Nood in Niger was voorzien

Firdaoussou Bassirouis is zeven maanden oud maar ze weegt 2.600 gram, niet meer dan een pasgeboren baby. Haar moeder heeft haar naar het voedingscentrum van Artsen zonder Grenzen in Angui gebracht, in het zuiden van Niger, zo beschrijft het persbureau AP. Een korte regenbui dreigt haar fataal te worden. Haar temperatuur blijft dalen. Een dokter heeft haar aan het infuus gelegd op de intensive care.

Honger hoort bij het leven voor de boerenbevolking van het Sahelland Niger. Honger komt in de maanden voor de nieuwe oogst elk jaar weer terug. Er vallen elk jaar doden. Maar dit is niet de gebruikelijke, de aanvaarde honger die de mensen teistert. Vorig jaar telde het centrum in Angui om deze tijd zo'n 300 kinderen. Nu zijn het er meer dan duizend. De staf kan de toevloed nauwelijks aan.

In Niger heerst hongersnood. Een hongersnood die volgens hulporganisaties had kunnen worden voorkomen. Want hongersnood komt in de moderne tijd niet meer als verrassing. Er zijn geavanceerde waarschuwingssystemen. Sprinkhanen hebben in Niger vorig jaar een deel van de gewassen verslonden. De regen viel nog schaarser dan anders. Dat was allemaal bekend. De nood heeft zich tijdig aangediend.

De regering, het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties, hulporganisaties en donorlanden spelen elkaar allemaal de Zwarte Piet toe. Hulporganisaties zeggen dat de regering en de VN veel te traag hebben gereageerd. Oppositieleiders verwijten president Tandja Mamadou dat hij de crisis vorig jaar heeft gebagatelliseerd om zijn herverkiezing in december niet in gevaar te brengen. Een beschuldiging die de regering ontkent. Ze zegt dat ze in november vorig jaar al gesmeekt heeft om internationale hulp. Ook het Wereldvoedselprogramma zegt dat ze de wereld vorig jaar november al heeft gealarmeerd.

De gulle giften stroomden pas binnen nadat de BBC twee weken geleden voor het eerst met beelden kwam van stervende kinderen. Sindsdien breidt de hulpverlening zich in noodtempo uit. In zijn toespraak ter gelegenheid van 45 jaar onafhankelijkheid van Frankrijk constateerde de president gisteren met opluchting dat de ergste nood misschien is geleden. Hij kondigde ook de instelling van een graanreserve aan die hongersnoden in de toekomst moet helpen voorkomen. Meer dan een kwart van de 12 miljoen mensen in Niger is deze maand aangewezen op voedselhulp.

De kosten van de noodhulp zijn veel hoger dan wat een tijdig ingrijpen zou hebben gekost, zei de hulpverleningsbaas van de VN, Jan Egeland, nog vorige week. Hij pleitte voor de instelling van een speciaal voedselfonds, zodat de VN voortaan niet te elfder ure te hulp hoeven te schieten, maar hongersnoden zoals in Niger kunnen voorkomen.

Honger neemt in Afrika niet af maar toe. Afrika ten zuiden van de Sahara telde in 1970 achttien miljoen ondervoede kinderen, volgens het International Food Policy Research Institute (IFPRI) in Washington. Dertig jaar later waren dat er meer dan 32 miljoen. Het aantal wordt dit jaar op zeker 35 miljoen geschat. Ten minste zestien landen zijn aangewezen op voedselhulp.