Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

Mohammed B. krijgt levenslang

De rechtbank in Amsterdam heeft vanmorgen Mohammed B. veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor de moord op filmmaker Theo van Gogh, op 2 november 2004 in de Amsterdamse Linnaeusstraat.

Volgens de rechtbank bestaat er geen ,,reëel uitzicht'' op terugkeer in de samenleving zonder dat dit ,,een onaanvaardbaar gevaar'' met zich meebrengt.

Het openbaar ministerie had twee weken geleden levenslange gevangenisstraf en ontzetting uit het actief en passief kiesrecht geeist voor de moord op Van Gogh, pogingen tot moord op politiemensen en omstanders, bedreiging, illegaal wapenbezit en het belemmeren van de werkzaamheden van Tweede-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali (VVD). Al die feiten zouden zijn gepleegd met een ,,terroristisch oogmerk''.

De rechtbank acht de aanklacht vrijwel volledig wettig en overtuigend bewezen. Volgens haar heeft Mohammed B. met de moord ,,welbewust'' beoogd ,,de Nederlandse bevolking vrees aan te jagen''. Het terroristisch oogmerk, een verzwarende omstandigheid, staat daarom voor de rechtbank vast. Dat geldt alleen niet bij het schieten op politie en omstanders.

Volgens de rechters is evenmin onomstotelijk aangetoond dat B. de moord met hulp van anderen heeft gepleegd, een ander punt uit de tenlastelegging. Daarvoor bestaan wel aanwijzingen, maar ,,wettig en overtuigend bewijs'' dat andere verdachten van de `Hofstadgroep' betrokken waren bij de moord op Van Gogh ontbreekt.

De rechtbank ging niet mee in de eis het kiesrecht van Mohammed B. in te trekken. Omdat hij ,,de democratie in al zijn facetten'' verwerpt en levenslang wordt opgesloten acht de rechtbank het ,,niet reëel'' dat B. daarvan ooit gebruik zal maken.

Het openbaar ministerie is ,,heel tevreden'' met het vonnis. Alleen met de beslissing over het kiesrecht is justitie het niet eens. Om die reden wordt een hoger beroep nog overwogen.

Mohammed B., die op bevel van de rechtbank aanwezig was bij het voorlezen van het vonnis, onderging de uitspraak gelaten. Na afloop drukte hij alleen de hand van zijn raadsman U. Sarikaya. Advocaat P. Plasman was niet bij de uitspraak aanwezig.

Rechter U. Bentinck benadrukte dat levenslange gevangenisstraf gereserveerd dient te blijven voor zeer uitzonderlijke gevallen, waarin het maatschappelijk belang ,,vordert dat de samenleving voorgoed van de verdachte gevrijwaard blijft''. Bij Mohammed B. is dat volgens de rechtbank het geval. In haar overwegingen daarbij laat de rechtbank de uitspraken van Mohammed B. in de rechtszaal zwaar meewegen.

Tijdens de zitting zei B. dat hij handelde vanwege zijn geloof en dat hij, als hij vrij zou komen, precies hetzelfde zou doen. ,,Ook zijn laatste woord'', zo stelde de rechtbank, ,,zijn laatste kans om de rechtbank er van te overtuigen van een mogelijke inkeer of een mogelijk besef van de ernst van zijn daden en hun in onze democratie onaanvaardbare gevolgen, heeft de verdachte de rechtbank te kennen gegeven dat hij geenszins van plan is zijn manier van denken in overweging te nemen.''

Volgens de rechtbank moet B. als volledig toerekeningsvatbaar worden beschouwd, ,,hoezeer de radicale opvattingen, de obsessie met geweld en het totalitaire denken van de verdachte uitnodigen tot speculaties over het bestaan van oorzaken, waardoor de verdachte de greep op zichzelf zou zijn kwijtgeraakt.'' Omdat B. niet mee wilde werken, hadden de pyschiaters van het Pieter Baan Centrum geen uitspraken kunnen doen over zijn geestesgesteldheid. Wat betreft de motieven ,,houdt'' de rechtbank ,,het er op'' dat B. ,,een overtuigingsdader'' is die vanwege zijn radicale interpretatie van de islam de moord op Van Gogh als zijn ,,religieuze plicht'' beschouwt. De rechtbank hechtte er aan nog eens expleciet te refereren aan de uitspraken van getuige-deskundige Peters, die stelde dat B. ,,een zeer extreme, maar ook uitzonderlijke interpretatie van de koran aanhangt''.

De rechtbank kende ook schadevergoedingen toe voor het productiebedrijf van Van Gogh, voor de crematie. Aan de twee getroffen omstanders en aan verschillende politiemensen kende de rechtbank vergoedingen toe wegens immateriële schade. De schadevergoedingen zullen door het Rijk worden bepaald.

Mohammed B. heeft twee weken om in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak. De kans daarop lijkt bijzonder klein, gezien de uitspraak van B. dat hij de ,,de kans niet wilde ontlopen de maximale straf te krijgen''. Hij verklaarde twee weken geleden de Nederlandse rechtsgang niet te erkennen. ,,Wellicht erkent u mijn rechtsgang ook niet.''

HOOFDARTIKEL pagina 7