`De minister kan niet alles van A tot Z lezen' (Gerectificeerd)

Er komt toch geen verbod op losse spullen in auto's. Minister Peijs was niet op de hoogte van de reikwijdte van haar eigen voorstel. Een ambtelijke omissie, zegt haar woordvoerder.

Het VVD-Kamerlid Hofstra vindt het ,,eigenlijk toch een futiliteit''. Daarentegen oordeelt de woordvoerder van minister Karla Peijs (Verkeer, CDA) dat we ,,rouwig kunnen zijn omdat het imago van de minister een deuk heeft opgelopen''.

Minister Peijs (Verkeer en Waterstaat, VVD) is terug van vakantie en gaat iets recht zetten dat twee weken geleden, tijdens haar afwezigheid, tot hilariteit heeft geleid: het verbod op losse spullen in de auto. Kamerleden van oppositie en – opvallend – ook van de regeringsfracties spraken van een 1-aprilgrap en een onzinnige maatregel.

Peijs koos deze week het weekblad Elsevier als uitlaatklep, want daar werd toch al gewerkt aan een reconstructie van het ingrijpende besluit. Haar verklaring komt er op neer dat ze dacht dat het om een regeling voor het rolstoelvervoer ging. Ze maakt haar ambtenaren het verwijt dat die haar niet attent hebben gemaakt op de reikwijdte van het verbod. Dat het zou gaan om alle autoverkeer. Om er direct aan toe te voegen dat ze natuurlijk wel de politieke verantwoordelijkheid neemt voor het besluit.

Waar het op neerkomt is dat minister Peijs de stukken die ze ondertekende en naar de Tweede Kamer stuurt, niet goed leest. ,,De minister kan natuurlijk niet elk stuk van A tot Z lezen'', erkent haar woordvoerder. Het Kamerlid Verdaas (PvdA): ,,Ik begrijp best dat een minister niet alle wetsartikelen en bijlagen nog eens na gaat lezen. Maar het is toch wel suf dat je wekenlang niets laat horen als er zoveel ophef over een maatregel ontstaat. Peijs had eerder in moeten grijpen. '' Net als VVD'er Hofstra, die twee weken geleden scherp uithaalde naar Peijs, wil Verdaas de kwestie laten rusten: ,,Er is nu wel genoeg over gezegd''.

Op 11 juli stuurde Peijs een wijziging van het vervoersreglement naar de Tweede Kamer. De al langer bestaande bepaling dat een bestuurder van een voertuig ,,bij het besturen niet door passagiers, lading of op andere wijze mag worden gehinderd'' werd aangevuld met een verbod. Dat moest volgens Peijs aldus luiden: ,,In het voertuig zijn geen losse voorwerpen aanwezig die het risico op letsel bij een noodstop, een aanrijding of een botsing kunnen verhogen''. Dat ging de Kamerleden veel te ver. Ze vroegen zich bovendien af wie dat zou gaan controleren.

Een terechte vraag, zegt de woordvoerder van Peijs. ,,De minister wil geen wetgeving die niet te handhaven is''. Het berust allemaal op een misverstand, is zijn conclusie. De minister dacht dat het verbod alleen betrekking had op het rolstoelvervoer. Uit onderzoek was gebleken dat er nogal wat onveilige situaties voorkomen in deze branche, onder meer door losliggende spullen. De ambtenaren van Peijs concludeerden dat een regeling hiervoor niet alleen moest gelden voor het speciale vervoer, maar ook voor het gewone personenvervoer, en dus voor alle auto`s. ,,Niemand wees Peijs er op dat de strekking van deze tekst veel verder ging'', aldus de woordvoerder. Hij spreekt van een ambtelijke omissie. Gebruikelijk is dat ambtenaren via een zogenoemde oplegnotitie bij een wetstekst of ander voorstel even precies aangeven waar het over gaat. Op de vraag of één of meer ambtenaren nu het ergste kunnen verwachten, zegt de woordvoerder dat daar geen sprake van is. ,,Juist door hun inzet doen we het op wereldniveau met de verkeersveiligheid heel goed''. Maar hij geeft toe dat het ,,een beetje jammerlijk gelopen is''.

In de Nederlandse politiek-ambtelijke verhoudingen is het gebruik dat de minister altijd de verantwoordelijkheid neemt voor wat ambtenaren van zijn of haar departement doen. Maar in de jaren negentig waren er al diverse openlijke botsingen tussen ministers en topambtenaren. Zoals minister Sorgdrager (Justitie) met procureur-generaal Docters van Leeuwen, en tussen minister Jorritsma (Economische Zaken) met haar secretaris-generaal Van Wijnbergen.

Ook bij dit kabinet is het niet de eerste keer dat een minister afstand neemt van een eigen ambtenaar. Minister Bot (Buitenlandse Zaken) maakte in mei in de kwestie rond het Kamerlid Karimi (GroenLinks) een harde opmerking over zijn woordvoerder. Karimi was die maand op de luchthaven in Teheran door douanepersoneel bedreigd. Ook waren haar visitekaartjes afgenomen van in hoofdzaak tegenstanders van het Iraanse regime die zij had bezocht. Bots woordvoerder verklaarde na dit incident dat Karimi ,,onzorgvuldig en onvoorzichtig'' had gehandeld, een typering die vooraf zou zijn afgestemd met de minister. Na kritiek van de Tweede Kamer verklaarde diezelfde minister in het parlement dat dit een ,,ongelukkige uitlating'' was geweest van zijn woordvoerder.

Eind 2002 bracht minister De Geus (Sociale Zaken) naar buiten dat hij een uitlekt, vergaande concept-wet over de WAO ,,in de prullenbak'' had gegooid, in aanwezigheid van de uitvoerende ambtenaar. De Geus zei destijds dat zijn ambtenaren ,,te ver waren doorgedraafd''.

VVD-er Hofstra over Peijs: ,,Wel vreemd dat ze zo reageert en de ambtenaren hierin betrekt. Ze had ook kunnen zeggen: sorry, ik heb een fout gemaakt''.

Rectificatie

In het artikel `De minister kan niet alles van A tot Z lezen' (3 augustus, pagina 3) staat eerst dat minister Peijs van Verkeer en Waterstaat lid van het CDA is, daarna dat zij VVD-lid is. Peijs is van het CDA.

    • Harm van den Berg