Ideologen bij de VN

Het is niet de eerste keer dat een Amerikaanse president zijn land bij de Verenigde Naties laat vertegenwoordigen door een scherpe ideoloog. In die zin is de gisteren door president Bush doorgedrukte benoeming van de omstreden John Bolton geen uitzondering. Zowel Republikeinse als Democratische presidenten hebben zich in de VN bediend van vertegenwoordigers met uitgesproken opvattingen, bijvoorbeeld de progressieve Andrew Young en de conservatieve Jeane Kirkpatrick, die respectievelijk Jimmy Carter en Ronald Reagan dienden. Andere, minder machtige, landen die zich bij de VN door ideologen laten vertegenwoordigen, vallen minder op.

Met de benoeming maakte Bush een abrupt einde aan maanden getouwtrek in een ideologisch gepolariseerde Senaat. Verstandig of niet, de Amerikaanse regering mag volgens haar eigen regels bepalen wie haar in de VN vertegenwoordigt, en daar staan andere regeringen buiten. Minister Bot had dus beter geen commentaar kunnen leveren op de voordracht van Bolton. Het is wel de vraag of het Amerikaanse belang bij de VN door Bolton het best wordt gediend. Een deel van het werk van een VN-diplomaat is management by speech, waar Bolton zo van houdt. Voor de Veiligheidsraad en voor de Algemene Vergadering van de VN moet de ambassadeur toespraken houden die met zijn bazen in Washington zijn afgestemd. Aangezien Amerika een machtig land is en de mening van president Bush erin doorklinkt, wordt scherp naar die toespraken geluisterd. De VN-vertegenwoordiger heeft ook een belangrijke diplomatieke functie achter de schermen, waar een al te ideologische houding belangrijke compromissen in de weg kan staan. Als voormalig onderminister voor internationale veiligheid en wapenbeheersing en voormalig topfunctionaris voor ontwikkelingshulp heeft Bolton veel ervaring. Daar doet aan af dat voormalige collega's voor de Senaat tegen hem getuigden en dat hij de nucleaire dreiging van de voormalige Iraakse president Saddam Hoessein fout heeft beoordeeld.

Veel van de kritiek die Bolton altijd heeft geuit op de Verenigde Naties is inmiddels omgezet in maatregelen. Na schandalen met corruptie en verkeerd management heeft de VN nu een Amerikaanse ondersecretaris voor bestuurszaken, de voormalige diplomaat Christopher Burnham. De VN-commissie voor mensenrechtenzaken, waar grote mensenrechtenschenders als Soedan, Libië en Cuba de leiding hadden, wordt opgeheven. Ook het management van vredesoperaties wordt verbeterd. Dergelijke praktische maatregelen zijn van groot belang. Het zou dus best kunnen dat Bolton de Verenigde Naties bij zijn conservatieve geloofsgenoten zal moeten vertegenwoordigen in plaats van omgekeerd.

Amerika heeft de VN in de toekomst hard nodig bij de afwikkeling van de oorlog in Irak, bij de bestrijding van het terrorisme en bij de wereldwijde verschuiving naar nieuwe wereldmachten als China. Het voorbeeld Irak toont aan dat Amerikaans unilateralisme vaak niet tot het gewenste resultaat leidt. Ten eigen bate zal de Amerikaanse regering vaker voor het gemeenschappelijk belang een stapje moeten terugdoen. Bolton moet het dan hebben van diplomatiek handwerk. Dat wordt de lakmoesproef van zijn nieuwe loopbaan.