De videocamera stond helaas net te ver weg

Ging ik net even lekker zwemmen in het hotelzwembad hier om de hoek, kom ik beneden, is mijn fiets gestolen. Ik had hem met een kettingslot vastgemaakt aan een paaltje bij een taxistandplaats, maar hij staat er niet meer.

Er staat nergens een fietsenrek op het terrein, want geen zichzelf respecterende Chinees komt met de fiets naar restaurant TheLuxe op de derde verdieping van het hotel. Ze rijden voor in zwarte BMW's en Audi's (regeringsambtenaren) of in gele en rode sportwagens (het particuliere zakenleven annex vriendinnen).

Voor automobilisten is alles prima geregeld: je geeft de sleutel aan een van vijf jongens die buiten voor het hotel staan, en zij parkeren hem netjes in de bewaakte parkeergarage onder het hotel.

Heeft geen van die jongens gezien dat mijn fiets werd gestolen? Die taxistandplaats is tenslotte nog geen twintig meter verwijderd van de plek waar zij de hele avond rondhangen. ,,Je kunt het beste met de bewakingsdienst praten, die gaan daarover, wij niet'', zeggen ze stug.

,,Ook al zien ze de diefstal, ze durven er niet tegen op te treden'', legt een van mijn vrienden uit als ik het hem vertel. Waarom zou je ook? Je bent er niet voor aangesteld, en straks steekt een van die dieven zomaar een mes tussen je ribben als je 's nachts van je werk komt.

De bewakingsdienst wijst op een camera die boven de ingang van het hotel hangt. Die camera wijst precies in de richting van het paaltje waaraan ik mijn fiets had vastgemaakt. ,,We kunnen kijken of daar iets op staat'', zegt de man, die volgens het naambordje op zijn pak Apple Wang heet.

Na twee uur belt hij me thuis. ,,We hebben misschien wel, en misschien niet iets gezien op de videoband, maar we mogen u er pas meer over vertellen als u eerst aangifte doet bij de politie. Dat raden wij u aan'', zegt Apple.

Bij het politiebureau kijken ze de volgende dag net zo ongelovig als wanneer je in Amsterdam een fietsendiefstal komt melden. ,,Heeft u het aankoopbewijs nog wel? Dat moet u eerst maar eens gaan zoeken'', zegt een agent bij de ingang van het bureau. Na mij komen er nog de nodige mensen binnen, veel migrantenarbeiders van buiten Peking zo te zien, maar de meeste ervan weet hij snel weer af te poeieren.

Met mij lukt dat niet. ,,Het gaat niet om dat aankoopbewijs. Er is een videoband waarop de daders te zien zijn, en die band moeten jullie bekijken'', zeg ik dwingend, terwijl ik me ondertussen afvraag of ik daar wel verstandig aan doe. Want wat zijn tegenwoordig de straffen op fietsendiefstal eigenlijk? Werk ik er nu aan mee dat de één of andere arme sloeber van het platteland jarenlang de gevangenis in moet omdat hij de fiets van een buitenlander heeft gestolen?

Dan komt er een andere, veel beschaafder agent die de zaak overneemt. Ik mag met hem mee naar het gebouw ernaast, de trap af naar de kelder. We komen langs een keuken waar de agenten, inmiddels zonder uniformblouse maar gewoon lekker zwetend in hun witte onderhemd, hun emaillen eetkommen laten volscheppen voor de lunch. De ijzeren rijstkom is hier kennelijk nog niet helemaal doorgebroken.

De kelderkamer in het politiebureau vervult me met een licht onbehagen. Het is het soort kale, afgetrapte ruimte met betonnen vloer waar ik niet graag al te lang met een agent zou willen doorbrengen als ik zelf een fiets had gestolen.

De jonge agent pakt er een velletje papier bij en schroeft zijn vulpen open. In de ruimte is nergens een computer te bekennen. ,,We noteren het met de hand omdat elk misdrijf anders is'', zo verklaart hij zijn werkwijze. Hij vraagt me nauwgezet naar de omstandigheden van de diefstal, en naast mijn naam en adres moet ik ook over mijn opleidingsniveau aangeven. Zou je met een universitaire opleiding meer te vertrouwen zijn dan met alleen lagere school? Hij schrijft het hele proces-verbaal nog een keer over op een nieuw velletje, en dat mag ik tekenen.

,,Wat gebeurt er eigenlijk als jullie zo'n fietsendief pakken?'', vraag ik toch een beetje ongerust. ,,Ach mevrouw, we kunnen er vrijwel niets tegen doen, want de straffen zijn tegenwoordig veel te licht. We kunnen een fietsendief maar maximaal vijftien dagen cel geven, en u begrijpt: daar zijn die dieven helemaal niet van onder de indruk. Geldstraffen zouden ze veel meer afschrikken'', zegt de agent, die de diefstallen vooral toeschrijft aan migranten, plattelanders die naar de stad zijn gekomen.

Een dag later bel ik om te vragen of er nog niets op de band te zien was. ,,Helaas, het was regenachtig en net te ver weg, dus we kunnen er niets mee'', zegt de agent.

Tsja.

Als ik die middag op mijn reservefiets toch maar weer naar het zwembad rijd, vind ik een Chinese oplossing voor het parkeerprobleem. Ik praat gemoedelijk wat na over de diefstal met de parkeerjongens, we lachen er samen maar om, en dan mag ik mijn fiets voortaan net achter de jongens tegen een muurtje zetten.

Dat mag niet van het hotel, maar wel van de jongens, en zij zullen er vanaf nu persoonlijk op passen. ,,Geef me je sleuteltjes maar, dan zet ik hem wel voor je in de parkeergarage'', grapt een van de jongens nog als ik met mijn zwemtas het hotel in loop.

    • Garrie van Pinxteren