Een dagtocht naar de Maasvlakte

Als alternatief voor pretpark en museum, kunnen `industriële toeristen' ook op bezoek bij industrieterreinen en bedrijven. Een havenrondrit voor 27,50 euro.

De gids legt nog uit hoeveel kiloton de grijparmen van de hijskraan naast de touringcar kunnen optillen, als aan de kade plotseling de donkergroene boeg van mammoettanker Ever Ulysses opdoemt. ,,Oh'', en ,,ah'' roepen de inzittenden van de bus. Digitale camera's komen tevoorschijn. ,,Mooi he'', zegt een vrouw terwijl zij glunderend naar een afdruk op haar beeldscherm kijkt, en de bus alweer doorrijdt naar het volgende aangemeerde schip. ,,Voor in het plakboek.''

De `industriële toeristen' hebben 27,50 euro betaald voor de dagtocht `Leer de Maasvlakte kennen'. Ze zien computergestuurde wagens containers verrijden op de Deltaterminal van ECT – met een oppervlakte van 236 hectare 's werelds grootste containeroverslagterrein. Ze bezoeken het slibdepot De Slufter, inclusief voorlichtingsfilm over sedimentmanagement. En ze eindigen op het uitkijkpunt bij de monding van de Nieuwe Waterweg. Rinus de Jongh, een gepensioneerde binnenschipper, gidst de vijftig buspassagiers door de haven: ,,De vaargeulen van de havens zijn geschikt voor schepen met een diepgang tot 23 meter.''

Organisator van de dagtocht is Industrieel Toerisme Rotterdam (in dit geval samen met de VVV Rockanje), een bureau dat vorig jaar 10.000 bezoekers rondleidde in het havengebied. Nederlanders blijken er graag op uit te trekken naar bedrijven en industrieterreinen, olietankers, windmolens, spoorlijnen en elektriciteitsmasten. Sinds de gemeente Rotterdam in 1997 als eerste een stichting voor dit industrieel toerisme in het leven riep, is het aantal bezoekers vorig jaar landelijk gestegen tot bijna 15.000. Buiten Rotterdam hebben ook Amsterdam (sinds 1999) en Twente (sinds 2002) een lokale onderneming voor industrieel toerisme, die samenwerkt met de VVV en de te bezoeken bedrijven. Publiekstrekkers in Rotterdam zijn ECT en auto-opslagterrein Car Center, in Amsterdam luchthaven Schiphol en de bloemenveiling Aalsmeer en in Twente bierbrouwerij Grolsch en afvalverwerker Twence. Daarnaast bieden ook individuele bedrijven soms de mogelijkheid om een productielocatie te bekijken.

,,Het meeste bezoek komt van bedrijfsuitjes'', zegt Irma de Winter van Industrieel Toerisme Rotterdam. ,,Maar ook de huisvrouwenvereniging en de Lions club zijn klant''. Volgens De Winter komt ,,20 tot 25 procent'' van de gasten uit het buitenland. ,,Duitsers, Fransen, Japanners, Koreanen.'' Ze is welkom bij vijftien bedrijven in de regio. Voor de begeleiding kan zij putten uit veertig freelance gidsen, veelal ex-havenarbeiders.

,,Hier leer je tenminste wat van'', zegt Lenie van Geerestein (69). De gepensioneerde chauffeuse uit Rozenburg zegt een informatieve dag in de haven meer de moeite waard te vinden dan ,,geslenter'' door ,,een museum'' of ,,de binnenstad van Amsterdam''. Zeker sinds haar man vorig jaar is overleden, heeft zij zich ontpopt als fervent `industrieel toerist'. ,,Zo blijf ik actief.'' De afgelopen maanden heeft zij ook zelfstandig bij een aantal bedrijven een kijkje achter de schermen genomen, onder meer Cytec, Huntsman en Air products, drie chemische bedrijven in het Botlekgebied, waarvan ze via huis-aan-huisbladen had ontdekt dat ze langs kon komen. Ook de moderne waterkering Maeslant in de Nieuwe Waterweg heeft zij van dichtbij bekeken. ,,Tijdens het bezoek aan de vuilverbranding was ik helaas met vakantie.''

Voor Maria van der Ree (69), een voormalige verpleegster, is nieuwsgierigheid naar alle bedrijvigheid in haar regio de voornaamste drijfveer. Als inwoonster van Smitshoek, een dorp bij Barendrecht, is zij opgegroeid ,,toen de Maasvlakte nog allemaal natuur was''. Zij heeft bedrijven als Esso en Shell zien komen. ,,Die wil ik nu wel eens van dichtbij zien''. Op de vraag of zij alle industrie ook mooi vindt, antwoordt zij: ,,Of ik het mooi vind? Vindt u het mooi?''

Bedrijven doen vooral mee uit pr-overwegingen, zegt directeur Henk Schüller van VVV Hollands Midden, die betrokken is bij het industrieel toerisme in Amsterdam. Hij verwijst naar een onderzoek van het ministerie van Economische Zaken uit 1998. Volgens het ministerie zouden ,,zeker tien miljoen mensen'' minimaal eens per jaar een uitstapje naar een fabriek willen maken, en zijn dergelijke ,,publieksontvangsten'' ook een ,,effectief en relatief goedkoop voorlichtings- en promotie-instrument''.

Een voorlichter van containeroverslagbedrijf ECT beaamt dit, maar ECT wil niet alleen een goede indruk maken bij particulieren, maar vooral bij zakelijke contacten. ,,Bankmedewerkers, investeerders, IT'ers: mensen die via de logistieke keten met ons te maken hebben, maar nog nooit hier zijn geweest.''

Hoewel het totale bezoekersaantal van industrieel toerisme tot nu toe elk jaar is toegenomen, zegt Henk Schüller dat de rek in Amsterdam er uit is. Het topjaar 2002, met 114 groepsexcursies, werd vorig jaar bij lange na niet geëvenaard met 40 excursies. Vooral de bedrijfsuitjes nemen af doordat bedrijven bezuinigen. Maar De Winter voorspelt voor Rotterdam juist een verdere groei. Zij vertrouwt op de aanzuigende kracht van de havens op de Maasvlakte. ,,Die zijn wereldwijd bekend.''

    • Mark Schenkel