Duisenbergs erfenis

Wim Duisenberg, rots van financiële soliditeit, heeft zijn leven in dienst gesteld van de financieel-publieke zaak. In de gemeenschappelijkheid op dit gebied lag zijn belangrijkste verdienste, culminerend in die essentiële momenten in 1999 en 2002 bij de girale en chartale introductie van een gemeenschappelijke munt voor Europa. `Mister Euro' en de zijnen hadden het 'm gelapt. Zonder volksopstanden werden de gulden, de mark, de franc, de lire en andere nationale munten vervangen door de euro. Duisenbergs handtekening sierde internationaal de bankbiljetten. Zelfs voor de kritische Duitsers was hij acceptabel als hoogste baas van de nieuwe Europese Centrale Bank (ECB). Dat kwam omdat hij een man van de consistente lijn was.

Kernwoorden in zijn beleid als minister van Financiën, bankier, president van De Nederlandsche Bank en de ECB waren vertrouwen en stabiliteit. Dat de introductie van de euro, al bij al een riskante operatie, vlekkeloos verliep is voor een belangrijk deel aan hem te danken. Monetaire stabiliteit is in niet geringe mate afhankelijk van persoonlijkheid en charisma. De mensen geloofden in Duisenberg – en ze vertrouwden hem. Hun geld was bij hem in goede handen. Een groter compliment kan een bankpresident niet krijgen. Hij maakte ook fouten en die werden altijd duurbetaald. Zo ging hij in 2000 over de schreef met gevoelige uitspraken over valutaire interventies, een enormiteit die de koers van de euro scherp deed dalen.

Zijn succes als beheerder van wat in wezen een gevoelig product is, een munt, dankt hij mede aan zijn fijne politieke neus. Hij was geen volbloed politicus, maar hij doorgrondde de politiek wel. Hij kende de gevoeligheden en wist hoe hij kritiek van politici op zijn monetaire beleid moest pareren. Hij had de beste leerschool gehad. Als lid van de Partij van de Arbeid en minister van Financiën in een van de meest `politieke' kabinetten die Nederland ooit kende – dat van Joop den Uyl van 1973 tot 1977 – moest hij zich verweren tegen een premier die niet maalde om een oplopend begrotingstekort. Duisenberg trok toen aan het kortste eind, maar dat zou later niet vaak meer gebeuren. Hij koos steevast voor zuinigheid en meed het experiment, zoals het een verstandig bankier betaamt. Men hoefde geen econoom te zijn om zijn eenvoudige aanpak te begrijpen. De waardering ervoor was groot.

Het geeft te denken dat sinds Duisenbergs vertrek bij de ECB, nu bijna twee jaar geleden, de kritiek op de euro sterk is toegenomen. Nu blijkt hoe kwetsbaar zijn erfenis is. De geluiden uit onder andere Italië, waar sommige politici hun heimwee naar de lire de laatste tijd publiekelijk beleden, zetten het geloof en vertrouwen in de eenheidsmunt onder druk. Die kan wel wat hebben, maar het is onverantwoord dat de politiek zo openlijk het monetaire fundament van Europa tracht aan te tasten. Financieel vertrouwen en monetaire stabiliteit komen te voet en gaan te paard. Dit benul, waarmee Wim Duisenberg groot is geworden, schept verplichtingen die verder gaan dan de politieke waan van de dag. De euro is er om te blijven. Twijfel en wankelmoedigheid daarover zijn wel het laatste dat de Europese Unie nu kan gebruiken.