Nasleep van `Andizjon': de bekentenissen

Oezbekistan doet dagelijks zijn best te bewijzen dat het bloedbad van Andizjon op 13 mei niet door het Oezbeekse leger, maar door fundamentalisten is aangericht. Rusland helpt een handje.

De Oezbeekse regering en de media die ze controleert hebben dezer dagen een belangrijke taak: ze moeten de buitenwereld bewijzen dat het bloedbad van 13 mei in de Oost-Oezbeekse stad Andizjon, het werk was van terroristen die vanuit het buitenland – Afghanistan – werden aangestuurd.

De lezing van ooggetuigen: op die 13de mei kwam het in Andizjon tot een volksopstand tegen het autoritaire en hardhandige regime van president Islam Karimov. Wat begon als een overval van gewapende lieden op de gevangenis – ter bevrijding van lokale zakenlieden die van fundamentalisme waren beschuldigd – liep uit op een betoging van duizenden inwoners tegen het bewind. Het leger opende het vuur. Zeker vijfhonderd mensen werden doodgeschoten.

De lezing van het Oezbeekse bewind: vanuit Afghanistan gestuurde islamitische fundamentalisten openden, samen met sympathisanten van de fundamentalistische groep Akramiya, het vuur op burgers, de politie en soldaten. Er vielen geen vijfhonderd doden, maar 173: politiemannen, soldaten, burgers die door de terroristen waren doodgeschoten, en terroristen die door het leger waren gedood. Een internationaal onderzoek vond de regering in Tasjkent niet nodig.

Sindsdien probeert de regering haar gelijk aan te tonen. In een meerdelige tv-documentaire onder de titel Kabohat (Doortraptheid), werd ,,de internationale gemeenschap en ons volk getoond dat terroristische groepen onder het mom van de islam in staat zijn verschrikkelijke wreedheden aan te richten om hun doel te bereiken''. In de documentaire vertellen opgepakte verdachten hoe ze in Kirgizië les kregen in de omgang met kalasjnikovs, hoe ze geld kregen om meer wapens te kopen en hoe ze naar Andizjon kwamen. Allen zijn inmiddels vol afschuw over het optreden van ,,de terroristen'' waar ze zelf bij hoorden. Verdachte Kozim Kosimov: ,,Ik zag hoe de militanten mensen doodden. Ze zijn gewelddadige mensen. Ze doodden mensen met uiterste wreedheid. Ik schrok me dood toen ik dat zag. Religie is een dekmantel voor hen, hun doel is de omverwerping van de regering en de stichting van een kalifaat.''

De bekentenissen rollen over het televisiescherm. Natuurlijk waren de terroristen door het buitenland gestuurde fundamentalisten, natuurlijk wilden ze de stichting van een religieuze staat. Gevluchte familieleden worden met door tranen verstikte stem opgeroepen naar Oezbekistan terug te keren en zich te melden bij justitie, voor een ,,rechtvaardig proces''. Verdachte Hasan Sjokirov, wenend: ,,Mijn lieve vader, kom terug, hoe lang hou je je nog verborgen. Kom terug, alles zal op zijn plaats vallen, iedereen moet slechte daden toegeven als hij die heeft gepleegd.'' En allen zijn tot inkeer gekomen, zoals verdachte Moehammadjon Kodirov: ,,Ik zou duizendmaal dank zeggen als elke religieuze sekte van de aarde zou verdwijnen. Elke sekte eindigt met het opnemen van de wapens. Laat ze verdwijnen van de aarde. Ik zou duizendmaal dank zeggen.''

Het geldt ook voor de vermeende leiders van de Akramiya-sekte. Zoals Akram Joldosjev, die – zegt de Oezbeekse tv – ,,honderden burgers heeft verleid met zijn verrotte ideeën en wiens handen druipen van het bloed''. Ook hij is tot inkeer gekomen: ,,Ik ben de grootste schuldige. Ik heb twintig jonge mannen bijeengebracht en hun gezegd de wapens op te nemen. Ik ben de grootste schuldige, ik ben de grootste crimineel, ik ben de meest doortrapte man, ik heb de schuld van alles. Ja, ik ben een zondaar.''

Het is niet moeilijk dergelijke bekentenissen te bereiken: in de gevangenissen van Oezbekistan is foltering routine, worden van tijd tot tijd mensen doodgemarteld en worden al dan niet geheime executies voltrokken. Als Oezbeekse ministers daarop worden aangesproken, erkennen ze grif, zeker, het is heel schandalig, dat gemartel, maar dat men er zo veel over hoort ligt aan de grotere openheid bij de Oezbeekse overheid: ,,We laten het Rode Kruis nu toe.''

Intussen is de Russische justitie beschuldigd van het verlenen van hulp aan de Oezbeekse collega's. De Russische mensenrechtenorganisatie Memorial meldde gisteren dat Oezbeekse aanklagers op Russisch grondgebied mogen opereren om er verdachten in te rekenen. In de stad Ivanovo zijn in juni veertien Oezbeken gearresteerd wegens betrokenheid bij `Andizjon' – onschuldigen, volgens Memorial: op een na waren ze op 13 mei niet in Andizjon. Het ging vooral om kennissen van de zakenlieden die op 13 mei uit de gevangenis waren bevrijd.

Volgens Memorial worden er sowieso in Rusland ,,criminele aanklachten verzonnen'' en ,,mensen valselijk vervolgd'' wegens islamitisch fundamentalisme. Het doel: aantonen hoe vastberaden de Russische justitie terrorisme bestrijdt. Een woordvoerder van Memorial: ,,We volgen op dit moment 23 juridische onderzoeken tegen 81 mensen, allen moslims, die worden beschuldigd van extremistische of terroristische activiteit. Alle dossiers hebben echter een politieke keerzijde. Al te vaak bevinden zich onschuldigen onder de slachtoffers van de strijd tegen het terrorisme in Rusland.''

    • Peter Michielsen