Britse `rugbywelpjes' mogen slechts toekijken

Toprugby wordt bezuiden de evenaar gespeeld, weten Australië, Nieuw Zeeland en Zuid-Afrika. Zaterdag begon hun drielandentoernooi, de Tri Nations.

Moord en brand schreeuwden de Britse sportmedia, en wie niet beter wist zou hebben vermoed dat de gekte had toegeslagen in het Verenigd Koninkrijk. Zelfs Wimbledon, 's werelds oudste en beroemdste tennistoernooi, moest in de kranten een pas op de plaats maken. En waarom? Omdat het Brits/Ierse rugby-invitatieteam, uitgerust met de onheilspellende naam The British & Irish Lions, drie keer op rij had verloren van Nieuw Zeeland tijdens een oefentoernee.

Nou en? Een oefentrip is een `maar' een oefentrip en een officiële status heeft de gelegenheidsformatie niet. Waar maakten de Britten en in mindere mate de Ieren zich in hemelsnaam druk om?

Maar zo eenvoudig liggen de zaken niet op de Britse eilanden, waar het begrip `sportieve eer' van oudsher een zwaardere lading heeft dan op het Europese vasteland. De geschiedenis van het gecombineerde touring team, met spelers uit de vier zichzelf Home Nations noemende landen van het vijftienmansrugby (Engeland, Ierland, Schotland en Wales), gaat terug tot 1888. Dat jaar werd de eerste oversteek een slopende reis per boot naar het zuidelijk halfrond (Australië en Nieuw Zeeland) gemaakt.

Die traditie duurt voort, sinds 1989 om de vier jaar naar een van de drie zuidelijke rugbygrootmachten (Australië, Nieuw Zeeland en Zuid-Afrika), met alle rituelen en media-aandacht vandien. Een oefentoernee is het slechts in naam, zoals dat ook in het cricket het geval is, want van een vrijblijvend uitje is geen sprake. Integendeel: de trip van de fine fleur van het Brits/Ierse rugby naar het zuiden wordt in de Angelsaksische (sport)wereld beschouwd als niets meer of minder dan het officieuze equivalent van het wereldkampioenschap rugby, dat van veel recenter datum (1987) is.

En laat Lions-hofleverancier Engeland nu de laatste editie van dat toernooi, bijna twee jaar geleden, hebben gewonnen. Als eerste natie van het noordelijk halfrond. Dat zijn ze nog niet vergeten bezuiden de evenaar, daar waar rugby als een religie wordt beleefd. Vooral in Nieuw Zeeland. ,,We zijn opnieuw gekoloniseerd'', was een veelgehoord en veelzeggend zinnetje, kort na Engelands zege op gastland en titelverdediger Australië.

Want rugby behoort de `zuiderlingen' naar eigen zeggen toe, en niet de `noorderlingen'. Rugby weerspiegelt immers hun volksziel. Met blote handen ontgonnen de eerste kolonisten destijds het woeste land, in zowel Australië, Nieuw Zeeland als Zuid-Afrika. Diezelfde vastberadenheid etaleren hun nakomelingen op het veld. Zeker zodra de tegenstander van Britse signatuur is.

Dat ondervond Brian O'Driscoll. Het eerste oefenduel was nog geen drie minuten of de Ierse sterspeler en Lions-aanvoerder moest met een ontwrichte schouder per brancard van het veld. Het bleek de voorbode van een desastreuze campagne. Zelfs een tussentijds bezoek van kroonprins William kon het tij niet keren. Nieuw Zeeland won niet alleen drie keer van de gelegenheidsformatie, The All Blacks liepen hun collega's letterlijk omver: 21-3, 48-18 en 38-19.

Zo diep waren de Lions niet vernederd sinds 1983 en de coach die Engeland in november 2003 naar de wereldtitel leidde, Sir Clive Woodward, tuimelde van zijn voetstuk. In de pers kreeg hij de volle laag. Woodward teerde op de vergane glorie van `zijn' Engeland, had de verkeerde spelers geselecteerd en bleek technisch/tactisch niet in staat het noodlot af te wenden. En dan te bedenken dat de campagne in totaal een slordige dertien miljoen euro had gekost.

Slotconclusie: het statische noorden had een les in modern (want dynamisch) rugby gehad van de Nieuw-Zeelanders, die kracht aan snelheid paren. ,,Onze leeuwen blijken in werkelijkheid een stel goedaardige welpjes'', was het eensluidende oordeel. Met de staart tussen de benen keerde de ploeg vorige maand terug. Al hield Woodward zich groot met de opmerking dat ,,de wereldbeker nog steeds in ons bezit is en Nieuw Zeeland al sinds 1987 geen wereldkampioen meer is''. Vooral die laatste woorden zetten kwaad bloed. Woodward toonde zich een slecht verliezer. ,,Sir Clive doet er verstandig aan een kijkje te komen nemen bij de Tri Nations'', riposteerde zijn Nieuw-Zeelandse collega Graham Henry. Dat toernooi, de zuidelijke tegenhanger van Europa's Zeslandentoernooi, begon zaterdag met het duel tussen titelverdediger Zuid-Afrika en Australië, en vertegenwoordigt het beste van het beste in het toprugby.

Het drielandentoernooi beleeft zijn tiende editie, en ontstond in de nasleep van het succesvolle WK in Zuid-Afrika (1995). Dat toernooi markeerde een omslagpunt. Rugby zette, onder invloed van mediatycoon Rupert Murdoch, het amateurisme overboord en werd professioneel. De Australisch-Amerikaanse zakenman was bereid de geldbuidel te trekken, op voorwaarde dat zijn tv-stations met enige regelmaat `grote' wedstrijden konden uitzenden. Daarvoor moest Murdoch in het zuiden zijn.