Intelligent maar meedogenloos

Als de zwaarlijvige John Garang een ruimte binnenkwam, vielen alle gesprekken onmiddellijk stil. Zijn indrukwekkende verschijning en imago als intelligente maar meedogenloze strijder riepen respect en angst op.

Garang was een militair in hart en nieren. Hij werd ongeveer zestig jaar geleden geboren in een arm dorpje in het stamgebied van de Dinka in Zuid-Soedan. In 1963 sloot hij zich bij de eerste rebellie in die regio aan. Hij studeerde economie in de VS, volgde er een opleiding aan een militaire academie en nam na de beëindiging in 1972 van de eerste oorlog dienst in het Soedanese leger. In 1983 stuurde de legerleiding hem naar zijn geboortestreek rond het stadje Bor in het zuiden om er een rebellie in het leger te onderdrukken. Garang liep echter over naar de rebellerende soldaten, waarmee de tweede oorlog in Zuid-Soedan was begonnen.

De toenmalige Ethiopische president Mengistu gaf de Zuid-Soedanese rebellen onderdak en promoveerde Garang tot de leider van wat later het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA) zou worden. Garang adopteerde Mengistu's communistische ideologie en beloofde de Ethiopische leider, die zelf tegen separatisten in Eritrea vocht, nooit onafhankelijkheid voor Zuid-Soedan te zullen nastreven. Garang leidde het SPLA met harde hand, veel van zijn tegenstanders werden in Ethiopische gevangenissen opgesloten.

Na de val van Mengistu in 1971 brak er een openlijke opstand uit in het SPLA, geleid door Riek Machar van de Nuer stam. Deze splitsing leidde tot maanden strijd in het zuiden, tussen Dinka's en Nuer. De meeste slachtoffers in de twintig jaar durende burgeroorlog vielen door strijd tussen zuiderlingen onderling, niet tussen het SPLA en het regeringsleger. ,,Garang was nooit in staat de zuiderlingen te verenigen, hij had niet de kwaliteit om naar zijn tegenstanders te luisteren en compromissen te sluiten'', zei een SPLA-lid vanochtend.

Na de val van het communisme en Mengistu wedde Garang op een ander paard. Hij ging allianties aan met rechtse christelijke Amerikanen die woedend waren over de invoering in 1983 van het islamitische recht, de shari'a, in Soedan.

Garang begon de strijd in Soedan af te schilderen als een conflict tussen onderdrukte zuidelijke christenen en de islamitische fundamentalisten in Khartoum. Deze nieuwe tactiek sloeg aan bij de evangelisten rond president Bush, die Garang als een bevrijder van het `islamitische juk' begonnen op te hemelen. Door druk van de VS kwam het eerder dit jaar gesloten vredespact tussen Noord- en Zuid-Soedan tot stand. Op weinig plaatsen in de wereld geniet Bush zo'n grote populariteit als in Zuid-Soedan.

Binnen het SPLA, onder intellectuelen en bij andere stammen dan de Dinka's is altijd grote argwaan tegen Garang blijven bestaan. Pogingen van dissidenten om het SPLA te democratiseren liepen vast op verzet van Garang. Maar hij belichaamde ook de hoop van miljoenen Zuid-Soedanezen die sinds 1956 geen ontwikkeling en vrede hebben gekend. Een geschatte één miljoen zuiderlingen verwelkomden hem toen hij vorige maand naar Khartoum reisde om zijn in het vredesverdrag voorziene post van vice-president op zich te nemen. Voor de zuiderlingen is de haat tegen de noordelijke regering altijd groter gebleven dan de afkeer van Garang. Alle onvrede met Garang in het zuiden bleef binnen de perken om de tegenstander in Khartoum niet in de kaart te spelen.