Iran geeft IAEA enkele dagen respijt

Iran heeft de hervatting van onderdelen van zijn omstreden kernprogramma twee dagen uitgesteld. Dat heeft de hoge raad voor nationale veiligheid in Teheran gisteren laten weten.

Begin deze week kondigde Teheran de hervatting aan. Het zou gaan om het weer opstarten van de chemische conversie van vast uraniumoxyde naar gas (uranium-hexafluoride) in een door het Internationaal Atoomenergieagenschap (IAEA) verzegelde fabriek op het nucleaire complex in de buurt van Isfahan. Deze conversie gaat vooraf aan mogelijke verrijking van uranium, maar daartoe bestaan volgens regeringsvertegenwoordigers in Teheran geen concrete plannen.

Het uitstel geschiedt volgens de woordvoerder van de hoge raad voor nationale veiligheid, Ali Agha Mohammadi, op verzoek van het IAEA in Wenen. Volgens Mohammadi had de IAEA-leiding verzocht om ,,maximaal twee dagen'' uitstel om inspecteurs naar Isfahan te sturen. De IAEA-woordvoerster Melissa Fleming ontkent dat er om twee dagen uitstel was verzocht. Volgens haar is er ,,ten minste een week'' nodig om de vereiste voorzorgsmaatregelen te treffen. De IAEA deed een klemmend beroep op Teheran geen stappen te zetten die het bestaande inspectieregime ondermijnen.

Westerse waarnemers zien de aankondiging van Teheran als poging om het lopende overleg met Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië over Irans nucleaire activiteiten onder druk te zetten. Dit overleg verkeert in een impasse. Volgens Teheran hadden de drie EU-landen beloofd uiterlijk afgelopen weekeinde nieuwe voorstellen te doen over de condities waaronder zij zouden kunnen instemmen met hervatting van bepaalde nucleaire activiteiten in Iran. In Berlijn ontkende de woordvoerder van Buitenlandse Zaken dat een dergelijke belofte was gedaan. Hij sprak van een ,,stap in de verkeerde richting''.

Waarnemers in Teheran maken melding van toenemend ongeduld over het moeizame verloop van het overleg met Europa. De nieuwe Iraanse regering, die aantrad na de verkiezingen van eind juni, zou in de onderhandelingen een hardere opstelling kiezen.

De stillegging van de conversie-activiteiten was onderdeel van het akkoord dat Iran vorig jaar november sloot met Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië. Daarin verklaarde Teheran zich bereid tijdelijk af te zien van uraniumverrijking, een cruciale tussenstap voor zowel de opwekking van kernenergie als de productie van atoombommen. De laatste optie baart het Westen veel zorgen.

Mohammadi beklemtoonde dat Iran niet wil laten tornen aan zijn fundamentele recht op nucleaire energie en tegelijkertijd veel waarde hecht aan goede betrekkingen met Europa. Voor de staats-tv zei hij dat Teheran bereid is het opstarten van de fabriek in Isfahan een week uit te stellen, wanneer de Europese onderhandelaars met een voorstel komen dat Irans recht op de ontwikkeling van nucleaire technologie respecteert.