Fanja

Deel 11. Wat voorafging: Fanja, weduwe van Simon, ontmoet in de sociëteit Ton, een oude kennis die weduwnaar is geworden. Ton zegt dat hij Fanja wel om zich heen zou kunnen verdragen.

Het bleef even stil. Toen schudde Fanja langzaam het hoofd. Haar gedachten gingen uit naar Simon. Ze wist nog dat hij, naarmate hij ouder werd, door gebruik van medicijnen nog wel haar strelingen beantwoordde, maar moeilijker op haar toenadering kon ingaan. Alleen, aan hem was ze nu eenmaal gewend. Ze kende zijn lichaam zo goed. Ze wist precies hoe hij reageerde, hoe hun gevoel van intimiteit hen in de regel had geholpen.

In haar gedachten zag ze, in plaats van Simon, Ton in haar slaapkamer. Ze stelde zich voor hoe beschaamd ze tegenover hem zou zijn, wanneer ze haar voor hem vreemde en niet meer jonge lichaam zou moeten ontbloten.

Een nog grotere schaamte en vooral medelijden kwam over haar, bij de gedachte hoe onbehaaglijk ook Ton zich in deze situatie zou voelen.

,,Is het niet de verwarring van het ogenblik die we doormaken?'' vroeg ze. ,,Je ziet me nu hier. Maar thuis, alleen, ben ik anders. Hier, onder vrienden, probeer ik me op een zo voordelig mogelijke manier te gedragen. Dat heb ik nu ook tegenover jou gedaan. In mijn huis ben ik niet altijd zo opgeruimd. Vaak voel ik me somber. En wanneer ik moe ben, ben ik blij dat ik daar ongestoord aan kan toegeven. Dat ik in mijn stoel kan gaan zitten, langdurig over van alles kan nadenken en af en toe in slaap kan vallen. Vooral wanneer ik 's nachts weer te veel heb gepiekerd. Ik heb de behoefte om me het grootste gedeelte van de dag te kunnen gedragen zoals ik dat zelf wil. Dat zou ik met geen enkele buitenstaander meer kunnen delen. Ook niet wanneer ik hem aardig vind.''

Ton knikte en antwoordde glimlachend: ,,Maar als ik naar je kijk, dan zie ik nog dat meisjesachtige in je. Dan zou ik zo graag willen vergeten...''

,,Ja'', antwoordde Fanja. Ze stopte even en ging verder: ,,Soms denk ik dat het misschien nog het beste is, wanneer we onze gevoelens van vreugde zo weinig mogelijk toelaten, om daarna niet extra treurig te worden. Maar ach, wie wil op zo'n laag pitje leven? Het is jammer dat bij het ouder worden situaties die een beetje blij maken vaak weer snel gepaard gaan met melancholie. Als een voorzichtig afscheid nemen.''

,,Fanja'', reageerde Ton, ,,waarom wil je alles in woorden omzetten? Ik zou zo graag een avond gewoon een beetje met je willen wegdromen en tevreden willen zijn dat je hier bij me zit. Ik wil zorgeloos een glas wijn met je drinken.''

De volgende ochtend ging Fanja's eerste herinnering naar Ton uit. Ze moest glimlachen dat dit kleine erotische contact zo veel in haar had wakker geroepen. Ze bedacht dat het haar vroeger amper opgevallen zou zijn, wanneer een man even over haar wang had gestreeld. Ongemerkt was ze zo sterk veranderd, dat zelfs zo'n kleine toenadering betekenis voor haar had gekregen.

Ze zag het gezicht van Ton weer voor zich, met zijn fijne trekken en tedere blik. Maar wanneer ze hen beiden in haar gedachten op een afstand bekeek, zag ze ook de zinloosheid van dit alles in. Zoveel warmte als ze voelde bij het zien van vrienden die samen ouder werden, zo vreemd en een beetje zielig vond ze mensen van haar leeftijd die in iets nieuws op dat gebied geloofden.

Weer kwam het dubbele patroon tevoorschijn, waarin ze uitsluitend de ánder als ouder kon ervaren. Ze moest proberen door de ogen van anderen te kijken, om zichzelf werkelijk en duidelijk te zien. Zij voelde zich altijd dezelfde, al werd haar lichaam ouder. Andere ouderen ondergingen dat op deze manier. Zoveel was haar in gesprekken hierover wel duidelijk geworden.

Fanja was blij toen Ton twee dagen later de sociëteit weer binnenkwam. Hij kwam naar haar toe en vroeg: ,,Vind je het goed dat ik bij je kom zitten?''

Ze knikte.

,,Gaat alles een beetje?'' informeerde hij glimlachend, waarbij hij haar beide handen vastpakte.

,,Prima.''

Gedurende hun gesprek merkte Fanja dat Ton, hoewel hij zich heel attent en vriendelijk gedroeg, zijn best deed enige afstand te bewaren.

    • Sera Anstadt