Servië en Macedonië ruziën om bisschop

Servië en Macedonië hebben ruzie – een ruzie die inmiddels het stadium van de stille verwijten en verzoeken voorbij is en tot sancties heeft geleid.

In het middelpunt van de ruzie staat Zoran Vraniškovski, een prelaat van de Servisch-orthodoxe kerk die beter bekend staat als Jovan, aartsbisschop van het Macedonische Ohrid, tevens metropoliet van Skopje. Jovan, een Macedonische staatsburger, werd eerder dit jaar door een Macedonische rechtbank veroordeeld tot anderhalf jaar gevangenisstraf wegens het ,,aanzetten tot religieuze en nationale haat''. Hij deed dat volgens de rechtbank door een kerkkalender te publiceren die beledigend was voor Macedoniërs.

Vorige week dinsdag begon Bisschop Jovan aan zijn gevangenisstraf, ondanks talrijke oproepen uit Servië om hem gratie te verlenen. De Macedonische regering zei zich niet met uitspraken van de onafhankelijke rechter te kunnen bemoeien en dus niets voor Jovan te kunnen doen. Sindsdien zijn de gemoederen in Belgrado elke dag hoger opgelopen.

Het bontst maakte het de Servische minister van Kapitaalinvesteringen, Velimir Ilić. In een brief aan de Macedonische president Branko Crvenkovski en in een artikel vaardigde hij sancties uit tegen Macedonië. Hij gaf opdracht twee Boeings die door de Servische luchtvaartmaatschappij JAT zijn verhuurd aan de Macedonische luchtvaartmaatschappij MAT, aan de grond te houden. ,,We investeren miljarden in de aanleg van een snelweg waarmee Macedonië Europa binnentreedt en zó betalen ze ons terug'', aldus Ilić. Gisteren zei hij dat MAT de huur voor de vliegtuigen niet had betaald. ,,Ik heb bevolen de toestellen aan de grond te houden en alle vluchten te staken. We kunnen de arrestatie van een bisschop niet tolereren en we hebben geen reden om samen te werken.'' Hij beschuldigde de regering in Skopje ervan ,,een onoverbrugbare kloof'' tussen beide landen te slaan.

Nu kán Ilić helemaal geen opdracht geven de verhuurde toestellen aan de grond te houden, omdat de huur per contract is geregeld. Maar bij de MAT werd gisteren wel bevestigd dat de JAT één van haar Boeings terug wil hebben wegens ,,gewijzigde vluchtschema's''. De MAT heeft de eis van de JAT vooralsnog genegeerd.

Vandaag volgde een tweede sanctie. Macedonië viert vandaag Ilinden, de nationale feestdag, de herdenking van de Macedonische opstand tegen de Turken die begon op 2 augustus 1903. Op die feestdag bezoekt de Macedonische leiding altijd het orthodoxe klooster in Prohor Pčinjski, aan de Servische kant van de grens met Macedonië, waar op 2 augustus 1944 de basis werd gelegd voor de vorming van een Macedonisch parlement. Altijd, maar niet vandaag, want, zo meldde Skopje, ditmaal hadden de Servische president en de Servische premier toestemming voor het bezoek van de Macedonische president Crvenkovski aan het klooster afhankelijk gemaakt van de vrijlating van Jovan. Dat werd in Belgrado prompt ,,categorisch'' ontkend.

Achtergrond van de ruzie is een veel oudere ruzie tussen de Servisch-orthodoxe en de Macedonisch-orthodoxe kerk. In de jaren vijftig verleende de Servische orthodoxe kerk de Macedonisch-orthodoxe kerk autonomie. In 1967 scheidde de Macedonisch-orthodoxe kerk zich af: zij verklaarde zich eenzijdig autocefaal – onafhankelijk. Die onafhankelijkheid wordt door de Servische kerk niet erkend – die erkent zelfs de Macedonische staat niet. In een reactie op de afscheiding van de Macedonische kerk benoemde de Servisch-orthodoxe kerk vervolgens eigen bisschoppen in Macedonië, die de Macedoniërs op hun beurt niet erkenden. Zo kwam Jovan op de bisschopszetel van Ohrid terecht.

De Macedonische regering erkent en steunt haar eigen kerk, net zoals de Servische regering haar eigen kerk erkent en steunt: in de orthodoxe wereld is de autocefale kerk traditioneel een nationaal instituut, een belangrijke steunpilaar voor de onafhankelijkheid van de staat en de soevereiniteit van het volk. In die zin – zo schrijft vandaag het Servische nieuwsbulletin VIP – is in Macedonië de Servische eis dat de Macedonisch-orthodoxe kerk terugkeert tot de Servisch-orthodoxe kerk altijd geïnterpreteerd als een poging om de Macedonische nationale identiteit te ontkennen en de Servische nationale aspiraties te onderstrepen. Het gaat bij bisschop Jovan om meer dan zomaar een beledigende kalender.