Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Terrorisme

Een verdiend levenslang

De levenslange gevangenisstraf voor Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, komt niet als een verrassing. Zeker nu de rechtbank Amsterdam een ,,terroristisch oogmerk'' aanwezig acht. Toch hebben de rechters bij het bepalen van de straf, zelfs in deze huiveringwekkende zaak, tot uitgangspunt genomen dat elementaire redenen van humaniteit meebrengen dat iedere veroordeelde in beginsel uitzicht moet worden geboden op terugkeer in de maatschappij.

De rechtbank moest wel tot de conclusie komen dat de daden van Mohammed B. zo uitzonderlijk ernstig zijn dat de samenleving maximaal tegen hem moet worden beschermd. Al was het alleen omdat hij het zo weer zou doen, zo bleek uit het weinige dat B. tijdens zijn proces liet weten. Ook de informele vuistregel dat levenslang zoveel mogelijk gereserveerd dient te blijven tot meervoudige moord biedt geen soelaas. B. schoot gericht op een serie politiemensen en belemmerde bovendien Hirsi Ali haar taak als gekozen volksvertegenwoordiger te vervullen. Dat op zichzelf is al een delict waar maximaal levenslang op staat. Toch is het van belang dat de rechtbank het humanitaire beginsel tot uitgangspunt heeft genomen. Mohammed B. wil de rechtbank niet erkennen en keert de rechtsorde demonstratief de rug toe. De kreet ,,uw rechtsorde is de onze niet'' is eerder gehoord in Amsterdam, met name als rechtvaardiging van krakersgeweld enkele decennia geleden. Een rechtsorde laat zich echter niet eenzijdig opzeggen. Toen niet en nu ook niet. Ook al wordt zij nog zo meedogenloos aangevallen, zij zet haar eigen regels niet opzij. Dat is juist haar kracht.

Het toepassen van het terroristisch oogmerk door de rechter is bijzonder in het Nederlandse strafrecht. Deze strafverzwarende omstandigheid werd ook pas vorig jaar in de wet opgenomen. Helemaal duidelijk is dit criterium niet. Voor B. is het al direct de vraag of dit niet toch vooral een geval van godsdienstwaanzin is. Dat zou dan eerder wijzen op (gedeeltelijke) ontoerekenbaarheid. Men zou dat zelfs bijna hopen, zoals de voorzitter van de rechtbank verzuchtte. Doordat de verdachte ieder onderzoek blokkeerde, wat zijn recht is, kon de rechtbank echter niet anders dan Mohammed B. zijn daden ten volle toerekenen.

Toch is er een verschil tussen iemand die handelt als een zelfbenoemde wreker van zijn beledigde god, en de terrorist die uit is op het verspreiden van angst en het ontwrichten van de maatschappij. Er bestaan talloze definities van terrorisme, maar een vaak terugkerend element is dat van willekeurige doelwitten als kenmerk van terreur. Het is jammer dat B. zijn raadsman de mond snoerde en dat zeker van zijn kant geen hoger beroep valt te verwachten, want de nieuwe wetsbepaling is nadere discussie in de rechtszaal waard.

Morgen begint al direct een nieuwe uitdaging voor de justitie: het proces tegen de zogeheten Hofstadgroep. Dat kan van belang zijn voor de vragen die de behandeling van de zaak tegen Mohammed B. niet heeft beantwoord: waar haalde hij zijn geld en een pistool vandaan? Dringende vraag is ook hoe kan worden voorkomen dat B. in of vanuit de gevangenis gaat werven voor zijn geperverteerde opvattingen. Een lastige opgave, want de rechtsorde houdt niet op bij de gevangenismuur. Zelfs niet bij levenslang, hoe verdiend ook.