Roze bril maakt blind

Generalisaties zijn onvermijdelijk en soms zelfs wenselijk om de complexe maatschappij te kunnen vatten, en een effectief beleid te voeren, vindt Maarten Berg.

Niet zelden halen verdedigers van de multiculturele samenleving het toverwoord `generaliseren' van stal. Zo ook Gerard te Meerman die zich zorgen maakt over het generaliserende beeld dat Geert Wilders schept van de moslimgemeenschap in Nederland (Opiniepagina, 26 juli). Ten onrechte wordt de generalisatie steevast (niet alleen door Te Meerman) als een menselijke tekortkoming voorgesteld.

Vanuit een meer positieve benadering is de generalisatie echter een functioneel instrument dat mensen in staat stelt om in de chaotische brei van indrukken en informatie patronen te zien en orde te scheppen. Verder hangt de hele sociale wetenschap in feite van generalisaties (statistische verbanden) aan elkaar. Die generalisaties zijn vaak veel belangwekkender dan individuele gevallen. Dat Marja zich achtergesteld voelt door haar baas, boeit niet erg. Maar wanneer Nederlandse vrouwen gemiddeld minder betaald krijgen voor hetzelfde werk dan mannen, is dat een interessant gegeven. Dat gegeven is misschien generaliserend (want niet alle bazen discrimineren hun vrouwelijke werknemers), maar toch belangrijk.

Het feit dat de moslimgemeenschap een relatief grote bijdrage levert aan problemen als de WAO, werkloosheid, criminaliteit, seksuele intimidatie, terrorisme, antisemitisme, homohaat en de te grote vraag naar gezondheidszorg, is minstens zo belangrijk. Ook is het opmerkelijk dat Te Meerman zelf generaliseert. Zo roemt hij (overigens terecht) de tweede generatie Chinezen in Nederland. Alle Chinezen van die generatie? Is dat niet generaliserend? Of is generaliseren wel toegestaan, wanneer het in je eigen straatje past?

Met zijn voorbeeld van de Chinezen erkent Te Meerman het bestaan van collectieven en onderscheidt hij zich slechts door inconsequentie van Wilders. Maar het belangrijkste argument tegen het generalisatieverhaal is de verlammende uitwerking ervan. Want wanneer de problemen met de moslimgemeenschap, nu al niet misselijk, de komende jaren zouden verdubbelen of zelfs vertienvoudigen, zou hij zich nog steeds op dezelfde redenering kunnen beroepen: ,,Niet iedere moslim geeft problemen, dus we moeten vooral niet generaliseren.''

Liever zie ik dat politici alle beschikbare sociologische, criminologische of wat voor kennis dan ook gebruiken om de belangen van de burgers die zij vertegenwoordigen te dienen. Helaas kiest Te Meerman voor defaitisme. ,,Nederland is een immigratieland, of we dat nu willen of niet.'' Maar zou Nederland echt een immigratieland zijn, als iedereen de opvattingen van Wilders deelde? Natuurlijk niet. Niemand hoeft het met Wilders' opvattingen eens te zijn (je mag ze zelfs verwerpelijk vinden), maar het is kletskoek om te stellen dat de politiek hier buitenspel staat. Het gaat om politieke wil. Uit het betoog van Te Meerman blijkt herhaaldelijk dat hij de immigratie van moslims niet wil afremmen. Dat is opmerkelijk. Wanneer etnische spanningen en reeds genoemde problemen rechts én links zorgen baren, kun je op zijn minst besluiten om de situatie te stabiliseren en even pas op de plaats te maken. Zeker omdat je je überhaupt kunt afvragen of een klein land met 16 miljoen inwoners en een tekort aan wegen, huizen en leefbaarheid nieuwe inwoners nodig heeft. Maar vanuit de zelfoverschatting die vaak zo typerend is voor Nederland, denkt Te Meerman dat we tot geen andere keuze kunnen komen dan iedere wereldburger die zich hier wil vestigen van zijn ,,frustratie'' af te helpen en hem moeten zien ,,als een positieve bijdrage aan onze samenleving''.

Daarmee lossen we volgens hem ook meteen onze vergrijzingproblemen op. Hij vergeet dat we al hebben geëxperimenteerd met immigratie als oplossing voor krapte op de arbeidsmarkt. Hij vergeet dat immigranten niet altijd een positieve bijdrage hebben geleverd aan onze samenleving.

Natuurlijk moet Wilders soms kiezen voor een meer constructieve toon. Natuurlijk moet Nederland waakzaam zijn voor discriminatie en uitsluiting. Maar laten we de voorkeur geven aan grotere arbeidsparticipatie boven het importeren van nieuwe problemen. Alleen door de sombere realiteit onder ogen te zien en passend beleid door te voeren kan de Nederlandse samenleving weer tot rust komen.

Maarten Berg is econometrist, psycholoog en promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

www.nrc.nl/opinie : Artikel Gerard te Meerman.