La baie des anges

Veel films met een charismatische ster in de hoofdrol worden vanzelf documentaires over dat charisma. In die zin is La baie des anges (Jacques Demy, 1963) geen film over Jeanne Moreau, zoals La mariée était en noir dat is, Les amants, of zelfs Jules et Jim. Demy's tweede, in wonderschoon zwart-wit gedraaide speelfilm gaat over Nice (vandaar de titel) en over gokverslaving.

De 35-jarige, dit keer platinablonde en door Pierre Cardin aangeklede Moreau is tegelijkertijd femme fatale en slachtoffer. De echte hoofdpersoon is een kantoorbediende (Claude Mann), die door een collega ingewijd wordt in de geneugten van de roulette. De eerste keer dat Moreau als Jackie terloops in beeld komt, wordt ze net het casino uitgegooid, als lastige klant. Veel later, in het speelpaleis van Nice, ziet Mann haar weer aan een tafel zitten. Zij zet in op 17, hij ook, het balletje valt op een ander nummer. Dan speelt hij 3, zij ook, en dat lukt wel. Vanaf dat moment is de klerk haar mascotte. Hij denkt dat ze verliefd op hem is, omdat ze zijn hotelbed deelt. Het hoort slecht met hen beiden af te lopen, daarom is het romantische eindshot van de film tamelijk onverwacht en ridicuul.

Je hoeft maar naar de oogopslag van Moreau te kijken of je weet dat ze alles zal doen om nieuwe fiches in handen te krijgen. En niet zal rusten voordat die weer allemaal verspeeld zijn. Ik ken geen andere film, zelfs niet Robert Altmans California Split (1974), die zo koelbloedig exact de roes van de speler weergeeft.

Er zou een boek te schrijven zijn over het roken door Jeanne Moreau. Ik schreef al eens in een sterrenportret dat sex-appeal bij haar minder met benen, billen of borsten te maken heeft dan met het opsteken van een sigaret. In La baie des anges rookt iedereen kingsize, en snijdt elke speler de spanning met rook. Maar het wanhopige lurken, met extralange askegel en pokerface van `Jackie' Moreau, als ze haar laatste geld op het verkeerde nummer heeft gezet, dat illustreert bijna allegorisch de leegte van haar bestaan.

Dit is een moralistische film, de doorgaans zo dartele Demy gaf het zelf volmondig toe. Gokken is niet goed voor een mens, zoals elke verslaving meer kapot maakt dan je lief is. Obsessie neemt de plaats in van gevoel. De deftige casinozalen aan de Rivièra hebben iets intens troosteloos, ondanks Cardin, de smokings en de sportauto's. Een intelligente actrice als Moreau wist dat ze al die lagen van vreugdeloze euforie, wanhoop en glamour in haar spel moest leggen. Moreau is geen Jackie. Of is La baie des anges stiekem toch een beetje een documentaire over een ster die verslaafd is aan haar roem, een autocratisch rupsje nooitgenoeg? We kunnen het de overleden regisseur niet meer vragen, maar Moreau was niet zijn muze, zoals bij Truffaut en Malle.

Dit is het tiende deel van een serie over de films van Jeanne Moreau, naar aanleiding van een retrospectief in het Filmmuseum Amsterdam. `La baie des anges' (Jacques Demy, 1962) wordt daar vertoond op 13, 24 en 30 augustus. Eerdere afleveringen van deze serie zijn te lezen via www.nrc.nl.

    • Hans Beerekamp