Een warm bad van herkenning

Studenten met een niet-Nederlandse achtergrond kunnen tijdens een stage kennismaken met het land van hun ouders. ,,Ik voel me veel completer dan voorheen.''

Als studente Nathaly de Wind (24) in september voor een stage van tien maanden naar Curaçao vertrekt, weet ze wat haar daar te wachten staat: vrolijke mensen, minder stress, lekkerder eten, en het gevoel dat ze er hoort. Want De Wind is een dochter van Antilliaanse ouders. Ze is op het eiland geboren en kwam in Nederland wonen toen ze zeven was, twee jaar na het overlijden van haar vader. Drie jaar geleden overleed ook haar moeder. De enige familie die de studente maatschappelijk werk en dienstverlening nog heeft, woont op Curaçao: de meeste kent ze niet eens.

De Wind gebruikt haar stage om erachter te komen hoe het is om te wonen op het eiland waar ze vandaan komt, want in Nederland heeft ze het gevoel dat er iets ontbreekt. ,,Dat gevoel van ergens thuis zijn en erbij horen. Dat mis ik.''

De Wind is niet de enige student van allochtone afkomst die ervoor koos om haar stage in het land van haar ouders te volgen. Eenderde van de studenten in het hoger onderwijs is allochtoon, en van alle afgestudeerden heeft ruim eenderde buitenlandervaring. Dat blijkt uit de BISON-monitor 2003, een onderzoek naar mobiliteit in het hoger onderwijs dat de Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs, jaarlijks voor het ministerie van Onderwijs uitvoert. Hoeveel van de buitenlandgangers hun wortels buiten Nederland hebben, is onbekend.

Marius Bremmer, stagecoördinator van de Hanzehogeschool in Groningen, merkt dat de belangstelling voor een stage in het land van herkomst groeit. Samen met twee collega's bemant hij het bureau Buitenlandstages. Het bureau bemiddelt jaarlijks bij ruim 300 stages, en geeft voorlichting over tickets, huisvesting en medische voorzorgsmaatregelen. Bremmer vermoedt dat de belangstelling voor een buitenlandse stage mede wordt ingegeven door de moeite die het allochtone studenten soms kost om een geschikte stageplaats in Nederland te regelen. Bremmer: ,,Als mensen de keuze hebben tussen een Nederlander en iemand van Curaçao, die misschien meer moeite heeft met Nederlands schrijven, kiezen ze vaak voor de Nederlander.''

Niet dat voor studenten in het land van herkomst automatisch de rode loper uitgaat. Bremmer: ,,Ook daar wordt gediscrimineerd. Vorig jaar had ik drie Antilliaanse informaticastudenten die op Curaçao een stage wilden doen. Ik had de grootste moeite bedrijven te vinden die hen wilden plaatsen. Die willen dan een Nederlander, want... Vult u maar in.''

Rachida El Johari (27) genoot aanvankelijk met volle teugen van de weldadige hoffelijkheid die ze in haar geboorteland Marokko ondervond, tijdens haar stage bij de Nederlandse ambassade in Rabat. De studente Nederlands recht is geboren in Meknes, een grote stad 150 kilometer ten oosten van Rabat. Op haar vijfde kwam ze naar Nederland in het kader van gezinshereniging. Een oud Arabisch gezegde luidt: als je je veertig dagen onder een vreemde stam begeeft, word je een van hen. ,,Maar'', zegt El Johari, ,,een volwaardig Nederlander heb ik me hier nooit gevoeld. Bij alles wat ik doe komt dat woord `allochtoon' bovendrijven. Daardoor blijf ik diep van binnen toch vooral Marokkaan.'' Wat dat dan is? ,,Dat is dat je hart een sprongetje maakt als je op de boot van Algeciras naar Marokko overal Marokkaans om je heen hoort. Het is niet uit te leggen.''

Toch ervoer ze het `thuisgevoel' in haar geboorteland een beetje dubbel. El Johari: ,,Je merkt toch dat je anders bent. Vooral wanneer je dingen graag op z'n Nederlands geregeld zou willen zien.'' Het besef dat ze zich uiteindelijk nooit in Marokko zal vestigen kwam toen ze in Casablanca op werkbezoek ging bij een succesvolle repatriant. In Casablanca sprak ze af de ondernemer in de lobby van een groot hotel te ontmoeten. Na enige tijd kwam de bellboy naar hen toe, en sommeerde haar en haar collega tot haar stomme verbazing onmiddellijk de lobby te verlaten. Vrouwen alleen mochten zich niet in een hotellobby ophouden.

Op dat moment werd duidelijk hoezeer de maatschappelijke positie van de Marokkaanse vrouw verschilde van waar ze aan gewend was. El Johari: ,,Ik stond verstijfd. We waren ons van geen kwaad bewust, we waren immers aan het werk. Maar die jongen impliceerde dat wij ons stonden te hoereren, en matigde zich het gezag aan om mij uit een publieke ruimte te gooien. Als dat de regels van het hotel waren: des te erger.''

Dat een stage in het land van herkomst een verfrissende blik op de eigen identiteit oplevert, ondervond ook Suzanne Pang Atjok (23). Voor haar opleiding tot basisleerkracht aan de Hogeschool Inholland volgde ze een stage in Suriname. Aanvankelijk koos ze niet voor Suriname omdat haar roots er lagen. Pang Atjok: ,,Ik wilde een stage doen in een arm land om te kunnen werken met verouderd materiaal. Het armste land dat je kon kiezen was Suriname. Pas bij de voorlichtingsdagen dacht ik: o ja, ik kom er ook nog vandaan. Pas toen voelde ik me een beetje trots. Daarvoor had ik me er altijd voor geschaamd om half Surinaams te zijn.''

Pang Atjok voelde zich vooral Nederlander. En na de scheiding tussen haar Nederlandse moeder en Surinaamse vader moest ze al helemaal niks meer van Surinamers hebben. Pang Atjok: ,,Door de slechte band met mijn vader had ik altijd een naar gevoel over Suriname. Als ik een donkere man zag, draaide mijn maag zich om. Maar vanaf het eerste moment dat ik voet op Surinaamse bodem zette, voelde het als de normaalste zaak van de wereld om daar rond te lopen.''

In Suriname trof ze niet alleen een arm land, maar ook kwam ze midden in de jeugd van haar vader terecht. Toevallig bleek ze een huis te hebben gehuurd tegenover het huis waar haar vader was opgegroeid. Pas na twee maanden vond ze de moed om aan te kloppen. Er woonde nog steeds familie, en ze werd met open armen ontvangen. ,,Ze herkenden mij van de foto's waar het huis vroeger mee volhing. Mijn broertjes en ik waren de enige kleinkinderen van mijn oma.'' Om de hoek woonde nog een oudtante, die haar vertelde dat de school waar ze stage liep dezelfde was als waar haar vader zijn aap-noot-mies had geleerd.

Haar stage-ervaring was uiteindelijk een warm bad van herkenning. Pang Atjok: ,,Pas toen ik terugkwam in Nederland drong het tot me door dat ik iets had gemist. Ik voelde me veel completer dan voorheen. Nu voel ik me ook Surinamer en heb ik dat deel van mezelf geaccepteerd.''

Een stage in het buitenland is een uitgelezen manier om je Nederlanderschap te herdefiniëren, zegt Han van der Horst, voorlichter van de Nuffic en schrijver van het boek Het beste land van de wereld. Van der Horst: ,,Je hele normen- en waardenstelsel komt op de helling te staan. Dus in het buitenland leer je goed wat het betekent om Nederlander te zijn.'' Ook kan het goed zijn voor je carrière om een tweede thuisland te hebben. Van der Horst: ,,Een dubbele culturele identiteit is een enorme verrijking. Daar moet je gebruik van maken. Iemand die in verschillende samenlevingen adequaat kan optreden, heeft de toekomst. Hoe meer paspoorten hij heeft, hoe beter.''

En hoe meer talen hij spreekt. De Nijmegenaar Sinan Can, destijds student journalistiek aan de Fontys Hogeschool in Tilburg, werd uit tientallen aanmeldingen uitverkoren om een stage te lopen bij de Turkse afdeling van nieuwszender CNN. Zijn unique selling point: als `buitenlandse' Turk die zijn opleiding in Nederland had gevolgd sprak hij vloeiend Nederlands en Engels, en kon hij zich redelijk redden in het Duits, Spaans en Frans. Zijn talenkennis gaf hem een flinke voorsprong op de concurrentie in Istanbul.

Dat de stage bij CNN zijn carrière flink vooruit heeft geholpen staat voor journalist Sinan Can als een paal boven water. ,,Op mijn CV staat: CNN, Turkije, acht maanden. Mensen hier zijn daar best van onder de indruk. Je bent opeens een Turk met een goed verhaal.'' Na een kort redacteurschap bij de Nederlandse Moslimomroep kon hij eind 2004 terecht bij het NPS-programma Premtime. Onlangs werd hij geselecteerd voor het zomerkamp voor veelbelovende journalisten van Zembla, en heeft hij goede hoop als eerste allochtoon bij het prestigieuze documentaireprogramma te worden aangenomen.

Ook Rachida El Johari vond meteen na haar stage een baan in Nederland. Ze gaat werken als arbeidsrechtadvocaat bij het kantoor CBS Derks Star Busman. Was een échte baan in het moederland voor deze studenten geen optie?

Can sluit zeker niet uit dat hij zich ooit nog eens in Turkije zal vestigen. ,,Het is afwachten hoe het loopt met het Europaproces.'' Pang Atjok ziet zichzelf niet definitief in Suriname wonen, alhoewel het solliciteren naar een baan als leerkracht in Nederland nog niet zo wil vlotten. Ze wil wel graag terug naar Suriname. ,,Misschien voor een paar maanden, om er te werken. Ik zou vast wel bij mijn familie terechtkunnen. Maar van het inkomen van een leerkracht kun je daar gewoon niet rondkomen.''

    • Tatiana Scheltema