Kapitalisten danken recordwinsten aan communisten

Wie veel geld wil verdienen moet in Duitsland zijn. Dat vinden althans de professionele beleggers. Zij hebben er voor gezorgd, schrijft het Duitse weekblad Wirtschaftswoche, dat de Duitse aandelenindex DAX maar liefst 120 procent is gestegen sinds maart 2003, ,,sneller dan de meeste andere beurzen''. Dat mag zo zijn, maar het laat de kleine beleggers in Europa koud. Drie maanden geleden, aldus het blad, was slechts een kwart van hen van plan om op korte termijn nieuwe aandelen te kopen omdat ze niet geloofden dat de koersen op korte termijn zouden stijgen.

In werkelijkheid steeg de DAX in drie maanden 15 procent. ,,De stemming is net zo uitstekend als in 1998'', jubelt het blad. En bovendien, ,,de kopers krijgen ook iets voor hun geld''. Heeft een studie van ABN Amro niet uitgewezen dat Duitse ondernemingen weliswaar 10 procent minder winst opleveren dan andere Europese ondernemingen, maar ook 25 procent goedkoper zijn? De loonkosten in Duitsland zijn volgens investeringsbank Morgan Stanley 10 procent gedaald sinds 1999. De topeconoom van investeringsbank Goldman Sachs, Christoph Stanger, kwalificeert die ontwikkeling als ,,een sluipende revolutie op de arbeidsmarkt''. En Peter Oppenheimer, strateeg bij Goldman Sachs, weet het ook zeker: ,,Duitslands tijd is gekomen.''

Daar zullen de 25.000 Duitsers die bij IBM werken van opkijken. Want alleen al in Duitsland, aldus het Duitse weekblad Die Zeit, moeten er drieduizend banen verdwijnen. IBM doet dat niet door hen te ontslaan, maar door hen een ,,vrijwillig opheffingscontract te laten tekenen dat hen een afkoopsom garandeert''. IBM betaalt dat met het geld dat het verdiend heeft door de productie van personal computers voor 1,1 miljard dollar te verkopen aan het Chinese Lenonovo, denkt het blad. De ontwikkeling in Duitsland past in het IBM-beleid om zijn zwaartepunten in Japan en West-Europa te verplaatsen naar Oost-Europa, Azië en Latijns-Amerika.

Het verplaatsen van werk, de druk op de lonen, de groei van de winsten, de aanhoudend lage inflatiecijfers en zelfs de extreem hoge huizenprijzen in veel rijke landen zijn volgens het Britse weekblad The Economist allemaal een direct of een indirect gevolg van de economische groei in China. Door de entree van reusachtige landen als China, India en de voormalige Sovjet-Unie in de wereldeconomie is het arbeidsleger wereldwijd verdubbeld. De helft van die verdubbeling is te danken aan de Chinezen. Het aantal arbeidsplaatsen dat daadwerkelijk is verplaatst naar China en ander lagelonenlanden is volgens het blad in absolute cijfers gerekend klein, maar de dreiging dat het kán gebeuren, houdt de lonen in de rijke landen laag. Het aandeel van de lonen in het bruto nationaal product is lager dan het tientallen jaren is geweest. De winsten zijn navenant hoger. Vorig jaar steeg het aandeel van de winsten in het Amerikaanse bruto nationaal product tot 75 procent, hoger dan ooit sinds 75 jaar, aldus het blad. Het vergelijkbare cijfer in Europa en Japan was in geen 25 jaar zo groot geweest. De ironie wil, zo karakteriseert het blad de situatie, dat westerse kapitalisten hun voorspoed te danken hebben aan 's wereld grootste communistische land.

Het wonder van de aanhoudend lage inflatiecijfers is volgens het blad niet alleen te danken aan het beleid van de centrale banken, maar ook aan het feit dat de Chinezen de prijs van veel producten laag houden omdat ze zo goedkoop kunnen produceren. Zo is de gemiddelde prijs van schoenen en kleding in Amerika de laatste tien jaar 10 procent gezakt.

Ook de hoogte van de huizenprijzen is volgens het blad `made in China'. Door de entree van de Chinezen op de wereldmarkt zijn niet alleen de lonen lager en de winsten hoger geworden, maar is er ook heel veel geld verdiend, terwijl de centrale banken de rente laag houden. In feite is er volgens het blad sprake van een wereldwijde liquiditeitsbubble. Daardoor is veel geld lenen voor een hypotheek wel erg gemakkelijk geworden. Hoe het ook zij, concludeert het blad, de beslissingen van Chinese bureaucraten krijgen steeds meer invloed op de wereldeconomie ten koste van de invloed van westerse politici en bankiers.

Vakbonden kunnen weinig doen voor arbeiders in een auto- of staalfabriek, omdat hun banen zo gemakkelijk verplaatsbaar zijn naar lagelonenlanden. Dat is de reden, schrijft het Amerikaanse weekblad BusinessWeek, dat de Amerikaanse dienstenbonden zich willen losmaken van de overkoepelende vakcentrale AFL-CIO. Het doel van de dienstenbonden is om nieuwe aanhang te werven in de dienstensector, die goed is voor 70 procent van de economie. Want dat soort banen laat zich niet verplaatsen. Het zijn vooral de armere Amerikanen die de laagbetaalde banen in deze sector vullen. De Service Employees International Union (SEIU) heeft het ledental al weten op te krikken tot 1,8 miljoen mensen. Op dit moment is de SEIU bezig actie te voeren tegen het Franse Sodexho Alliance, de Britse Compass Group en het Amerikaanse Aramark. Deze bedrijven hebben meer dan een miljoen werknemers en zijn gespecialiseerd in voedselbereiding voor grote instellingen als ziekenhuizen.