Pro-Amerikaanse `hoeder van heilige plaatsen'

Het koninklijk hof van Saoedi-Arabië is in diepe rouw wegens het overlijden van koning Fahd Ibn Abdel Aziz, vanochtend vroeg op 83-jarige leeftijd. Koning Fahd, die sinds 1982 op de Saoedische troon zat, is inmiddels opgevolgd door kroonprins Abdullah, zo werd vanochtend meegedeeld in een verklaring op de staatstelevisie. De minister van Defensie, prins Sultan, is nu de nieuwe kroonprins.

Het verscheiden van koning Fahd komt niet onverwachts: de afgelopen jaren was hij al ziekelijk en afgelopen mei ging zijn gezondheidstoestand verder achteruit. Hij werd toen in een ziekenhuis opgenomen met longontsteking. De facto was zijn halfbroer Abdullah, inmiddels rond de 80, al sinds 1995 de heerser over het islamitische koninkrijk. In dat jaar werd koning Fahd getroffen door een beroerte. Waarnemers verwachten dan ook geen abrupte koerswijzigingen in de Saoedische politiek, hoewel in het verleden wel werd geopperd dat Abdullah een meer puriteinse gelovige is dan Fahd was, en dat hij ook minder geneigd was om zijn oren te laten hangen naar de Verenigde Staten.

Fahd werd in 1923 geboren als oudste van zeven zonen van Abdel Aziz Ibn Abd al-Rahman, de grondlegger van Saoedi-Arabië, en diens favoriete vrouw Hussa bint Ahmed al-Sudairi. Na de dood van zijn vader in 1953 was hij – na zijn halfbroers Saud, Faisal en Khaled – de vierde in de lijn van troonopvolging. Toen koning Faisal in 1975 door zijn neef werd vermoord, werd hij kroonprins, waarna hij in 1982 koning Khaled opvolgde.

Eerst als minister (op verschillende posten) en later als koning speelde hij een belangrijke rol bij het bepalen van het Arabische oliebeleid en bij het formuleren van de buitenlandse koers, waarbij hij laveerde tussen de islamitische gevoeligheden in het Midden-Oosten en de door Saoedi-Arabië gewenste leidersrol in de regio, én een pro-Westerse, vooral pro-Amerikaanse opstelling.

Het pregnantst kwam dat naar voren na de Iraakse invasie in Koeweit in augustus 1990, toen Saoedi-Arabië voor het eerst de stationering van Amerikaanse en andere buitenlandse troepen op zijn grondgebied toestond. Velen, onder wie de Saoedische onderdaan Osama bin Laden, beschouwden en beschouwen dat nog steeds als een onvergeeflijk verraad van de `Hoeder van de Twee Heilige Plaatsen' (Mekka en Medina), de titel die koning Fahd zich in 1986 formeel had toegeëigend. Elf jaar later, na 11 september 2001, moest hij onder ogen zien dat het merendeel van de daders van de terreuraanslagen in New York en Washington afkomstig waren uit gegoede Saoedi-Arabische families.

Bij het doorvoeren van politieke hervormingen in eigen land presteerde koning Fahd de afgelopen decennia niet beter dan de andere leiders in het Midden-Oosten. Hij deed wel beloften voor meer burgerlijke vrijheden, maar in de praktijk kwam er niets tot weinig van terecht, en bleef de heerschappij van het koningshuis onaangetast.

Ondanks zijn ziekte wist de koning, wiens persoonlijke vermogen op meer dan 20 miljard dollar wordt geschat, de laatste jaren regelmatig de internationale roddelbladen te halen met zijn vakanties aan de Spaanse Costa del Sol. Hij liet zich voor de gelegenheid met een omvangrijk gevolg, met bijbehorende zwarte, gepantserde Mercedessen, invliegen en nam zijn intrek in zijn `zomerpaleis' in Marbella.

Saoedi-Arabië is de belangrijkse olie-exporteur in de wereld. Na het nieuws over de dood van de koning stegen de prijzen.