De landing ging nog, maar toen brak de hel los

De passagiers van vlucht 458 renden voor hun leven toen na de landing brand uitbrak. ,,Ze hoefden geen tweemaal te zeggen dat we moesten springen.''

Voor de tweede opeenvolgende avond hief Roel Bramar uit Toronto gisteren een glas champagne. Eergisteren was hij te gast op een bruiloft in Parijs; gisteravond vierde hij dat hij levend was thuisgekomen. Samen met een Franse vriend was hij aan boord van het toestel van Air France dat gisteren werd verwoest bij de landing op de luchthaven Pearson in Toronto.

,,Ik dacht dat het afgelopen was,'' zei Bramar tegen de Canadese televisie na de misgelopen landing van vlucht 458 bij ernstig noodweer. ,,De landing leek te snel, maar we landden en daar waren we tevreden over. Maar toen brak de hel los. We werden heen en weer gesmeten, en op en neer. Het was de ergste rit op een achtbaan die ik ooit heb meegemaakt.''

Bramar, een zeiler die de Atlantische Oceaan heeft overgestoken en wel wat gewend is, was een van de eerste passagiers die het vliegtuig ontvluchtten. Met zijn vriend Olivier Dubois zat hij in de achterste rij van het toestel, pal bij de nooduitgang. Hij zag dat de buitenkant van het vliegtuig in brand was gevlogen. Stewardessen openden de deuren, en de glijbanen kwamen tevoorschijn.

,,Ze hoefden geen tweemaal te zeggen dat we moesten springen,'' aldus Bramar. ,,Ik sprong naar buiten en het enige wat ik dacht was: ren zo hard als je kunt om bij de vlammen weg te komen. Als je rook ruikt en je ziet vlammen bij het raam, dan neem je niet bepaald de tijd om je schoenen aan te trekken. Je klimt ook niet terug de glijbaan op om te zien wat er verder in het vliegtuig gebeurt. Ik heb het alleen maar op een lopen gezet.''

Ook Dubois dacht dat hij aan zijn einde was gekomen. ,,Het vliegtuig ging veel te snel bij de landing,'' zei hij. ,,We renden door het veld en overal waren vlammen. We mogen van geluk spreken dat iedereen levend uit het vliegtuig is gekomen.'' Bramar en Dubois renden naar de snelweg die langs de landingsbaan loopt, en werden als lifters opgepikt door ,,een aardige mevrouw''. Bramars zoon bracht het tweetal vervolgens naar huis. De meeste andere passagiers kwamen met de schrik vrij; ongeveer 43 van hen werden naar ziekenhuizen gebracht met lichte verwondingen.

Thuisgekomen, champagne in de hand, kon Bramar al een beetje om het ongeluk lachen. Ironisch genoeg had hij zijn declaratiekaart voor de Canadese douane deze keer naar waarheid ingevuld, schertste hij, en al zijn buitenlandse aankopen opgegeven. ,,Ik had hele leuke dingen gekocht in Parijs, en die zijn er nu niet meer. Maar op een moment als dit maakt dat niet uit. Godzijdank heb ik het overleefd.''

    • Frank Kuin