Insinueren en beledigen

Inlichtingendiensten, politici en deskundigen op het gebied van het terrorisme zijn het erover eens: aanslagen in Europa worden steeds waarschijnlijker.

Wat kunnen we ertegen doen? De diensten verder verbeteren, de nog levende daders zo snel mogelijk opsporen en berechten, de bewaking van mogelijke doelen verscherpen, oefenen met rampenscenario's en de publieke paraatheid zo hoog mogelijk houden.

Dat gebeurt allemaal, en in aanmerking genomen de betrekkelijk korte tijd van voorbereiding en aanpassing, met toenemend succes. Daders worden opgespoord, netwerken ontrafeld. De westelijke samenleving is niet in een verzameling politiestaten veranderd. Er is geen algemene duurzame paniek waaruit een pogrom zou kunnen ontstaan tegen de bevolkingsgroep waaruit de daders voortkomen. Dat is, de omvang van de dreiging in aanmerking genomen, tot dusver al heel wat.

De redelijkheid van de westerse cultuur vraagt dat we ons ook verdiepen in de motieven van de daders. In de recentste gevallen die van Mohammed B. en de terroristen in Londen. Stuk voor stuk jongemannen met een moslimachtergrond, die redelijk geïntegreerd leken, goede maatschappelijke vooruitzichten hadden en zich tot verrassing van hun omgeving ontpopten tot godsdienstig gemotiveerde meedogenloze moordenaars. Mohammed Atta, de leider van de aanval op de Twin Towers, had architectuur gestudeerd. Een raadsel. Hij en zijn volgelingen hebben één van de grootste verwoestingen van na de oorlog aangericht. Wij, aan deze kant van de scheidslijn, vinden dat we ons niet alleen zo goed mogelijk moeten verweren maar dat hun misdaden ook begrepen moeten worden. Daar vraagt onze intellectuele nieuwsgierigheid om. Bovendien geloven we dat inzicht in hun beweegredenen ertoe zal bijdragen volgende aanslagen te voorkomen.

De afgelopen paar jaar heb ik veel over afkomst, milieu, opleiding en persoonlijkheid van `de' terrorist gelezen. Geen enkele verklaring heeft me ook maar een seconde het gevoel gegeven dat ik er iets van begrijp. Ik zoek niet de schuld bij mijzelf, ik geef alleen een verklaring. Opgevoed in een volstrekt godsdienstloos gezin, heb ik nooit enig begrip of gevoel gehad voor hemel en hel, rituelen, beloningen in een of ander hiernamaals, enz. Ook zonder geloof, met alleen een besef van wereldlijk goed en kwaad, kan een mens zich in de westelijke wereld handhaven. Dat gedrag verlang je dan ook van de anderen, en wat ze in de kerk of de tempel of de moskee doen, moeten ze zelf weten zolang ze het openbare leven niet hinderen.

Ik denk dat ik deze opvatting deel met Frits Abrahams die dagelijks zijn mij welkome bijdrage op de achterpagina van deze krant schrijft. Hij is geen luie journalist, hij gaat naar de bron, hij doet verslag als ooggetuige. Zo is hij naar het proces tegen Mohammed B. gegaan, heeft het gevolgd op video in het gerechtsgebouw aan de Parnassusweg, in een zaaltje voor het publiek. Aan het slot van de eerste dag vertelde een psycholoog ,,dat Mohammed B. misschien wel getikt is, maar misschien ook niet''. Mohammed B. had de deskundige geen gelegenheid gegeven, ,,zijn hypotheses te toetsen''. Abrahams besluit: ,,Zwaaiend met de koran verliet Mohammed de rechtszaal. Mijn niet-getoetste hypothese: ernstig getikt.''

In zijn verslag over de volgende zittingsdag beschrijft hij de pathologische bloeddorst en de maatschappelijke onverschilligheid van de verdachte, ,,zijn permanente obsessie met het smerigste geweld''. Dan komt Abrahams tot een politieke conclusie: ,,Zo werd deze rare, gevaarlijke Mohammed B. vooral ook een droom voor elke moslimhater.'' In aanmerking genomen de aanvallen op moskeeën, openlijke en tersluikse discriminatie van mensen die de uiterlijke kenmerken van hun geloof dragen en die verder niets met wat voor soort terrorisme dan ook te maken hebben, lijkt me dit aannemelijk. Alle collectieve haat bestaat bij de gratie van gelijkschakeling en komt tot uitbarsting door uiterlijke kenmerken: een eigenaardig bevonden voornaam, een kledingstuk, huidskleur, alles is welkom. Mohammed B. heeft zich voor wie daar schreeuwende behoefte aan heeft, volmaakt gedragen als `de moslim', protagonist van het collectief haatwaardige.

Columnist Afshin Ellian is het niet met Abrahams eens. Hij heeft dat laten weten in deze krant van 23 juli. ,,Tja, Mohammed B. heeft wel de islamliefhebbers, Hamasliefhebbers, allochtonenliefhebbers, `antiracisten' en `antifascisten' in verlegenheid gebracht. Hij handelde niet omdat hij werd gediscrimineerd, niet omdat hij werkloos was, en niet omdat hij Theo een vreselijk mens vond. Hij handelde volgens de regels en de traditie van de politieke Islam. Zo werd Frits Abrahams diep teleurgesteld in Mohammed B. Abrahams hoopte, gelet op zijn denkwijze, dat de moordenaar van Theo van Gogh wegens discriminatie, racisme, of na het lezen van teksten van Ellian en Hirsi Ali tot zijn daad was overgegaan.''

Na te hebben uitgelegd dat de moordenaar hoort tot het leger van het islamo-fascisme, schrijft Ellian: ,,Uiteraard zijn mensen als Abrahams geen echte antifascisten, noch helden van het vrije woord: dat was en is Theo van Gogh.'' En ten slotte beschuldigt hij Abrahams nog van `morele terreur'.

De rechtbank heeft de verdachte als individu behandeld, en dat heeft Abrahams ook gedaan. Wat het openbaar ministerie, de rechters en de verslaggever denken van de islam, de koran, het islamofascisme, was niet aan de orde. Maar zoals uit zijn column blijkt, weet Ellian dat precies, waarna hij zich uitput in een scheldpartij en een reeks ongegronde en beledigende insinuaties. Dezelfde methode heeft hij toegepast op burgemeester Cohen, na de rellen bij het Slavernijmonument toen spreekkoren het minister Verdonk onmogelijk maakten, het woord te voeren. ,,Cohen genoot zichtbaar van het spektakel'', schreef Ellian. Hoe de burgemeester kijkt als hij onder zulke omstandigheden geniet, is te zien op een foto van Olaf Kraak in Het Parool van 2 juli. Het is niet wat je in het algemeen onder `zichtbaar genieten' verstaat.

De toon van het publieke debat is de afgelopen vier jaar rauwer, directer geworden. Of we daar in Nederland mee opschieten? Tot dusver niet, behalve in één opzicht. Hoe ver kunnen we gaan met insinuaties, regelrechte verdachtmakingen en beledigingen? Daar is de grens nog niet bereikt, zoals ook in deze krant wordt bewezen.

    • H.J.A. Hofland