Colombia delft kolen in het barre leefgebied van de Wayuu-indianen

De Wayuu-indianen in het noorden van Colombia zijn voor hun bestaan goeddeels aangewezen op de kolenmijnen van Cerrejon, 's werelds grootste open kolenbekken dat voor de export produceert. Het bekken, gelegen in het leefgebied van de Wayuu op het winderige en woestijnachtige schiereiland La Guajira aan de Caraïbische Zee, leverde vorig jaar 25 miljoen ton kolen op. Goed voor 60 procent van de Colombiaanse kolenproductie en bijna 1,5 miljard euro aan opbrengsten. ,,In zes maanden verplaatsen we net zo veel grond als bij de aanleg van het Panamakanaal'', claimt een woordvoerster van de exploitant, het consortium Carbones del Cerrejon waarin het Anglo-Australische BHP Billiton, het Zwitserse Glencore en het Engelse Anglo American samenwerken.

De Wayuu-indianen worden door de mijnbouwer ingehuurd als bewakers van de kolentransporten. Vanaf houten wachttorens en op opgevoerde motoren houden ze de 150 kilometer lange spoorlijn in de gaten tussen Cerrejon en de havenstad Puerto Bolívar, niet ver van Aruba. Zesmaal per dag trekken locomotieven 120 wagonladingen kolen naar de kustplaats, vanwaar de grondstof per schip naar eindbestemmingen in Europa en Noord-Amerika wordt vervoerd. Geen ongevaarlijk werk: in 2003 slaagden marxistische rebellen erin om met dynamiet zeventien wagons van de rails te blazen.

Carbones del Cerrejon biedt de Wayuu niet alleen werk, maar besteedt ook ruim 3,5 miljoen dollar aan lokale scholen en ziekenhuizen. Toch trekken veel plaatselijke jongeren weg. Zij zoeken hun heil in steden dichtbij als Riohacha en Maicao, maar ook in Maracaibo, vlak over de grens met Venezuela, waar scholen, banen en afwisseling wachten.

De voorzitter van de Colombiaanse vakbond voor kolenmijnarbeiders, Francisco Ramirez, wijst er ook op dat veel plaatselijke inwoners van huis en haard zijn verdreven door uitbreiding van de mijn. Er zijn volgens hem twaalf vakbondsleiders vermoord sinds 2002. In Canada, waar een deel van de kolen terechtkomt bij energiebedrijven, zei hij eerder dit jaar dat Canadezen ,,moord en onderdrukking financieren enkel en alleen door het lichtknopje aan te doen''. Volgens Ramirez werken multinationals als Carbones ook samen met het Colombiaanse leger, dat paramilitaire eenheden inhuurt die de lokale bevolking zouden terroriseren.

Gemengde gevoelens dus misschien bij de Wayuu, nu kolen hard op weg zijn olie te vervangen als exportproduct nummer één van Colombia. In de officiële economische cijfers wordt uiteraard geen vermelding gemaakt van het andere bekende Colombiaanse exportproduct, cocaïne. In de afgelopen twee jaar is Colombia uitgegroeid van de zevende tot de vijfde kolenexporteur ter wereld, na Australië, China, Indonesië en Zuid-Afrika. Tegelijkertijd produceert het land door het opdrogen van oliebronnen nog maar 530.000 vaten olie per dag. In 1999 waren dat er nog 830.000. De kolenexport kan met een geschatte voorraad van 8 miljard ton in Colombia voorlopig nog wél verder.

    • Mark Schenkel