Muziekfestival Sfinks herhaalt zijn successen

In het bushokje na afloop: drie Touaregs met traditionele blauwe tulbanden en een paar jonge hippies op blote voeten, besmeurd met modder en gras. Het wereldmuziekfestival Sfinks bij Antwerpen vierde dit weekend haar dertigste verjaardag. Voor de jubileumeditie waren artiesten uitgenodigd die op eerdere jaargangen hadden getriomfeerd. Maar het herhalen van hoogtepunten is een risicovol concept.

De Catalaanse groep Ojos de Brujo was een van die hoogtepunten. Hun tweede cd Bari, een instant klassieker in de wereldmuziek met flamenco-hiphop, rumba en reggae, was net af toen zij op Sfinks 2001 hun eerste buitenlandse optreden hadden. Daarna volgde een non-stop tournee, met zelfs Lowlands op het programma. Dit weekend werd enkel oud repertoire gespeeld, dat, hoe briljant ook, na vier jaar een beetje vermoeid overkomt. Het is uitkijken naar een nieuwe plaat.

Ook het Israëlisch-Palestijnse Sheva was met vredesboodschap en opzwepende muziek niet meer dan onderhoudend. De prachtige ghazals (Perzische liederen) van de Brits-Indiase zangeres Najma Akhtar – ook eerder een climax – vormden een oase van rust en verfijning tussen alle feestmuziek, maar dat stapje terug kon door het festivalpubliek niet altijd gemaakt worden.

De van de straat geplukte Spaanse zanger Muchachito Bombo Infierno en zijn band waren een ontdekking. Jazzy en soulvolle dansbare flamencorumba werd met zichtbaar plezier omlijst door aanstekelijke trompet- en pianosolo's. Om de performance compleet te maken beschilderde de kunstenaar Santos de Veracruz tijdens het optreden een doek van acht vierkante meter.

Seun Kuti, zoon van de legendarische Fela Kuti, was een andere nieuwkomer. Hij kwam met het in ere herstelde orkest Egypt 80 van zijn vader. Tony Allen, de drummer die samen met de in 1997 gestorven Fela Kuti aan de wieg stond van de afrobeat, speelde dit weekend mee met de band van de jonge Kuti.

Seun, veertien jaar oud toen Fela stierf, was al ver daarvoor vastberaden om zijn vader op te volgen. Nu is hij 23 en klaar voor het grote werk. Overeenkomsten met zijn oudere broer Femi Kuti, die met zijn groep al jaren de wereld rond reist, vallen al snel op: de passie en de muzikaliteit, de saxofoon om hun nek, het ontblote bovenlijf en de adoratie van de bandleden. Ook de samenstelling van de band – elektrische gitaren, slagwerk, blazers en danseressen – vertoont gelijkenis.

Maar deze zoon toonde zich warmer, swingender en minder stijf dan Femi's geoliede muziekmachine. Ongeremd speelde Seun eigen werk, melodieuzer en minder puntig op de saxofoon. Soms slecht getimed, rauw en met een warme diepe stem, maar des te authentieker. En met knappe eigen composities, ondanks Fela Kuti's moeilijk te overtreffen afrobeat-erfenis.

Hopelijk staan op Sfinks volgend jaar weer meer nieuwkomers.

Sfinks Festival, Boechout (Antwerpen). Gezien: 30/7 en 31/7

    • Elda Dorren