Fanja

Deel 13. Wat voorafging: Fanja, vrouw op leeftijd in Amsterdam-zuid, verwerkt het verdriet om de dood van een goede vriendin. Bij weduwnaar Ton, een oude kennis, vindt zij troost.

Er waren ongemerkt ruim twee jaar voorbijgegaan waarin Ton en Fanja hun goede vriendschap hadden behouden en verdiept. Ton nam een steeds belangrijker plaats in haar leven in, merkte Fanja, zelfs zonder de intimiteit en nabijheid die hij, zoals hij in het begin had gezegd, wel van haar had kunnen verdragen – en die zij had afgewezen. Juist doordat Fanja zich zo duidelijk tot Ton voelde aangetrokken, vond ze het beter dat ze wat afstand behielden. Het idee dat hij tegenover haar in haar kamer zou zitten, gaf haar een gevoel van onzekerheid, juist ook omdat zij soms de behoefte had zijn armen om haar heen te voelen. Een intiemer erotisch contact wilde ze hen beiden, zo laat in hun leven, liever besparen. Ze wilde dit gebied gesloten houden om hun spontaan samenzijn niet te schaden, al vroeg ze zich soms af of ze juist handelde.

Ze konden zich het bestaan zonder elkaar nu niet meer voorstellen.

In het derde jaar merkte Fanja dat Ton wat stiller werd. Ze vroeg zich af wat er aan de hand kon zijn, maar wilde hem er niet naar vragen. Ze vond dat het hem vrijstond niet over problemen te praten wanneer hij dat niet wilde.

Een keer had hij afgebeld zonder een duidelijke uitleg. Na een poos ontdekte ze dat Ton iets langzamer liep.

Op een vrijdagavond had hij nog vóór Fanja's komst in de sociëteit een fles wijn en twee glazen neergezet. Als altijd stond hij op om haar uit haar jas te helpen. Ze merkte op dat het hem enige moeite kostte weer op zijn stoel te gaan zitten.

Daarna zei hij: ,,Ik trakteer vandaag, bestel maar iets heel lekkers.''

,,Oh, is er iets te vieren?''

Met een wat cynische glimlach antwoordde hij: ,,Integendeel. Dit wordt een kleine afscheidsavond.''

,,Waarom?'' reageerde Fanja geschrokken. ,,Wat is er gebeurd?''

,,Mijn heup moet worden geopereerd. Wanneer alles al goed verloopt, moet ik nog weken revalideren.''

Hij pakte Fanja's hand vast en ging verder: ,,Het belangrijkste is, dat ik dat trappenlopen in de toekomst weer moet kunnen.''

Fanja was al enkele malen geopereerd; ze had daar geen angst voor. Toch leek haar een operatie op zijn leeftijd niet ongevaarlijk.

,,Wanneer gaat het gebeuren?''

,,Maandagmiddag. De volgende dag krijg ik een heup van kunststof.''

Geschrokken zei Fanja: ,,Je weet het al een langere tijd en je hebt me er niets over verteld!''

,,Het kon ook nog een half jaar duren. Verder wordt er al zoveel geklaagd; ik schiet niets op met al dat zielige gedoe.''

,,Het is toch onzin dat je dat al die tijd voor jezelf hebt gehouden.''

Ton keek haar met een wat bittere glimlach aan en antwoordde met een treurige klank in zijn stem: ,,Om heel eerlijk te zijn heb ik je niets verteld, omdat jij vaak duidelijk hebt gemaakt dat je niet van aftakeling houdt.''

Fanja voelde zich schuldig en wist niet zo snel wat ze zeggen moest.

Ton wilde niet dat ze meteen langskwam in het ziekenhuis, maar beloofde Fanja na de operatie, zodra hij daartoe in staat was, te bellen.

Een dag na de operatie belde hij op. Zijn stem klonk zwak.

,,Ik hoop dat je er begrip voor hebt, maar ik voel me nog te ziek om je te ontvangen.''

Fanja begreep dat zijn dochter wel was langsgeweest en voelde zich afgewezen.

Op de sociëteit miste Fanja Tons gezelschap. Ze vroeg zich af of het door haar misschien te afstandelijke gedrag kwam, dat hij haar nog niet wilde zien. Ze had inderdaad gezegd dat ze niet van aftakeling hield, al had ze daarbij vastgesteld dat dat ten slotte iedereen te wachten stond. Bovendien, de problemen van Ton, die zo dicht bij haar stond, beschouwde ze als de hare.

De volgende dag belde ze Ton op.

Ze vroeg, toch wat onzeker: ,,Waarom houd je me zo buiten alles, Ton?''

,,Je kunt morgen wel komen'', antwoordde hij met een vriendelijke, wat vermoeide stem. ,,Ik verheug me erop. Alleen zul je dan een verkreukelde, oude man in bed aantreffen, die bij elke beweging steunt en kreunt. Dat wilde ik je besparen.''