Zon neemt skûtsjes wind uit de zeilen

Friesland is weer in de ban van het jaarlijkse skûtsjesilen. Veertien oude vrachtschepen varen elf wedstrijden.

Het water bij het Friese watersportdorp Earnewâld is te smal voor een vrije start. Daarom vindt die vanaf de wal plaats in de Langesleat, waar de veertien skûtsjes achter elkaar liggen. Sommige schippers roken nog een sigaartje, voordat het startschot klinkt. Maar dan gaat het los en worden fok en zeil vliegensvlug opgedraaid.

De skûtsjevloot, bestaande uit veertien vaste wedstrijdschepen, deed gisteren Earnewâld aan voor de derde wedstrijddag. Honderden toeschouwers zitten op stoeltjes of staan langs het Siiddjip, de Folkertssloot en de Ulekrite. Tientallen bootjes met publiek liggen langs de wal. De strijd tussen de oude beurtschepen, die rond de eeuwwisseling werden gebouwd, houdt Friesland twee weken yn 'e besnijing (in zijn greep).

Gisteren was er bij vlagen te weinig wind, waardoor de zeilen nauwelijks wind vingen en sommige skûtsjes zelfs volkomen stilvielen. ,,De sinne fret de wyn op'', concludeerde persvoorlichter Johan Modderman aan boord van het persschip. ,,Zodra de zon doorbreekt, gaat de wind liggen en komen de schepen niet vooruit.''

Het skûtsje van Grou, met schipper Douwe Visser aan het helmhout, weet van de enkele windvlagen te profiteren en ligt na de eerste ronde op kop. Het is een snel, licht en daardoor wendbaar schip. Maar d'Halve Maen, ook wel het Philipsskûtsje genoemd (het werd in 1959 aangeboden door de personeelsvereniging van Philips Drachten), zit hem op 'e kont, zoals het in skûtsjetermen heet. Al na de eerste ronde liggen Grou, d'Halve Maen en het kampioensskûtsje van vorig jaar, Bolsward, een straatlengte voor op het `peloton'. Het blijkt een onoverbrugbaar verschil.

Hoewel Grou de hele wedstrijd op kop vaart, wordt het op de valreep geklopt door Drachten. Alleen Heerenveen weet zich er nog tussen te manoeuvreren. Douwe Visser van Grou ziet het aankomen en maakt, vlak voor de finish, met de handen in de zakken een buiging naar zijn belager. Schipper Jetze Grondsma van d'Halve Maen werd ooit twee keer kampioen bij de open kampioenschappen skûtsjesilen (IFKS). Nooit won d'Halve Maen de eredivisie van het Friese zeilen. De beste klassering was een tweede plaats in het eindklassement in 1960.

Als Visser is verslagen haalt hij zijn schouders op. Teleurgesteld is hij niet. ,,Met een tweede plaats ben ik ook blij.'' De rest van de skûtsjes passeert de finishlijn een half uur later. ,,Zulke grote verschillen zijn we niet gewend'', verklaart SKS-voorzitter Jack Cramer na afloop. ,,Jammer dat er zo weinig wind stond. Dat is ook vermoeiend voor de schippers, die lang op het water moeten zijn.''

Skûtsjesilen was ooit zeventig procent folklore en dertig procent wedstrijd, maar de laatste jaren is het toch echte wedstrijd- en topsport, onderstreept Cramer, die steeds verder professionaliseert. Oefenden bemanningsleden vroeger een weekje met elkaar, nu beginnen de trainingen meestal al in april. ,,Sommige bemanningsleden, zoals van Sneek, doen zelfs aan krachttraining'', weet Cramer. ,,Want er is veel kracht nodig om de fok en het zeil met met een razend geweld omhoog te hijsen.''

Bovendien is er een heus voorseizoen waar de skûtsjes elkaar bestrijden, zoals op Hemelvaartsdag tijdens Lemmer Ahoy. Ook vindt er afwisselend in Lemmer en Stavoren een proloog plaats. Een aantal schippers heeft een adviseur aan boord, die hun sporen in de watersport of het zeezeilen hebben verdiend, en hem tippen over te nemen tactische beslissingen tijdens de wedstrijd.

Hoewel de belangen groot lijken, is het vooral de eeuwige roem die voor de schippers telt. De winnaar krijgt een zilveren skûtsje en een SKS-kampioenswimpel. De dagwinnaar heeft alleen de roem, want alle veertien schippers krijgen hetzelfde prijzengeld van 45 euro per dag en een dagprijs van het organiserende wedstrijdcomité. Dat kan een horloge zijn, een cd-speler of een gouden tientje. Cramer: ,,Dat is een beetje gestoeld op de Olympische gedachte. Meedoen is belangrijker dan winnen.''

De commercie heeft zijn intree nog niet gedaan. Net als bij de Elfstedentocht wordt die door de SKS bewust buiten de deur gehouden, zegt Cramer. Douwe Egberts is al 20 jaar hoofdsponsor, maar het logo van de koffiefabrikant prijkt alleen op de licht oranje boeien die de route van het wedstrijdwater aangeven en in een bescheiden afmeting sinds kort op de truien van de SKS-bestuursleden. Cramer: ,,We hebben geen behoefte aan grote reclameborden langs de route. Extra geld hebben we niet nodig.'' Hoeveel Douwe Egberts betaalt wil hij niet kwijt. ,,Het meeste geld gaat naar onderhoud en restauratie van de skûtsjes. Overigens hebben die zelf ook sponsoren en donateurs.'' Vandaag strijden de skûtsjes in Terherne.

    • Karin de Mik