische studies. Twee jaar daarna begon Ophtec een studie in Europa volgens het protocol van de FDA. Een tweede studie in de VS werd in 2004 beloond met de goedkeuring van de toezichthouder.

Het grootste deel van de 135 medewerkers werkt aan de productie en verkoop van de lenzen. De hoge eisen van de FDA hebben het werk behoorlijk veranderd, vertelt Erik-Jan Worst. ,,Vroeger zaten ze sjekkies te roken en lensjes te maken. Nu is het geen pretje meer om bij de productie te werken.'' Wie de productieafdeling binnengaat moet een witte jas, een witte muts en blauwe overschoenen aan, zodat er geen stofje op de lenzen terecht kan komen. De 25 medewerkers van de productieafdeling maken lenzen van drie verschillende materialen: het harde perspex, het buigzame silicone, en acrylaat, dat buigzaam wordt zodra het nat wordt. Manager technische zaken Henk Smit vertelt dat het bedrijf veel samenwerkt met universiteiten en andere bedrijven, bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van nieuwe materialen. Zo heeft het een nieuw product ontwikkeld van datzelfde siliconenmateriaal, samen met een Gronings polymerenbedrijf, een spin-off van de universiteit. ,,Je bent continu met de toekomst bezig'', zegt Smit, ,,je moet de concurrentie voor zijn.''

Die concurrentie bestaat voornamelijk uit drie bedrijven, die alledrie moederbedrijven met een miljardenomzet achter zich hebben staan. Hoe houdt Ophtec zich staande tegen zulke reuzen? Volgens Erik-Jan Worst juist door zijn kleinschaligheid. Ophtec probeert zich op te stellen als een toegewijd partner van de arts, die uiteindelijk beslist welke lenzen hij gebruikt. Erik-Jan Worst geeft als voorbeeld zijn concurrent Alcon, een bedrijf dat zich in zijn woorden `helemaal probeert in te draaien in het ziekenhuis'. ,,Zij leveren alles wat een oogarts nodig heeft. Maar toen ik een arts aan een andere arts hoorde vragen of hij al Alconized was, dacht ik: zo voelen ze dat dus.''

Ophtec heeft zijn groei voornamelijk te danken aan zijn wetenschappelijke bekendheid, het heeft nooit veel aan marketing gedaan. Wel heeft het bedrijf inmiddels een aantal websites, ook voor consumenten. Het implanteren van een Artisanlens kost een brildrager zo'n 2.000 euro per oog, ongeveer evenveel als een laserbehandeling. De behandeling zit niet in het ziekenfondspakket, wel zijn er enkele verzekeraars die het aanbieden in een aanvullend pakket. Daar ligt ook een kans voor het bedrijf in het nieuwe zorgstelsel dat op 1 januari volgend jaar in gaat. Omdat consumenten dan makkelijker van verzekeraar kunnen wisselen, zullen die zich willen onderscheiden met bijzondere behandelingen in hun aanvullende pakketten. Of Ophtec al verzekeraars hierover heeft benaderd? Erik-Jan Worst lacht: ,,We zijn heel slechte marketeers.''

Veel life sciences-bedrijven maken eerst jarenlang verlies, voordat er voor het eerst geld binnen komt. Ophtec heeft altijd `een goed rendement' gehad. Behalve in 2001, het eerste jaar dat Erik-Jan aan het roer stond. Door een grote verbouwing, de hoge kosten van de klinische studies en doordat de ontwikkeling van nieuwe producten langzamer ging dan verwacht, maakte het bedrijf verlies. Erik-Jan Worst: ,,Als dat nog nooit is gebeurd, is dat een hele slag.''

Ophtec vraagt regelmatig subsidies aan voor zijn onderzoek, maar het grootste deel van het onderzoek en de ontwikkeling financiert het bedrijf zelf. Dat is ook een verschil met de andere, verliesmakende life sciences-bedrijven, denkt Erik-Jan Worst. ,,Ze rekenen vaak op subsidies, en als die aanvragen dan niet worden gehonoreerd, hebben ze een probleem. Wij geven het geld niet uit voordat we het hebben gekregen.'' Aan een beursgang denkt de familie voorlopig niet. Wel heeft het bedrijf om te kunnen investeren in nieuwe apparatuur in 2004 een kapitaalinjectie gekregen van de Friesland Bank, in ruil voor een deel van de aandelen. Erik-Jan Worst vindt het prettig dat er daarmee ,,een frisse wind van buiten'' door het bedrijf is gaan waaien. Toen hij directeur werd, stond hij er op dat er een Raad van Commissarissen zou komen, zodat er ook van buiten de familie over zijn schouder wordt meegekeken. De Friesland Bank heeft ook een commissaris geleverd.

Het lot van kleinere, innovatieve bedrijven is vaak dat ze uiteindelijk worden overgenomen door een grote speler uit de branche. Erik-Jan Worst vertelt dat hij alledrie zijn grote concurrenten al aan de deur heeft gehad. Maar dat is voor de familie Worst geen optie. Anneke Worst was er ooit getuige van dat Medical Workshop, de medische instrumentmakerij en voorloper van Ophtec die zij mede had helpen oprichten en waar zij technisch directeur was, werd verkocht. Dat was voor haar geen succes, ze werd er binnen een jaar uitgewerkt. Erik-Jan: ,,Als je je bedrijf verkoopt moet je niet denken dat je daarna nog iets te vertellen hebt. Ik zeg niet dat het nooit zal gebeuren, maar nu hebben we nog veel te veel leuke ideeën.''

Dit is het vierde deel van een serie over innovatie in Nederland. Eerdere delen verschenen op 14 (MassiveMusic), 21 (Eco-Point) en 28 (Compa Tech) juli. Zie ook www.nrc.nl.

    • Elske Schouten