Den Haag laf tegen islamitisch extremisme

De aanslagen in Londen zouden de politieke elite in Den Haag in staat van alarm moeten brengen. Helaas is dat niet het geval, constateert Geert Wilders. Volgens hem moet hier eerst een aanslag worden gepleegd, voordat gedaan wordt wat nodig is.

De afgelopen jaren is de wereld herhaaldelijk opgeschrikt door barbaarse aanslagen gepleegd door islamitisch extremisten in onder andere New York, Bali, Tunesië, Madrid en laatstelijk Londen. Nederland zal zeker een volgend doelwit zijn. Maar het gebrek aan gevoel van urgentie bij de politieke elite in regering en Kamer is stuitend.

Het gegeven dat alle fracties in de Kamer onlangs een verzoek van ondergetekende van tafel veegden om direct na de vorige aanslagen in Londen van 7 juli het reces te onderbreken om met het kabinet te overleggen over de mogelijke gevolgen voor Nederland, is slechts een voorbeeld daarvan. Het is vooral niet te verkroppen dat er volgens minister Remkes van Binnenlandse Zaken in Nederland tientallen terroristische netwerken actief zijn, maar dat de politieke wil ontbreekt om de honderden extremisten die bij de AIVD bekend zijn en ook door deze organisatie gevolgd worden, preventief op te pakken en te detineren. Blijkbaar moet er in ons land eerst een aanslag worden gepleegd, voordat gedaan wordt wat nodig is.

Opvallend is ook dat terrorisme en islam zorgvuldig gescheiden worden door de politieke elite, terwijl bijna alle terroristische aanslagen wel degelijk door moslims worden uitgevoerd. Ontkend wordt dat de islam het grootste gevaar van deze tijd is. Politici, bestuurders en opiniemakers buitelen over elkaar heen in een kramp van politieke correctheid. Telkens weer wordt benadrukt dat er toch echt geen sprake is van een botsing der culturen, dat het zeker niet gaat om de islam als religie en dat terroristen die zeggen in de naam van de islam te handelen, die religie ten onrechte voor hun abjecte doelen misbruiken. Alle goede bedoelingen die hieraan ongetwijfeld ook deels ten grondslag liggen ten spijt, is deze reactie vooral het zoveelste bewijs van angst en onvermogen om een lastig probleem eerlijk te benoemen, te analyseren en op te lossen.

De Nederlandse burger is echter niet gek. Hoe meer de islam als oorzaak van problemen in onze samenleving door politici wordt gebagatelliseerd, hoe minder de burger zich gerepresenteerd voelt en herkent in politiek en media. Het gros van de Nederlanders is de problemen die de islam veroorzaakt spuugzat en wil dat problemen serieus worden aangepakt. De burger heeft genoeg van de halfzachte methodes van deze regering en roept om zakelijkheid en daadkracht. Naast de problemen met islamitisch extremisme is het probleem van straatterreur, huiselijk geweld, eerwraak, uitkeringsafhankelijkheid en criminaliteit helaas in grotere mate verbonden aan mensen van islamitische dan van niet-islamitische afkomst. Dat is geen stemmingmakerij, dat zijn de feiten.

Waarom is de islam wel degelijk ook als religie een groot maatschappelijk probleem? Het begin van het antwoord op deze vraag is zoals zo vaak te vinden in de geschiedenis. Het belangrijkste verschil tussen de islamitische religie en de op joods-christelijke religie gestoelde westerse cultuur is de scheiding van kerk en staat en dus van vrijheid. Waar in de christelijke leer het aardse gezag losstaat van het religieuze gezag, is voor de islam de profeet Mohammed ook staatsman en veldheer.

De islam en de landen waar de islam de dominante religie is, hebben nooit een Verlichting meegemaakt zoals Europa in de 16de-18de eeuw die heeft gekend. Hierdoor is er in Europa een manier van denken ontstaan die de geest heeft losgemaakt van de strenge doctrines van het geloof. Deze vrijheid heeft geleid tot grote wetenschappelijke, maatschappelijke en artistieke vernieuwingen. En zolang een vergelijkbare verlichting niet plaatsvindt binnen de islam, is het pure illusiepolitiek dat met de islam en haar volgelingen op gelijke voet kan worden gecommuniceerd of samengewerkt. Democratie en vrijheid zijn geen idealen die binnen de Islam passen, integendeel: democratie en islam zijn onverenigbaar. Vele moslims kunnen en willen onze (vrije) manier van leven dan ook niet begrijpen of accepteren, omdat dat lijnrecht tegen hun geloof ingaat. En dat geloof is de heersende doctrine.

De omgang met de islam en moslims in ons land moet dus minder vrijblijvend worden. Maar het probleem moet eerst meer beheersbaar worden. Daartoe zal het recht op migratie naar Nederland drastisch moeten worden beperkt. Het gegeven dat hier in 1993 566.000 moslims woonden en in 2004 maar liefst 944.000, is veelzeggend: de immigratie uit niet-westerse landen moet de komende jaren geheel worden verboden. Dus ook een volledige stop op gezinsvorming en -hereniging uit landen als Marokko of Turkije.

Criminaliteit dient harder te worden aangepakt. Dat geldt uiteraard zowel voor autochtonen als allochtonen, maar gelet op de oververtegenwoordiging van allochtonen – niet zelden personen van Marokkaanse afkomst – is dit een relevant gegeven. Hoge minimumstraffen moeten worden ingevoerd, taakstraffen voor geweldsdelicten en vervroegde invrijheidsstelling afgeschaft. Vreemdelingen met een verblijfsvergunning dienen al na één keer voor een misdrijf te zijn veroordeeld, het land te verlaten. Ook zullen denaturalisatie en uitzetting voor mensen met een dubbele nationaliteit veel sneller mogelijk moeten worden. Geen naturalisatiedag maar een denaturalisatiedag is wat nodig is. De bouw van megalomane moskeeën zoals in Rotterdam en Leiden dient te worden verboden en radicale moskeeën gesloten. Het is een gotspe dat dit nog niet is gebeurd. Ook wordt het preken in de Nederlandse taal in moskeeën wettelijk verplicht gesteld. Het aantrekken van imams uit het buitenland wordt meteen verboden.

De analyse is helder, we hebben een groot probleem met de islam, ook in Nederland. De oplossing is ook niet zo gecompliceerd; wat ontbreekt is politieke lef en gevoel van urgentie. Immigratie uit islamitische landen moet worden verboden. We moeten leren intolerant te zijn tegen de intoleranten, op straat, in de moskee en in de rechtbank. We moeten haat en geweld van terroristen beantwoorden met uitsluiting en intolerantie en laten zien wie de baas is in Nederland.

Geert Wilders is lid van de Tweede Kamer.