Groter dan zijn land van herkomst

De combinatie van prettige eigenschappen waarmee de gisteren overleden Wim Duisenberg was behept, heeft Nederland, De Nederlandsche Bank en de Europese Centrale Bank geen windeieren gelegd, meent André Szász.

Kennis van zaken, een grote intelligentie en behept met sociale vaardigheden zoals ik die zelden heb gezien: Wim Duisenberg combineerde deze eigenschappen in één persoon. Zij stelden hem in staat zo nodig dingen te zeggen die anderen niet prettig vonden zonder dat zij hem dat kwalijk namen. Tenslotte beschikte hij over een wapen dat overal, ook in de politiek, uiterst effectief is: een sterk ontwikkeld gevoel voor humor, die zijn informele stijl onderstreepte. Zo werd eens een vergadering van ministers in Brussel onderbroken voor een sanitaire stop. Bij het verlaten van de vergaderzaal werd hij omringd door Vlaamse journalisten. ,,Meneer de minister, is het gedaan?'', vroegen ze. ,,Nee, ik moet het nog doen!'', antwoordde hij, en verdween in het toilet.

Soms waren zijn grapjes op het randje, maar hij kwam er altijd mee weg. Tijdens een IMF-vergadering in Washington vroeg de voorzitter de sprekers kort te zijn, gezien het aantal dat nog aan het woord moest komen. De eerstvolgende spreker was de Nigeriaanse minister die van geen ophouden wist. Daarna kwam Duisenberg, die begon met de woorden: ,,Ook ik zal kort zijn.'' Het duurde even voordat hij door kon gaan vanwege het gelach. Ik vreesde intussen dat inmiddels ook de Nigeriaanse oliekraan voor ons was dichtgegaan (het was de tijd van de olieboycot tegen Nederland), maar dat viel mee. Een andere keer, in Basel, hij was inmiddels president van De Nederlandsche Bank, klaagde de president van de Bundesbank Karl Otto Pöhl over de problemen die de DDR veroorzaakte bij de Duitse eenwording, en hij eindigde met de verzuchting tegen de naast hem zittende Duisenberg: ,,We hadden veel liever jullie erbij gehad!'' Waarop die eruit flapte: ,,Dat hébben jullie al eens geprobeerd!''

Wim Duisenberg behoorde tot een traditie van Nederlandse economen die in de internationale financiële en monetaire samenwerking een grotere rol speelden dan met de grootte van hun land overeenkwam. Mensen als Holtrop, Van Lennep, Witteveen en Zijlstra hoorden in dat rijtje thuis. Maar terwijl die allemaal een belangrijke rol hadden gespeeld in de naoorlogse wederopbouw, was Duisenberg van een latere generatie. Zijn eerste stappen op internationaal terrein zette hij bij het Internationaal Monetair Fonds.

Eind jaren zestig kwam Duisenberg uit Washington terug. Niet lang daarna werd hij minister van Financiën in het kabinet-Den Uyl. Het was een turbulente tijd. Het mondiale stelsel van stabiele wisselkoersen had het net begeven. Gezocht werd naar een nieuw stelsel dat er voor in de plaats zou komen. De Europese landen, die onderling zo van elkaar afhankelijk waren dat ze zich niet konden veroorloven hun koersen tegenover elkaar door de markt te laten bepalen, zochten naar een regionale regeling. En de oliecrisis deed de wereldeconomie op haar grondvesten schudden.

Het ministerschap was Duisenbergs leerschool voor beleid. Bij het IMF had hij onder anderen met de Britten moeten onderhandelen over evenwichtige overheidsfinanciën. Nu moest hij daar zelf voor zorgen. In die tijd leerde hij hoe gemakkelijk overheidsfinanciën uit de hand kunnen lopen en wat evenwichtsherstel kan kosten. Goede internationale regelingen kunnen een waardevol kompas zijn. In de Europese regelingen probeerde hij zo een kompas in te bouwen. Duitsland, dat veel ervaring had met inflatie, steunde dat. De Fransen waardeerden het minder.

Duisenberg stond niet bekend als een workaholic. Sommigen noemden dat lui. Je kunt het ook selectief noemen. Was hij eenmaal van het belang van iets overtuigd, dan had hij daar veel voor over: tijd, moeite, risico. Hij kon flexibel zijn, maar ook principieel. Dat merkten de Fransen die aan zijn benoeming tot president van de Europese Centrale Bank voorwaarden stelden die niet verenigbaar waren met het verdrag. Duisenberg maakte duidelijk waar voor hem de grens lag en hij kreeg zijn zin. Die eigenschappen hebben Nederland en De Nederlandsche Bank, en later de Europese Centrale Bank, geen windeieren gelegd.

Hij was gespeend van een bazige natuur – en beschikte dus over de juiste instelling om van de ECB een betrekkelijke eenheid te maken. De ECB neemt collectieve besluiten. Ieder bestuurslid heeft één stem. Duisenberg had met dat systeem thuis ervaring opgedaan, en het is een systeem dat paste bij zijn persoonlijkheid. Een meer bazige persoonlijkheid zou brokken gemaakt hebben.

Dr. André Szász was van 1960 tot 1994 verbonden aan De Nederlandsche Bank. Van 1973 tot de zomer van 1994 was hij lid van de directie, in het bijzonder belast met internationale betrekkingen.