Riad wacht wisseling van generaties

De nieuwe koning van Saoedi-Arabië, Abdullah, heeft al jaren de touwtjes in handen. Maar dit betekent niet dat er niets gaat veranderen.

In alle delen van de wereld hebben staatshoofden en regeringsleiders de laatste eer bewezen aan koning Fahd Ibn Abdel Aziz, de Saoedi-Arabische monarch en zelfbenoemde `Hoeder van de Twee Heilige Plaatsen' (Mekka en Medina) die vandaag tijdens een sobere plechtigheid in de hoofdstad Riad wordt begraven. Tegelijkertijd begroetten en feliciteerden zij de nieuwe koning Abdullah.

De troonsopvolging, die morgen ceremonieel zal worden bekrachtigd, komt niet onverwachts. Aangezien Abdullah de afgelopen tien jaar al de facto de meeste taken van zijn door een beroerte getroffen halfbroer had overgenomen, zal er volgens waarnemers politiek niet zo heel veel veranderen.

Toch is dat niet zeker. Volgens sommige waarnemers kan de nieuwe koning, nu hij morgen ook formeel de troon zal bestijgen, een onafhankelijker en dus scherper beleid voeren dan in de afgelopen jaren. Dat de opvolging verwacht was, betekent niet dat zij ook automatisch geschiedde, schrijft bijvoorbeeld Simon Henderson van The Washington Institute. Om de laatste stap naar het koningschap te zetten, was het voor Abdullah van belang de eed van trouw te ontvangen van de andere belangrijkste prinsen (en dus potentiële rivalen om de troon) uit het Saoedische koningshuis, en als imam (religieus leider) te worden erkend door het religieuze establishment.

Maar ook nu Abdullah die steun heeft verworven, is het allerminst zeker dat de kwalificatie `business as usual' de komende jaren blijft gelden. De gisteren benoemde koning is ook al 81 jaar en mogelijk nog ouder. Menselijkerwijs moet rekening worden gehouden met een koningschap dat misschien maar enkele jaren duurt. Dan zou de opvolging verschuiven naar de andere nog in aanmerking komende zonen van Abdel Aziz Ibn Saud, in 1932 de grondlegger van Saoedi-Arabië. Maar dat zijn ook allemaal prinsen op gevorderde leeftijd, in ieder geval van boven de zeventig. De eerste onder hen, de nieuwe kroonprins Sultan, thans minister van Defensie, is 77 jaar oud.

Volgens analisten moet daarom rekening worden gehouden met relatief korte regeerperiodes in de komende jaren, en dus een zekere mate van instabiliteit – tenzij het Saoedische koningshuis zou besluiten toekomstige dynastieke opvolging te zoeken in een nieuwe generatie van prinsen, de daarvoor in aanmerking komende kleinzoons van Abdel Aziz. Enkele namen die worden genoemd zijn die van prins Saud al-Faisal (minister van Buitenlandse Zaken), prins Turki al-Faisal (onlangs benoemd tot ambassadeur van zijn land in de Verenigde Staten) en prins Khaled Ibn Abdel Aziz (was commandant van de verenigde Arabische strijdkrachten tijdens de eerste Golfoorlog).

Onder koning Fahd en het feitelijke bestuur van kroonprins – vanaf morgen koning – Abdullah is Saoedi-Arabië de afgelopen jaren op buitenlands vlak vooral bezig geweest met het herstellen van de vertrouwensband met de VS, de belangrijkste westerse bondgenoot.

:pagina ]

Koning Fahd won in de aanloop tot eerste Golfoorlog in 1990 de eeuwige vriendschap van de toenmalige Amerikaanse president George Bush door stationering toe te staan van Amerikaanse en andere buitenlandse troepen op Saoedische bodem.

Maar de `Hoeder van de Twee Heilige Plaatsen' onderschatte vervolgens schromelijk de vijandelijke sentimenten in islamitische kring die hij daardoor had losgeweekt. Zo heeft Osama bin Laden, de uit Saoedi-Arabië afkomstige oprichter van het internationale terreurnetwerk Al-Qaeda, bezworen het Saoedische koningshuis om die wandaad te verdrijven uit het heilige land.

Zelfs na de terreuraanvallen in de VS op 9/11, toen bleek dat vijftien van de negentien daders uit Saoedi-Arabië kwamen, bleven de Saoedische autoriteiten het bestaan van een terreurprobleem in eigen land ontkennen. Pas na een serie gecoördineerde zelfmoordaanslagen op wooncomplexen voor buitenlanders in Riad in mei 2003 ontdekten ze dat ze zelf een groot extremistenprobleem hadden.

Dat heeft sindsdien geleid tot een aantal zeer beperkte hervormingen, op het gebied van onderwijs, door het aanpakken van haatpredikers, en bij het doorvoeren van bestuurlijke vernieuwingen. Zo vonden in februari dit jaar voor het eerst sinds veertig jaar lokale verkiezingen plaats in Saoedi-Arabië. En het ziet er naar uit dat bij volgende verkiezingen ook voor het eerst vrouwen mee mogen doen.

Maar met die stapjes is nog lang geen eind gemaakt aan het autoritaire karakter van het Soedische regime, in casu de macht van het Saoedische koningshuis in een combinatie met de strenge geestelijkheid, en dat vervat in eeuwenoude tribale tradities die nauwelijks zijn veranderd ondanks de door de olie verkregen rijkdommen.

Vooral op binnenlands vlak kan de nieuwe koning zich onderscheiden van zijn voorganger, áls hij dat zou willen. Gisteren zei de woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken dat de VS niet van plan zijn Abdullah te gaan voorschrijven wat hij wel en niet moet doen. Maar Washington heeft al eerder laten blijken verdergaande politieke hervormingen in Saoedi-Arabië op prijs te stellen.

HOOFDARTIKEL: pagina 7