Poëtisch gelaagde kleding

Deze zomer studeren aan de kunstacademies weer honderden kunstenaars af. In een korte serie vandaag Dan Gonen van de Rietveld Academie in Amsterdam.

Zijn werk valt op tussen de elf afstuderende modeontwerpers van de Rietveld Academie. Omdat zijn stijl veel minder theatraal is, maar vooral omdat zijn presentatie zo ruimtelijk is. Zo'n tien outfits met rokken, jurken, broeken en truitjes hangen aan draadjes aan het plafond en draaien langzaam rond. Op de ene zie je een print van deuren, op een ander een paar rozen. Op een derde staan opengeslagen boeken, versierd met een echt, rood leeslintje. Op banieren aan de muren keren de outfits terug als levensgrote illustraties, gemaakt met de echte kledingstoffen. Zijn dit objecten om op te hangen, of is het kleding om te dragen? ,,Die kloof maakt het juist spannend'', zegt Dan Gonen (27).

De prints op de stoffen heeft Gonen zelf ontworpen. ,,Drukken op textiel is voor mij de makkelijkste manier om me te uiten. Het is als een leeg doek dat je kunt vullen met wat je maar wilt. Je kunt er een verhaal mee vertellen.'' Gonen voegt aan zijn ontwerpen vaak iets driedimensionaals toe, zoals een leeslint of het bronzen ornament van een sleutelgat. ,,Zo breng ik de print naar de realiteit.''

De rok met de print van boeken op een krijtstreep is voor hem het sleutelwerk van de afstudeercollectie. ,,Het motiefje van krijtstreep is heel conventioneel, daar schrikt niemand van. Maar de strepen zijn ook de regels met de woorden in het boek, en dat verandert alles.'' Het zwarte truitje van honderd procent wol dat erboven wordt gedragen heeft een wit ruitmotief waarvan de lijnen bestaan uit het herhaalde woord `body language'. Dat is de naam van de hele collectie en een verwijzing naar zijn verlangen ,,om met de taal van het lichaam te spelen''.

Met zijn Bloemenjurk van transparante, witte organza wil Gonen iets zeggen over het maken. ,,Het beeld van een hand met een naald en een bloedvlekje is een metafoor voor alle kunstmakers. De naald naait de jurk, en het bloed van de maker wordt gebruikt voor de decoratie.'' Je moet iets van jezelf geven in je creatie, bedoelt hij. De naald met vlek zit dicht bij de hals van de draagster. Het ronde vlekje keert lager terug als kleuraccent in de print van een roos. Dat een roos doorns heeft, hoort bij de poëtische lading die hij de jurk geeft.

Gonen publiceerde zeven jaar geleden in zijn geboorteland Israël poëzie in een boek met nieuwe dichters. Na zijn diensttijd studeerde hij een tijdje kunstgeschiedenis, maar hij wilde praktischer bezig zijn. ,,Kleding wordt als visuele kunst nog altijd onderschat. Het is niet zo oppervlakkig als mensen denken. Je kunt er emoties en gedachten mee uitspreken.''

Gonens ontwerpen zijn klassiek en draagbaar. Hij bewondert de ontspannen elegantie in de kleding van Dries van Noten, maar kan geen modeontwerper noemen die hem heeft geïnspireerd. Wel is er in het Tassenmuseum in Amstelveen een handtasje van slangenleer van begin 20ste eeuw, versierd met een ivoren voorstelling van Eva die een appel plukt. Zulke poëtische gelaagdheid boeit hem. ,,Die kunstenaar wist wat hij deed. Hij maakte conceptuele kunst voordat er zoiets bestond.''

Na zijn afstuderen wil Gonen een boek maken met de illustraties van zijn prints, en ergens in de modewereld ervaring opdoen met kledingproductie en -distributie. ,,Ik wil een balans vinden tussen draagbare kleding en het uiten van mijn ideeën en gevoelens. Kleding moet voor mij kunst blijven.''

Voor eerdere afleveringen, zie www.nrc.nl

    • Dirk Limburg