Bankier die monetaire rust in Europa bracht

Op het menu stond zalm met jakobsschelpen, lamsvlees, Britse kazen en chocoladeparfait. Maar het hoofdgerecht voor de Europese regeringsleiders en ministers van Financiën die zonnige zaterdag 2 mei 1998 was de benoeming van Wim Duisenberg tot president van de Europese Centrale Bank. Het werd de langste lunch uit de geschiedenis van de Europese Unie.

Duisenberg zat met zijn vrouw Gretta in een Brussels restaurant te wachten op de afloop, toen hij gesommeerd werd naar het Justus Lipsiusgebouw van de Europese Unie te komen. Daar waren de Duitse bondskanselier Kohl, de Franse president Chirac, de Britse premier Blair en de Nederlandse premier Kok in een verhitte strijd verwikkeld. Chirac eiste dat Duisenberg slechts de halve termijn zou vervullen en na vier jaar plaats zou maken voor de Franse centrale bankier Jean-Claude Trichet.

De lunch ging over in het diner en er was geen oplossing in zicht. Uiteindelijk, na twaalf uur pendeldiplomatie tussen de regeringsleiders, las Duisenberg, die kettingrokend op een kamertje had zitten wachten, de verklaring voor die hij al die tijd in zijn binnenzak had gehad. Hij bedankte de regeringsleiders voor de benoeming, gaf de verzekering dat hij ten minste zou aanblijven tot en met de invoering van de euro en verklaarde niet te garanderen de volle acht jaar van zijn benoeming te zullen uitzitten. ,,Die benoeming had een feest moeten zijn, maar het ontaardde in een vertoning'', zei hij achteraf.

De Duitsers hadden zich vanaf midden jaren negentig ingespannen om Wim Duisenberg als de eerste president van de Europese Centrale Bank in Frankfurt benoemd te krijgen. Volgens Hans Tietmeijer, de president van de Duitse Bundesbank, was Duisenberg in staat om de cultuur van prijsstabiliteit te bewaren bij de introductie van de euro. Duisenberg had in zijn jaren als president van De Nederlandsche Bank bewezen uit het juiste hout gesneden te zijn. Bovendien, zei Tietmeijer, had hij een imposante sonore stem. En zijn `vliegende haar', zijn zilveren haardos, droeg ook bij aan zijn uitstraling.

De vormgeving van het Europese monetaire beleid, de opbouw van een nieuw instituut met medewerkers uit alle lidstaten van de Europese Unie, een complex bestuur met de presidenten van de nationale centrale banken, de soms gespannen verhouding met de lidstaten en met de Europese instellingen, de publieke verantwoording over de wisselkoers en ten slotte de rimpelloze invoering van de munten en bankbiletten van de euro op 1 januari 2002 werden het levenswerk van Duisenberg. Toen hij zeker wist dat alles geslaagd was, sprak hij van een ,,droomeinde'' van zijn carrière.

Willem F. Duisenberg was een zondagskind, iemand die zonder er ogenschijnlijk moeite voor te doen, voor elkaar kreeg wat hij wilde. Hij werd in 1935 geboren in Heerenveen. Hij volgde een studie economie in Groningen omdat hij niet wist wat hij anders moest studeren. Hij promoveerde in 1965 op een proefschrift over de economische gevolgen van de ontwapening. Na enkele jaren als staflid bij het Internationale Monetaire Fonds in Washington gewerkt te hebben, werd hij in 1970 benoemd tot hoogleraar macro-economie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij was Keynesiaan, zoals vrijwel alle economen in die tijd, en lid van de PvdA. In Amsterdam raakte hij bevriend met D66-leider Hans van Mierlo. Tot zijn eigen verrassing werd hij in 1973 gevraagd om minister van Financiën te worden in het linkse kabinet-Den Uyl.

De oliecrisis van 1973 was de eerste vuurproef. Ter compensatie van het koopkrachtverlies door de gestegen olieprijzen overwoog Duisenberg aan alle Nederlanders een tientje uit te delen. Het `tientje van Duis' is er nooit gekomen. Bij Financiën trof Duisenberg een groep jonge ambtenaren aan, waaronder zijn latere opvolger Nout Wellink, die hem ervan overtuigden dat het expansieve beleid van het kabinet-Den Uyl enorme gaten in de begroting sloeg. Duisenberg sloeg alarm. Hij kondigde de `een-procentsoperatie' aan, een aanpassing die hij presenteerde als een `linkse manier' van bezuinigen. De overheidsuitgaven mochten voortaan met niet meer dan één procent per jaar stijgen. Progressief Nederland viel woedend over hem heen.

Na de mislukte formatie van het tweede kabinet-Den Uyl in 1977 werd Duisenberg korte tijd Kamerlid, maar het was duidelijk dat de politiek niet zijn biotoop was. Hij vertrok schielijk naar de directie van de Rabobank, een `rode bankier' in de financiële coöperatie van christendemocratische boeren en tuinders. De Rabo was niet zo sjiek als ABN of Amro, maar wel de meest solide bank van Nederland.

Drie jaar later werd Duisenberg gepolst om over te stappen naar de directie van De Nederlandsche Bank en in 1982 volgde hij de gevierde Jelle Zijlstra op als president van de centrale bank aan het Frederiksplein.

Daar maakte hij zijn tweede vuurproef door. Maart 1983 besloot het pas aangetreden kabinet-Lubbers om de gulden niet volledig te laten meegaan met de Duitse mark in een herschikking van de Europese munten. Jan de Koning, minister van sociale zaken, Gerrit Braks, minister van landbouw, en premier Lubbers (alledrie CDA) vonden de economische crisis zo ernstig dat een waardedaling van de gulden wenselijk was. Zeer tegen de zin van Onno Ruding, minister van Financiën (ook CDA), en Duisenberg zette het kabinet door.

De gulden bleef achter bij de D-mark ter verbetering van de concurrentiepositie. Als gevolg van de onzekerheid die deze devaluatie had gecreëerd over het monetaire beleid bleef de Nederlandse rente de daaropvolgende acht jaar boven die van Duitsland. Het kortstondige voordeel van de devaluatie ging ruimschoots verloren. Duisenberg had hieruit één les geleerd: nooit meer Duitsland loslaten.

In de daaropvolgende turbulente jaren van het Europese Monetaire Stelsel werd Duisenberg de man van vijf seconden genoemd – de tijd die het kostte om van de Bundesbank naar Amsterdam te bellen en het rentebesluit door te geven.

In de loop van 1992 stond het Europse Monetaire Stelsel, waarin de wisselkoersen van de nationale munten aan elkaar gekoppeld waren maar wel konden worden aangepast, op springen. Tijdens crisisberaad in de zomer van 1993 in Brussel – België was in rouw omdat koning Boudewijn was overleden – hielden Duisenberg en minister van Financiën Kok (overhaast teruggekeerd van zijn vakantieadres en voor wie Duisenberg nog een pak had meegenomen uit Amsterdam), onder zware Franse druk vast aan de Duits-Nederlandse monetaire eenheid. De Fransen probeerden de D-mark uit het stelsel te drukken, hetgeen wel werd omschreven als een voorstel om de zon uit het zonnestelsel te laten verdwijnen. Terwijl na een lange nacht alle munten ten opzichte van de D-mark devalueerden, behield de gulden zijn vaste koppeling aan de Duitse munt.

Duisenberg mengde zich ondertussen actief in de discussies over een Europese monetaire unie. Als voorzitter van de groep van Europese centrale bankiers trok hij het initiatief naar zich toe, nadat Jacques Delors, president van de Europese Commissie, in 1988 met een uitgewerkt plan was gekomen voor een Europese munt.

De termijn van Wim Duisenberg bij De Nederlandsche Bank liep intussen op zijn einde. Met premier Lubbers werd zijn relatie nooit hartelijk – toen Duisenberg weer eens waarschuwde dat het begrotingstekort toch echt naar beneden moest, sneerde Lubbers: ,,Ik dacht al, als de herfstbladeren naar beneden vallen, waar blijft Duisenberg.'' Duisenberg bereidde zich voor op zijn pensioen, maar toen hij in 1996 gevraagd werd om president te worden van het Europees Monetair Instituut, de voorloper van de Europese Centrale Bank, aarzelde hij geen moment. Op voorwaarde dat hij de eerste president van de ECB zou worden. Van de vijftien centrale bankiers stemden er dertien in; de Italiaan Ciampi onthield zich omdat er in Italië een kabinetscrisis was en de Fransman, Jean Claude Trichet, zei dat hij president Chirac moest consulteren. Daarna volgde de bittere benoemingsprocedure.

Uiteindelijk hield Duisenberg vast aan zijn eigen plan. Gezien zijn leeftijd bij zijn benoeming (63) wilde hij geen acht jaar in Frankfurt blijven, had hij al eens in het maandblad Opzij onthuld. Voor zichzelf had hij bepaald te zullen aftreden op zijn 68-ste, zoals ook gebruik was bij de Bundesbank. In een privégesprek waarover hij pas publiekelijk vertelde na zijn aftreden, liet hij dat begin 2002 aan president Chirac weten. De Franse president kon niet anders dan instemmen. Uiteindelijk bleef Duisenberg nog een half jaar langer aan, omdat zijn beoogde opvolger Trichet in Frankrijk in een lastig juridisch conflict verwikkeld was geraakt. Duisenberg bewees de Fransman, met wie hij altijd goed bevriend is gebleven, daarmee een onschatbare dienst.

Duisenbergs privéleven was al eerder drastisch veranderd. Midden jaren tachtig scheidde hij van zijn vrouw en begon een relatie met Gretta Nieuwenhuizen, een socialite uit linkse culturele kringen in Amsterdam. Gretta haalde hem over te golfen, ze introduceerde hem in het Concertgebouw, bij sociale evenementen en in het gezelschap van kunstenaars, zodat Duisenberg steeds vaker opdook in het `Stan Huygensjournaal' van De Telegraaf.

Op het persoonlijke vlak was ze achter de schermen een enorme steun voor hem – en hij voor haar. Wel bracht het activisme van Gretta voor de Palestijnse zaak Duisenberg een paar keer internationaal in verlegenheid. In 2003 hing er maandenlang een Palestijnse vlag aan het balkon van hun huis in Amsterdam-Zuid. ,,Als ze een vlag wil ophangen, moet ze dat doen. Het is niet mijn stijl, maar ik laat haar daarin vrij. En ik sta honderd procent achter mijn vrouw'', zei Duisenberg in een interview. Hij zei haar ook wel eens te helpen om een petitie te schrijven. Toen hij de publieke opwinding beu was, haalde hij de vlag weg. Maar een paar maanden later hing die er weer – en Duisenberg vond het best.

Na vijfenhalf jaar nam Duisenberg op 1 november 2003 afscheid van de Europese Centrale Bank. Hij keek uit naar een rustige tijd buiten de schijnwerpers. Hij kon terugkijken op een enorme prestatie. De euro heeft zich ontwikkeld tot een stabiele munt met lage inflatie. De ECB heeft zich als institutie bewezen. Een groter tribuut voor Mr. Euro is niet denkbaar.

    • Roel Janssen