Basra is Bagdad niet, dacht Steven Vincent

De Amerikaanse journalist Steven Vincent dacht dat Basra veilig was. Die onbevangenheid moest hij met de dood bekopen. Ook in het shi'itische zuiden van Irak verslechtert de situatie.

Steven Vincent, de Amerikaanse journalist die door onbekenden is geëxecuteerd in Basra, was geen onbekende in Irak. In tegendeel: hij verbleef al drie maanden in de Zuid-Iraakse havenstad, onder andere om er een boek te schrijven over het leven in de stad. En hij gedroeg zich alsof hij er thuis was, zeggen Iraakse collega's die hem goed kenden. ,,Hij kwam en ging zonder zich om wat dan ook te bekommeren.''

Juist die aan roekeloosheid grenzende onbevangenheid heeft Steven Vincent het leven gekost. ,,We hebben hem vaak genoeg gewaarschuwd dat hij niet zo lang op dezelfde plek moest blijven omdat hij daardoor te veel in het oog liep. Maar hij antwoordde steeds dat het hier niet zo was als in Bagdad. `Basra is veilig', zei hij steeds. Dat was zijn grootste probleem'', zegt journalist Nawfal.

Vincent was bovendien Amerikaan. En hij verkeerde steeds in het gezelschap van zijn tolk Noor Weidi al-Khald, een aantrekkelijke Iraakse vrouw die weliswaar een hoofddoek droeg maar zich verder westers gedroeg. Dat was vragen om moeilijkheden in Basra, zeggen journalisten, geldwisselaars en hotelpersoneel in koor. ,,Hun gedrag was voor veel conservatieve moslims aanstootgevend. Sommigen opperden hardop dat ze haar maar eens een lesje moesten geven'', zegt iemand in het hotel waar het tweetal logeerde.

Vincent en zijn tolk werden dinsdag aan het begin van de avond door vijf gemaskerde en gewapende mannen overvallen in het commerciële centrum van Basra. Hij had net geld gewisseld, en werd met geweld een politieauto ingesleurd. Een paar uur later werd zijn met kogels doorzeefde lichaam gevonden langs een autoweg ten zuiden van de stad. Noor lag zwaargewond naast hem.

,,Als je moeilijkheden ondervindt of bescherming wilt, bel je ons maar. Als je het hotel verlaat, vertel dan aan niemand waar je heen gaat. Ga niet zelf geld wisselen, laat dat over aan je Iraakse chauffeur'', zegt een Iraaks officier van de inlichtingendienst in Basra, die daags na de moord op de Amerikaanse journalist de hotels langs gaat waar nog een handjevol westerlingen verblijft.

Natuurlijk, de politieauto waarin Vincent en Noor werden ontvoerd, was ,,gestolen'', zegt een functionaris op het politiebureau in Basra. Maar verder wil niemand iets zeggen tegen de media. Verwonderlijk is dat niet. Nog maar een paar dagen geleden is de politiecommandant van Basra op straat gezet, nadat hij in de Britse krant The Guardian zei dat zijn korps is geïnfiltreerd door radicale islamitische partijen, en voor driekwart onbetrouwbaar is. Ook Vincent schreef afgelopen zondag nog in The New York Times over de groeiende invloed van de shi'itische geestelijkheid in Basra, en over infiltratie van radicale groeperingen.

Na de zege van de (shi'itische) Verenigde Iraakse Alliantie bij de verkiezingen van begin dit jaar hebben fundamentalistische partijen als de Opperste Raad voor de Islamitische Revolutie in Irak (SCRIRI) en de Da'wa steeds nadrukkelijker hun stempel gedrukt op de samenleving in het shi'itische zuiden. De ongeveer vijftig nachtclubs en feestzalen in Basra, waar ook gelovige shi'ieten hun huwelijksfeesten hielden, zijn gesloten, evenals de bars en drankwinkels – sommige na bomaanslagen. Dansmuziek is verboden. Muziekwinkels hebben de deuren gesloten, of verkopen alleen nog `islamitische' muziek en cassette's van vrijdagpreken in de moskee. Vrouwen kunnen beter niet zonder hoofddoek of anderzins on-islamitisch gekleed over straat gaan.

Naast deze fundamentalistische partijen zijn er extremistische groeperingen die hun invloed doen gelden. In de New York Times verweet Vincent de Iraakse veiligheidsdiensten en de Britse troepen bij Basra dat ze niet optreden tegen gewelddadige acties van extremistische milities, zoals die van de radicale geestelijk leider Muqtada Al-Sadr. Enkele weken geleden nog vielen tientallen met geweren en messen gewapende Sadristen een paar honderd studenten aan, jongens én meisjes, die in een park in de stad gezamenlijk een picknick hielden. Later bood de partij excuses aan.

Journalist Nawfal legt uit dat Basra – de tweede stad van Irak – inderdaad niet zo gevaarlijk is als de provincie Al-Anbar, of als de hoofdstad Bagdad, waar sunnitische rebellen dagelijks toeslaan met zelfmoordaanslagen. Maar door de aanwezigheid van extremistische shi'itische groeperingen, is ook de situatie in Basra aan het verslechteren, zegt hij.

Volgens sommige bronnen zit een van die extremistische groepen, Thar Allah (Wraak van God), achter de moord op Vincent. Veel is niet bekend over de organisatie maar Thar Allah zou, zo wordt in Basra gezegd, op aanwijzingen van buurland Iran systematisch leden van Saddams vroegere Ba'athpartij elimineren. Het hoofd van de inlichtendienst in Basra twijfelt niet over de invloed van ,,die kant daar''. Hij fronst zijn wenkbrauwen en knikt in de richting van de Iraanse grens. ,,Ik ben een patriot en vertel je dit uit liefde voor Irak. Ze maken gebruik van slechte elementen in de stad. Zelf plegen die Iraniërs hier geen terroristische aanslagen, maar de hand van de Iraanse geheime dienst is goed merkbaar in de lange reeks gijzelnemingen en politieke moorden in de omgeving van Basra.''