Fanja

Deel 14, slot. Wat voorafging: Fanja, vrouw op leeftijd in Amsterdam-zuid, verwerkt het verdriet om de dood van een goede vriendin. Haar vriend Ton ligt in het ziekenhuis.

In het ziekenhuis vond Fanja Ton op een prettige plaats bij het venster. Ze zag inderdaad een wat grauwe, in korte tijd verouderde man liggen. Ze boog zich over hem heen en streelde even over zijn hoofd. Ze kuste hem op beide wangen en besefte hoe moeilijk deze situatie voor hem moest zijn. Ton hield ervan om zich sterk te gedragen. Ze merkte dat hij zich enigszins beschaamd voelde.

,,Heb je nog veel pijn?'' vroeg Fanja met zachte stem.

,,Ja, maar ik weet niet wat in dit geval normaal is.''

Ze voelde zich er schuldig over dat hij haar, door haar eigen afstandelijkheid, buiten zijn lichamelijke problemen had gehouden.

Daarna ging ze geregeld naar het ziekenhuis.

Het hele proces duurde veel langer dan hij had verwacht en dat stelde hem steeds minder gerust.

,,Het is weer mis met mijn heup'', vertelde hij op een avond nerveus, toen Fanja opbelde. ,,Het been is er weer uitgeschoten en ik moet opnieuw geopereerd worden.''

Hij was erg angstig geworden voor de gehele afloop.

Na die tweede operatie duurde het herstel lang en hij vertrouwde steeds minder op het herstel van het been. Hij liep steeds slechter en zijn stemming versomberde met de dag.

Fanja zag hem nu dagelijks. Hij bleef wat gesloten over zijn toestand en zij probeerde hem, zo goed als het kon, enigszins op te beuren. De revalidatie duurde nog weken. Ton raakte steeds meer in zichzelf gekeerd.

Op een middag toen Fanja hem weer bezocht, was hij uitzonderlijk stil. Ten slotte zei hij: ,,Waar ik zo bang voor was is nu werkelijkheid geworden. Het zal me voorlopig niet lukken om al die trappen in mijn huis op en af te kunnen lopen. Ik vraag me af of dat ooit nog mogelijk zal zijn. De prognose is slecht.''

En hij vervolgde met zachte stem: ,,Ze hebben hier gezegd dat ik...'' – hij slikte even – ,,naar een huis zal moeten uitkijken waar ik verzorging heb.''

Het was bijna onmogelijk voor hem, haar dit mee te delen. Fanja voelde diep medelijden.

Even later sprak Ton, bijna fluisterend: ,,Ik zal je toch moeten vertellen wat ik heb besloten. Mijn dochter heeft me haar benedenverdieping in Den Haag aangeboden. Ze zei dat ik daar volkomen mijn eigen gang zou kunnen gaan.''

Zwijgend dacht hij na en ging verder: ,,Het moeilijkst zal zijn: het niet meer in Amsterdam te wonen. En vooral...'' – hij legde zijn handen nu over de hare – ,,..om zo ver van jou te moeten zijn.''

Er verscheen een treurige glimlach op zijn gezicht. Op vertrouwelijke toon zei hij: ,,Wat blijft er weinig over, hè Fanja? Dat maakt ook het verdere verloop zinlozer, zwaarder en pijnlijk duidelijk.''

Ze keken elkaar aan en hij vervolgde: ,,Soms is het inderdaad beter om vreugde niet toe te laten, die ten slotte toch maar naar melancholie leidt, zoals jij al een paar jaar geleden hebt gezegd. We hebben het de laatste jaren zo goed gehad.''

Weemoedig voegde hij eraan toe: ,,Je kan natuurlijk ook wel naar mij komen. Maar tram, trein, taxi en dan weer terug, dat is ook voor jou te veel.'' Daarna zei hij, terwijl hij haar hand pakte: ,,Vreemd eigenlijk, dat op den duur zelfs Den Haag zo ver kan zijn.''

De volgende ochtend werd Fanja vroeg wakker. Ze keek naar de klok en wist dat ze niet meer zou kunnen slapen. Ze beschouwde het als zinloos om de dag te beginnen. Diepe triestheid en angst overvielen haar. Snel nam ze een pil. Drie uur later werd ze opnieuw wakker, nu met een zwaar hoofd. Nadat ze zich had aangekleed, ging ze in haar stoel zitten, pakte een sigaret en voelde intens de leegte na het afscheid van Ton. Ze had ineens de behoefte aan een bemoedigend woord van Simon, die ze nu meer miste dan ooit. Het leek of Simon en Ton één waren geworden. Om toch iets te doen, pakte ze de krant en probeerde wat te lezen. Het lukte haar niet zich te concentreren. De muziek waar ze naar trachtte te luisteren, maakte haar nog triester. Ten slotte probeerde ze maar weer in slaap te vallen.

Dit feuilleton is ontleend aan het manuscript `De sporen van de tijd'.