China is machtig op oliemarkt

Chinese vraag voert de olieprijzen op. Er is haast geen productiecapaciteit meer over. Een Iran-crisis kan de oliemarkten helemaal op stelten zetten.

Is er wel genoeg olie? Tot voor kort werd gezegd van wel, vooral door oliekartel OPEC. Aan ons ligt het niet hoor, dat de prijzen zo hoog zijn, wij zorgen ervoor dat er genoeg olie op de markt is, herhaalde de OPEC almaar – het oliekartel dat goed is voor bijna 40 procent van de mondiale olieproductie.

De OPEC, de organisatie van olie-exporterende landen, verminderde na de aanslagen van 11 september 2001 de olieproductie weliswaar, maar zette haar oliepolitiek vervolgens als een Weense wals voort: uitbreiding van de productie in de zomer van zomer 2004, inkrimping eind 2004, uitbreiding voorjaar 2005.

De politiek van de OPEC weerspiegelt nervositeit. Bij het kartel zit de angst er diep in dat de situatie van 1998 zich zal herhalen. De OPEC voerde toen de productie op net op het moment dat de Azië-crisis uitbrak. De olieprijzen kelderden tot 10 dollar per vat. Dat nooit meer, is sindsdien grondwet van het kartel.

Vorig jaar was er inderdaad genoeg olie, dat wil zeggen zware olie. Aan lichte olie was een tekort. Op zware, meer zwavelhoudende olie gaf Saoedi-Arabië, tot ergernis van Iran dat haast uitsluitend zware olie produceert, al forse kortingen om die olie maar te kunnen slijten. Deze olie moet speciaal geraffineerd worden om te voldoen aan de milieu-eisen in Europa en de Verenigde Staten, maar de raffinaderijen waar dit kan gebeuren draaien op volle toeren voor de lichte olie en hebben voor de zware olie geen extra capaciteit. China bekommert zich minder om het milieu en neemt wel de zware olie af. Door de almaar stijgende vraag uit China is de Saoedische korting sinds vorig jaar dan ook aanzienlijk geslonken.

Dit voorjaar sloeg de stemming om. De energieministers van de 26 industriestaten die lid zijn van het Internationale Energie Agentschap (IEA) waarschuwden voor een mondiaal energietekort. Het IEA zelf had inmiddels toegegeven de mondiale vraag naar olie onderschat te hebben. Zo schommelde in het eerste kwartaal van dit jaar het wereldaanbod rond 84 miljoen vaten olie per dag en zat de vraag daar maar net onder. Investeringen van vele miljarden dollars in exploratie, productie en raffinage zijn nodig, zeiden de ministers.

Westerse olieconcerns zoals Shell voelden zich niet aangesproken. De drie grootste – naast Shell het Britse BP en ExxonMobil uit de VS – nemen maar 10 procent van de mondiale olieproductie voor hun rekening, de waarschuwing is dus geadresseerd aan de staatsoliemaatschappijen, zeiden ze bij Shell. En die staatsoliemaatschappijen zijn vooral in de OPEC te vinden, zoals bijvoorbeeld in Saoedi-Arabië waar de westerse oliemaatschappijen hebben geprobeerd weer voet aan de grond te krijgen. Drie jaar geleden mislukten de onderhandelingen over westerse olie-investeringen onder het toeziend oog van kroonprins Abdullah, nu de nieuwe Saoedische koning. Het land met veruit de grootste oliereserves ter wereld heeft dit jaar de rijke industrielanden toegezegd zijn productiecapaciteit zelf fors te zullen uitbreiden – de eerste forse uitbreiding sinds de jaren zeventig. Maar komt die op tijd?

Saoedi-Arabië is altijd de swing producer in de wereld geweest, dankzij de reservecapaciteit. Dreigde er een tekort, Saoedi-Arabië vulde het aan. Maar de Chinese olievraag heeft dit `aanbodkussen' weggeslagen. En dat maakt de oliemarkten hypernerveus. Elke nieuwsontwikkeling doet de prijzen (nu boven de 60 dollar per vat) verder omhoogschieten, zoals een orkaan in de Golf van Mexico of de Saoedische troonswisseling of de nu dreigende crisis rond de nucleaire plannen van Iran.

Zolang de industriële wereld olie als veruit belangrijkste grondstof verbruikt, blijft de OPEC met zijn drie keer zo grote oliereserves als de niet-OPEC-landen zoals Rusland, Mexico, Noorwegen van vitale betekenis voor de wereldeconomie. En binnen die OPEC neemt Iran met zijn oliereserves de op één na belangrijkste plaats in. Een crisis rond de atoompolitiek van dat land, zou de rol van netto-olie-importeur China een extra, voor de rijke industrielanden zelfs gevaarlijke dimensie kunnen geven.

Nog verbruikt China per hoofd van de bevolking maar een fractie aan olie van wat de VS verbruiken. Maar de vraag begint er pas op stoom te komen. China heeft voor zijn expansie en interne stabiliteit olie hard nodig. Wat als de ayatollah's hun oliewapen tegen de rijke industrielanden zouden richten, maar niet tegen een welwillend China?

    • Paul Friese