Uit de losse hand

Zware, losliggende voorwerpen in auto's worden verboden, meldden diverse kranten twee weken geleden. Zij baseerden zich daarbij op een brief van 11 juli aan de Tweede Kamer die was ondertekend door minister Peijs (Verkeer en Waterstaat, CDA). Ook stond haar handtekening onder het bij de brief gevoegde ontwerpbesluit tot wijziging van het Voertuigreglement (dat wettelijke eisen stelt aan auto's). Of de Kamer voor 19 september wilde reageren, vroeg de bewindsvrouw nog in haar brief.

Zolang hadden de Kamerleden niet nodig. Ze antwoordden per kerende post. Een kop in de Volkskrant vatte de gevoelens van een parlementaire meerderheid als volgt samen: ,,Kamerleden lachen om wetswijziging minister Peijs.'' Ook bij de gemiddelde automobilist was het begrip voor het plan van de minister gering. Een voorstel zonder voldoende politiek en maatschappelijk draagvlak maakt geen kans. Het kan daarom maar beter worden ingetrokken. Dat laatste heeft de minister nu aangekondigd, zij het via een omweg: in een artikel in het weekblad Elsevier. Het was eigenlijk de bedoeling het voorgestelde verbod op losse voorwerpen slechts te laten gelden bij rolstoelvervoer. Dat het voorstel in werkelijkheid een veel bredere strekking had, hadden de ambtenaren van Verkeer en Waterstaat haar niet verteld, zo laat Peijs weten. Deze gang van zaken werpt een somber licht op de bestuurlijke verhoudingen op haar departement en haar eigen functioneren.

De bewuste passage is te lezen in het tweede deel van Artikel 5.18.3 van het Voertuigreglement, althans zoals dat volgens het voorstel voortaan zou moeten luiden: ,,In het voertuig zijn geen losse voorwerpen aanwezig die het risico op letsel bij een noodstop, een aanrijding of botsing kunnen verhogen''. Daar is geen woord Chinees bij – ook geen onbegrijpelijk ambtelijk jargon. Conclusie: of de minister leest niet wat ze voorstelt of ze begrijpt niet wat ze voorstelt. Hooguit kan Peijs aanvoeren dat het voorgestelde verbod was gebaseerd op een rapport van de Inspectie Verkeer en Waterstaat dat ging over rolstoelvervoer en dat het onderdeel was van een breder pakket voorstellen over de veiligheid van auto's. Het zou een mager excuus zijn. Het gaat er bijvoorbeeld aan voorbij dat ook haar woordvoerder het voorstel twee weken geleden becommentarieerde in de veronderstelling dat het om alle auto's ging. Het is hoe dan ook merkwaardig dat Peijs al die tijd een misverstand heeft laten voortduren.

De minister, die tot nu toe niet is betrapt op een opvallende dadendrang, is geen type ,,dat elke brief spelt die namens haar naar de Kamer gaat'', heeft haar woordvoerder gezegd. Wie dat nalaat en eigenlijk aangeeft dat ze de Kamer niet zo serieus neemt, moet zich vervolgens niet achter fouten van ambtenaren verschuilen. Maar kennelijk regeert de minister liever uit de losse hand.