Perfectionistische gelaatsdeskundige

De fotograaf Philip Mechanicus, die zaterdag op 68-jarige leeftijd is overleden, was een perfectionist die aan zijn foto's de allure van een staatsieportret kon geven – tijdloos werk in zorgvuldig gecomponeerd zwart wit, dat rust en concentratie uitstraalt. Zijn bekendste werk waren de veelal voor NRC Handelsblad gemaakte schrijversportretten, gebundeld in De pose der natuurlijkheid, maar hij portretteerde ook andere prominenten, altijd even aandachtig en daardoor onmiddellijk herkenbaar als ,,een echte Mechanicus''.

De eerste keer dat zijn naam in de krant stond, was in 1965, toen de gemeente Amsterdam hem een aanmoedigingsprijs voor fotografie toekende. Maar al eerder was zijn voornaam bekend van Philip en de anderen, waarin de debuterende Cees Nooteboom de reis beschreef die hij samen met Philip Mechanicus liftend door Frankrijk maakte. Mechanicus fotografeerde toen al. Enkele sfeervolle foto's die hij begin jaren vijftig op een vroege ochtend van het Waterlooplein maakte, zijn nu te zien op de tentoonstelling O, Waterlooplein in het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Maar daarnaast had hij allerlei losse baantjes (tegels beschilderen, etalages inrichten, amateurkiekjes glanzen bij een ontwikkelcentrale) tot hij met de camera in zijn levensonderhoud kon voorzien. Aanvankelijk hielpen reclame-opdrachten daarbij; schilderkunstig ogende stillevens waren zijn specialiteit.

In de jaren zestig en zeventig maakte Mechanicus veel series: lijkjes van padden nabij een bungalowkamp, badhokjes in Knokke, huisnummers in een straat op Sicilië. ,,Dat is fotograferen volgens mij,'' zei hij toen. ,,Gewoon doen wat een ander zou kunnen doen, maar niet ziet.'' Tegelijk begon hij een tweede carrière als culinair schrijver, eerst in Viva, daarna in De Groene en een paar jaar geleden ook op de kinderpagina van NRC Handelsblad, tot zijn ziekte daaraan een eind maakte. Mechanicus was de auteur van elegant geformuleerde stukjes, smaakvol in alle betekenissen van het woord, waarin ook zijn hang naar esthetiek vaak doorschemerde. Zoals hij in 2001 schreef: ,,Sommige groenten zijn zo mooi om te zien dat het bijna zonde is om ze op te eten. De asperge is daar een bijzonder goed voorbeeld van.''

Zijn eerste schrijversportretten voor het Cultureel Supplement van deze krant dateren uit 1979 – tot op de millimeter vastgelegde poses, met de doordringende scherpte van zijn grote voorganger Irving Penn. Bij voorkeur fotografeerde hij in zijn eigen studio, met een achterdoek, een of twee lampen en een Hasselblattcamera. En dan begon het zoeken naar de juiste pose: ,,Ik probeer een aantal mogelijkheden uit en ineens zie ik op het matglas een vorm waarvan ik weet dat het goed is – vraag me niet waarom. Daar ga ik millimetergewijs aan werken. Niets aan het toeval overlaten.''

En na die sessies begon het afdrukken in zijn donkere kamer, waarmee hij soms vele uren bezig was. Toen de meeste fotografen allang waren overgestapt op moderner papier, waardoor ze veel sneller konden afdrukken en fixeren, hield Mechanicus vast aan het zuivere papier, waarin geen kunststoffen waren verwerkt. Daardoor werd het zwart het diepste zwart dat er bestond, terwijl de halftinten even rijkgeschakeerd waren als een schilderij uit de gouden eeuw. ,,Wanneer je het oude procédé na veel zwoegen weer onder de knie hebt,'' zei hij, ,,is het heel plezierig werken, als aan een oud ambacht.'' Aan modes was hij niet onderhevig.

Ondanks zijn lichamelijke ongemakken – hij liep de laatste jaren met een stok – bleef Mechanicus dan ook trouw aan dat oude ambacht, ook voor andere bladen. Zo prijkte een van zijn laatste portetten, van tv-presentator Matthijs van Nieuwkerk, een maand geleden op het omslag van Vara TV Magazine. Ook die foto was weer een toonbeeld van de klassiek belichte beeltenis, waarin hij excelleerde.

Zelf noemde Philip Mechanicus – een neef van de gelijknamige journalist die het indrukwekkende Westerbork-dagboek In depôt schreef – zich eens, met een mengeling van ernst en ironie, ,,een gelaatsdeskundige''. Het vele werk dat hij achterliet, laat zien hoe goed hij daarin was.

    • Henk van Gelder