De pandit moet in de polis

De ouderenbond ANBO wil af van de standaardpolissen van uitvaartverzekeraars. ,,De gangbare Nederlandse vormen van rouw en uitvaart verschillen van de gebruiken in andere culturen.''

Spanjaarden in Nederland sturen rouwkaarten om de dood van een familielid bekend te maken. Turken bellen elkaar om het ,,zwarte nieuws'' (karahaber) rond te vertellen. Ook in de Marokkaanse gemeenschap wordt het overlijdensbericht van mond-tot-mond doorgeven. Hindoestanen in Nederland maken voor het verspreiden van de maut ki khabar vooral gebruik van lokale radiostations, terwijl in de Indische gemeenschap meerdere kanalen worden gebruikt om een kabar aning wereldkundig te maken: telefoon, rouwkaarten en rouwadvertenties.

De lijst is afkomstig uit Kleurrijk Afscheid. Multiculturele uitvaart en rouwen in Nederland van ANBO. De vereniging voor 50-plussers bracht de culturele en religieuze verschillen rondom dood en rouwen in de grootste etnische groeperingen in Nederland in kaart.

Een van de zaken waar ANBO tegenaan liep was dat de gangbare Nederlandse vormen van rouw en uitvaart verschillen van de gebruiken in andere culturen. ,,Maar de meeste uitvaartverzekeraars werken nog steeds met standaardpolissen'', zegt Binky Berger, lid van de Klankbord Multiculturele Ouderen van de ANBO. Uit de inventarisatie van ANBO blijkt dat de eerste generatie Turken en Marokkanen, de grootste islamitische groeperingen in Nederland, nog vrijwel allemaal in hun land van herkomst worden begraven. ,,Maar er komt een nieuwe generatie aan, die hier is geboren en opgegroeid. Die wil, in tegenstelling tot hun ouders, wel hier begraven worden'', voorspelt Berger. Volgens M. Lalaram, uitvaartverzorger bij Dordrecht en Omstreken en van Hindoestaanse origine, is dat nu al de praktijk onder Hindoestanen. ,,Repatriëring naar Suriname komt nauwelijks nog voor.''

ANBO heeft eind vorige maand de Landelijke Stichting Rouwbegeleiding een brandbrief gestuurd met de aanbeveling om er bij uitvaartverzekeraars, -ondernemers en verwante organisaties op aan te dringen niet langer vast te houden aan de standaardpolissen – veelal in natura – en ook in uitvaartcentra meer maatwerk te leveren. ,,Niet alle onderdelen van die standaardpolissen worden door allochtonen afgenomen'', verklaart ANBO-stafmedewerker Frank van der Aa. ,,Terwijl bijvoorbeeld het inhuren van een Hindoestaanse priester (pandit) of islamitische schriftgeleerde niet onder de verzekering valt.'' Hij erkent dat steeds meer gemeenten een deel van hun begraafplaatsen vrijmaken voor moslims die in de richting van Mekka begraven willen worden. Ook in uitvaartcentra komen ruimten voor rituele wassingen voor moslims en kunnen Hindoestanen bij een crematie soms zelf het vuur ontsteken. ,,Maar het ontbreekt nog vaak aan faciliteiten voor grote aantallen bezoekers of voor extra lange uitvaartdiensten'', zegt Van der Aa.

Volgens uitvaartadviseur Henk Koelewijn ,,kan er inmiddels al heel veel in Nederland''. Hij is in dienst van vier uitvaartondernemingen in Utrecht en omstreken. ,,De wens van allochtonen om volgens hun eigen rituelen begraven te worden, staat niet op zichzelf'', meent Koelewijn. Ook steeds meer Nederlanders claimen volgens hem maatwerk. Ze leggen van tevoren vast hoe hun uitvaart er precies moet uitzien en verzekeren de extra's via een aanvullende kapitaalverzekering. Dat adviseert Koelewijn ook aan allochtonen. Op een bijeenkomst met Turkse vrouwen merkte hij dat zij worstelen met het probleem dat we in Nederland de graven na enkele decennia ruimen. ,,Dat is in strijd met hun geloof. Zij wensen een eeuwig durend graf.'' Koelewijn voorspelt dat naarmate meer moslims in Nederland begraven willen worden, de islamitische gemeenschappen zelf grond gaan aankopen om hun doden te begraven om zo aan hun tradities en gewoonten vast te houden ,,Dat hebben de joden ook gedaan.'' Op de islamitische begraafplaatsen in Nederland liggen nu vooral moslims uit landen als Afghanistan, Irak en Somalië omdat de kosten van repatriëring naar die landen hoog zijn.

Dela, met 2,4 miljoen verzekerden de grootste uitvaartonderneming, is weinig enthousiast over de polissen op maat die ANBO voorstelt. Vijf jaar geleden inventariseerde Dela of etnische groepen speciale behoeften hebben bij uitvaarten. ,,We kregen toen niet de indruk dat we een enorme kans lieten liggen'', verklaart Anneke Koehler van Dela. De meeste Turken en Marokkanen zijn volgens haar nog steeds via banken in hun land van herkomst of via hun geloofsgemeenschappen in Nederland verzekerd voor hun uitvaart.

In Rotterdam hield Dela ruim tien jaar geleden een billboardcampagne om nieuwe klanten te werven. ,,Eén billboard richtte zich specifiek op de Turkse gemeenschap'', zegt Koehler. Dat leverde volgens haar zo'n duizend nieuwe klanten op. ,,Maar we hebben er toch voor gekozen om ons op de Nederlandse markt te richten met Nederlands als voertaal.'' Dela gaat er van uit dat de huidige generatie allochtonen goed Nederlands spreekt en ook als Nederlander benaderd wil worden.

Ook Johan Hoekman, secretaris van de Nederlandse Unie van erkende Uitvaartondernemingen (NUVU), voelt zich niet aangesproken door de oproep van ANBO. ,,Menig uitvaartondernemer heeft inmiddels een uitvaartverzorger in dienst uit de etnische gemeenschappen.'' Eén van hen is Lalaram van Dordrecht en Omstreken. ,,Hij kent niet alleen de rituelen rondom rouwen en begraven van Hindoestanen, maar hij spreekt ook hun taal'', zegt directeur Ad de Jong. ,,Dat is vooral voor de eerste generatie nog erg belangrijk'', beaamt Lalaram. Het bedrijf doet inmiddels vijftig tot zeventig Hindoestaanse uitvaarten per jaar.

Het uitvaartcentrum op de gemeentelijke begraafplaats Essenhof in Dordrecht richt zich meer en meer op de andere culturen in Nederland. Er is bijvoorbeeld een speciale ruimte waar moslims hun doden ritueel kunnen wassen voordat het stoffelijk overschot naar de moskee gaat. Vervolgens wordt het naar Turkije dan wel Marokko overgevlogen. Ook hebben Hindoestaanse familieleden in het crematorium beperkt toegang tot de oven. Als de kist het vuur wordt ingeschoven kunnen ze even de hitte van het vuur voelen. ,,Hindoestanen hebben vaak veel kinderen'', zegt uitvaartverzorger Lalaram. ,,We mogen uit veiligheidsoverwegingen niet meer dan twaalf mensen toelaten. Dat levert nog wel eens spanningen op.'' Ook moet hij de familie van een overledene steeds vaker op de rituelen wijzen. ,,Men weet het niet meer zo goed, men leeft immers in het buitenland'', aldus Lalaram. ANBO-medewerker Berger pleit daarom voor checklists bij uitvaartondernemingen. ,,Een soort draaiboek van de rouwrituelen en de uitvaart in de verschillende culturen.''