De stille digitalisering van de ratelende drukpers

De grafische sector verkeert al jaren in moeilijkheden. Traditionele drukkerijen sluiten hun deuren, de werkloosheid is hoog. Uitgerekend de grootste bedreiging, het internet, kan redding brengen. ,,De commercie zegt dat je moet digitaliseren.''

Op het bureau van vestigingsdirecteur Bart van Aller van drukkerij PlantijnCasparie in Capelle aan den IJssel ligt een exemplaar van het bidbook waarmee de gemeente Amsterdam in 1992 vergeefs probeerde om voor een tweede keer de Olympische Spelen naar zich toe te halen. ,,Mooi he'', zegt Van Aller. Hij wrijft over de rode linnen kaft met daarop in goud gedrukt de Olympische ringen en Amsterdamse andreaskruisen. ,,Die order was één van onze hoogtepunten.''

Dertien jaar na dato heeft PlantijnCasparie weinig reden meer tot juichen. Nederlands marktleider in kleinschalig drukwerk lijdt al drie jaar verlies. Vorig jaar bedroeg het negatieve saldo 2,4 miljoen euro. Genoeg voor moederbedrijf Roto Smeets De Boer – met een omzet van 612 miljoen euro veruit de grootste drukkerij van Nederland – om de drukker van de jaarverslagen van onder meer ABN Amro, KPN en VNU te verkopen. In augustus gaan elf van de veertien vestigingen, goed voor 425 werknemers, over aan drukkerij Thieme uit Delft. Analisten houden er rekening mee dat Thieme vanwege de overcapaciteit op de markt voor drukwerk enkele vestigingen van PlantijnCasparie zal sluiten. Van Aller: ,,Deze verkoop is niet zomaar een reorganisatie''.

De benarde situatie bij PlantijnCasparie is tekenend voor de toestand waarin de grafische sector in Nederland al geruime tijd verkeert. Het aantal grafische bedrijven en de werkgelegenheid nemen al vijf jaar af. In 2004 telde Nederland een kleine 3.200 grafische ondernemingen, ruim tweehonderd minder dan in 2003. Bij deze ondernemingen werkten iets minder dan 48.000 mensen, bijna 5 procent minder dan een jaar eerder. De totale omzet daalde in 2004 weliswaar langzaam, met 1 procent naar 7,4 miljard euro, maar herstel lijkt er voorlopig niet in te zitten: het Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf voorspelt een verdere krimp van de sector in 2005.

,,Ironisch genoeg komt de neergang door dezelfde ontwikkeling die toekomstkansen biedt: digitalisering.'' Dat zegt Jos Teunen, onderzoeker bij Kenniscentrum GOC, het onderzoeks- en opleidingsinstituut in Veenendaal van brancheorganisatie KVGO (Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen). Hij schetst de paradoxale situatie waarin de grafische wereld door het toenemende computer- en internetgebruik verzeild is geraakt. Aan de ene kant automatiseert het drukproces waardoor werkgelegenheid afneemt, maar tegelijkertijd ontstaan mogelijkheden voor drukkerijen om `nieuwe diensten' aan te bieden, zoals het bouwen van websites en vormgeven van cd-roms. Van de Nederlandse drukkerijen verricht inmiddels 41 procent zulke diensten, goed voor 11 procent van hun omzet. ,,De belangrijkste reden waarom de omzetdaling van de sector binnen de perken blijft'', aldus Teunen.

Kranten en tijdschrijften echter, de vroegere grootgebruikers van grafische diensten, doen door de digitalisering steeds minder beroep op voorbereidende diensten als het zetten van tekst, vormgeven van pagina's en plaatsen van foto's. Zij werken nu bijna allemaal met desktop-publishing (DTP), het digitaal opmaken van pagina's op de redactie, aan dezelfde bureaus waar artikelen worden geschreven.

,,Pagina's worden tegenwoordig kant-en-klaar aangeleverd bij de drukker'', zegt Teunen, ,,ze hoeven alleen nog maar op de pers te worden gelegd.'' Bart van Aller: ,,Bij PlantijnCasparie hebben we nog één corrector, in plaats van drie.''

Door de automatisering zijn voor het daadwerkelijke drukken bovendien steeds minder handen nodig. ,,Drukwerk is steeds minder vaak mensenwerk'', aldus Teunen. Deze trend weerspiegelt zich in het ,,enorme'' percentage grafici met een WAO- of WW-uitkering. Tegenover elke honderd werkzame grafici staan er zeventien met een WAO-uitkering, anderhalf keer zoveel als gemiddeld in Nederland. ,,Dat zijn vaak ambachtelijk geschoolde werknemers die psychisch zijn gemangeld omdat zij de vernieuwing hebben gemist.'' Het percentage WW'ers is zelfs twee keer zo hoog als gemiddeld.

Het economische klimaat vertaalt zich ook in vergrijzing van het personeelsbestand. De grafische branche telt minder werknemers onder de 20 jaar dan de gemiddelde Nederlandse werkvloer, en meer werknemers boven de 50. Oorzaak is het gebrek aan banen, waardoor weinig jongeren instromen. Het aantal vacatures is gedaald van 1800 eind 2000 tot 225 nu. ,,Bij ons was de jongste bediende altijd onder de 20'', zegt directeur Van Aller van PlantijnCasparie, ,,nu is dat 27.''

Een meevaller voor drukkerijen is dat internet – anders dan veel mensen wellicht denken – het papier niet structureel lijkt te vervangen als middel voor informatieoverdracht. Teunen beweert dat de hoeveelheid bedrukt papier de afgelopen jaren slechts mondjesmaat is afgenomen. ,,Op dit punt is de vrees voor digitalisering niet terecht.''

Ook gunstig is dat de grafische industrie relatief weinig concurrentie te duchten heeft van lagelonenland China, iets wat bijvoorbeeld de textiel- en schoenenindustrie niet kunnen zeggen. Adviesbureau Berenschot heeft becijferd dat 8 procent van de drukkers en uitgevers werk naar China verplaatst, minder dan gemiddeld in Nederlandse bedrijfstakken (10 procent).

Teunen verklaart dit door de nationale binding van de markt voor drukwerk. ,,Je laat een krant toch niet in Peking maken?''

Grafische bedrijven moeten door deze lichtpuntjes niet denken dat zij achterover kunnen gaan leunen en wachten tot de storm overwaait, aldus Fons Bakkes. De directeur van brancheorganisatie KVGO gelooft dat drukkerijen er niet aan ontkomen om hun aanbod uit te breiden met moderne technieken. ,,Willen zij overleven, dan moeten zij zich ontwikkelen tot allround dienstverleners.'' KVGO staat haar leden bij door ,,discussiebijeenkomsten'' te organiseren over de voor- en nadelen van internet. ,,Maar uiteindelijk moeten bedrijven het zelf doen.'' Dat sommigen daar niet in slagen, is volgens Bakkes ,,in zekere zin'' een voordeel: ,,De bedrijven die overblijven zijn concurrerend. Zij bewijzen nu hun bestaansrecht.''

Kenniscentrum GOC helpt bedrijven zich toekomstklaar te maken door om- en bijscholingscursussen te organiseren voor werknemers.

Tijdens een wandeling door het opleidingsinstituut laat Jos Teunen werkruimtes op de begane grond zien waar grafische studenten druktechnieken kunnen oefenen. Ouderwetse, gietijzeren persen staan naast traditionele snijmachines. Op de eerste verdieping staan echter louter computers met plat beeldscherm en draadloze muis. Hier wordt geoefend in het vormgeven van websites en cd-roms. ,,Wie beneden het klassieke vak heeft geleerd, komt later hierboven om het moderne vak te leren'', schertst Teunen.

Hij vertelt dat de sector in de huidige omstandigheden profijt heeft van zijn van oudsher sterk coöperatieve karakter. In de grafische branche is de eerste CAO van Nederland afgesloten. Dat was al in 1914. Het Kenniscentrum wordt gezamenlijk bestuurd door KVGO en de grafische vakbonden CNV Dienstenbond en FNV Kiem.

,,De CAO bepaalt dat een deel van de lonen wordt gereserveerd voor een opleidingsfonds, dat wij beheren. Dat betekent dat bijna iedere graficus in Nederland recht heeft op zo'n omscholingscursus.''

Een grafisch bedrijf dat de verandering van het economisch getij tijdig heeft doorzien, is Bek grafische producties. Deze familiedrukkerij in Veghel ziet zijn omzet al jaren stijgen. Twaalf jaar terug werkten er vijfenzestig man; nu ruim honderd. Met een omzet van 10 miljoen euro staat de onderneming bijna in de top-tien van grootste grafische bedrijven in Nederland. Deze maand is de schop de grond ingegaan voor een nieuwe bedrijfshal van 2500 vierkante meter.

,,Onze groei is vooral te danken aan IT'', vertelt directeur Loet Bek. In zijn gelambriseerde werkkamer legt hij uit hoe zijn bedrijf acht jaar geleden, nog voor het hoogtepunt van het internettijdperk, begon met het detacheren van IT'ers. ,,Wij waren er eerder bij dan de meeste anderen. Wij sturen onze eigen systeembeheerder naar de klant toe. Hij legt ter plekke bedrijfsbestanden aan en doet de vormgeving van de website. Als de klant zijn drukwerk ook nog digitaal aanlevert, hoeft hij nooit meer bij ons langs.''

De omzet van de IT-afdeling is de laatste vijf jaar steeds met minimaal 25 procent gestegen, zegt Bek. Nu maakt het 18 procent van de totale bedrijfsomzet uit, meer dan het landelijke gemiddelde van 11 procent. Vijf jaar geleden waren twee IT'ers in dienst, nu tien. De afdeling vormgeving is nu een subafdeling van de sectie IT geworden. Bek wijst naar een bouwtekening aan de muur: ,,De nieuwbouw is vooral mogelijk dankzij de internet-tak.''

Bek vindt dat een bedrijf dat zo sterk op `e-business' leunt zichzelf best nog drukker mag noemen. Nog altijd wordt ruim de helft van de omzet behaald met drukwerk. ,,Een bidprentje kan nog steeds.'' Hij ziet de overgang van analoog naar digitaal werk vooral vanuit zakelijk oogpunt. ,,Het maakt een bedrijf toch niet uit of de klant bereikt wordt via papier, sms of beeldscherm? Als de boodschap maar aankomt.''

Na de uitbreiding zal Beks firma verdergaan onder een naam die meer recht doet aan het uitgebreide takenpakket. ,,De ondernaam wordt zoiets als `media solutions'. Bij `grafische producties' denken mensen dat we alleen drukwerk leveren.''

Natuurlijk, Loet Bek is bereid met de tijd mee te gaan – hij moet wel. Maar ,,innerlijk'', zegt hij, vindt hij traditioneel drukwerk mooier dan een beeldscherm. ,,Dat is uiteindelijk overal hetzelfde.'' Hij ondervindt ,,meer emotie'' bij papier. ,,Maar de commercie zegt dat je moet digitaliseren.''