Relatie VS-China onder druk

Het mislukte bod van het Chinese CNOOC op het Amerikaanse Unocal zorgt voor grote druk op de economische en politieke betrekkingen tussen de twee grootmachten.

De Chinees-Amerikaanse economische en politieke betrekkingen komen in onstuimiger vaarwater terecht nu de Chinese oliemaatschappij CNOOC haar onstreden bod op het Amerikaanse Unocal om politieke redenen intrekt. ,,CNOOC heeft actief overwogen om zijn bod verder te verbeteren, en had dat ook gedaan als het politieke klimaal in de VS anders was geweest'', zei het bedrijf gisteren in een verklaring.

CNOOC bood op 23 juni 18,5 miljard dollar voor Unocal, hoger dan een eerder bod van het Amerikaanse olieconcern Chevron. Het gaat om het hoogste bod ooit van een Chinese onderneming op een Amerikaans bedrijf. Het was het voorlopig hoogtepunt in een reeks Chinese bedrijfsovernames (en mislukte pogingen daartoe) die begon met de aankoop van de computerdiviesie van IBM door het Chinese Lenovo in december 2004.

Een deel van het Amerikaanse Congres noemde het bod meteen in juni al een nationale veiligheidsdreiging. Het zag er een verdekte poging in van de Chinese overheid om strategische energiebelangen in de VS te bemachtigen. Het Congres kreeg vorige week ook regelgeving geaccepteerd die een mogelijke Chinese overname sterk zou vertragen. In de praktijk betekende dat voor CNOOC dat het zijn bod zou moeten verhogen om de vertraging en de onzekerheid voor de aandeelhouders te compenseren. Daar heeft het bedrijf nu vanaf gezien.

Het intrekken van het Chinese bod kan verstrekkende gevolgen hebben voor de Amerikaans-Chinese betrekkingen, zowel op economisch als op politiek terrein. Zo kan het druk zetten op het bezoek van de Chinese president Hu Jintao in september aan de VS. China maakte eind juli juist een gebaar van ggoede wil met het oog op dat bezoek door de koers van de Chinese munt de yuan op te waarderen, iets waar de Amerikanen al twee jaar om gevraagd hadden.

Die goede wil ziet China nu niet geretourneerd. CNOOC, dat voor 70 procent eigendom is van de staat en dat vermoedelijk ruggespraak heeft gehad met de Chinese overheid over het intrekken van het bod, kwam met een harde veroordeling van de Amerikaanse opstelling. ,,De ongekende politieke oppositie die volgde op de aankondiging van ons voorstel (...) was betreurenswaardig en ongerechtvaardigd'', aldus het persbericht.

De Chinese overheid zal nu minder welwillend staan tegenover Amerikaanse bedrijfsovernames in China, en China zal minder geneigd zijn om zijn eigen energiemarkt open te stellen voor buitenlandse investeerders. Ook zal het zich mogelijk sterker op Europa en op andere Aziatische landen gaan richten.

Voor de langere termijn vergroot dat de kans dat de VS en China zich minder als economische en politieke partners, en meer als strategische concurrenten gaan opstellen. Daarvan waren toch al de nodige tekenen te zien. Waar Europa erin slaagde om met China een akkoord over de beperking van de import van Chinees textiel te sluiten, zijn de VS en China daar nog steeds niet uit. Ook vinden veel Amerikanen de recente opwaardering van de yuan veel te gering om als serieus gebaar te worden opgevat. Zij maken zich grote zorgen over het nog steeds oplopende handelstekort met China, dat vorig jaar al 162 miljard dollar bedroeg. Zij wijten dat aan de kunstmatig zwakke Chinese munt. Ook zijn er zorgen over de structurele Chinese schendingen van het intellectueel eigendomsrecht.

Het bod van CNOOC valt in een reeks van recente Chinese overnamepogingen die lang niet allemaal succesvol waren. Zo strandde onlangs het bod van de maker van elektrische apparaten Haier op het Amerikaanse Maytag. Sommige analisten wijzen erop dat China het internationale overnamespel nog onvoldoende beheerst en niet serieus genoeg speelt. Zo zou CNOOC de vijandigheid van het Congres beter hebben moeten inschatten, en had het bedrijf explicieter moeten aangeven hoe het precies wilde regelen dat de Amerikaanse bezittingen van Unocal in Amerikaanse handen konden blijven.

Ook had CNOOC eerder op Unocal moeten bieden, nog voordat Chevron in april met zijn bod kwam. Toen was er echter nog te veel verdeeldheid binnen CNOOC over de financiële risico's van een dergelijk bod voor de Chinese aandeelhouders.

Daarnaast zou de financiering van de overname met geld geleend van de Chinese staat een onhandige oplossing zijn geweest: dat maakte het voor de Amerikanen wel erg makkelijk om te stellen dat het in feite de communistisch Chinese staat was die strategische Amerikaanse oliebelangen wilde overnemen.

Hoe gunstig het mislukken van de overname voor de Amerikaanse economie is, valt te betwijfelen. De Chinese overheid stimuleert momenteel internationale overnames, op zoek naar een beter rendement op de gestaag groeiende Chinese reserves van momenteel zo'n 700 miljard Amerikaanse dollar. Tot nu toe investeerde China die dollars vooral in matig renderende Amerikaanse staatsobligaties. China zal vermoedelijk doorgaan op het internationale overnamepad, maar de kans dat het Amerikaanse bedrijfsleven kan profiteren van Chinese financiële injecties is door het mislukte bod verkleind.

    • Garrie van Pinxteren