Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Europees leer stinkt niet

Milieuvriendelijk leerlooien is kostbaar en wordt buiten West-Europa vrijwel nergens gedaan. Europese leerlooiers kunnen het hoofd daardoor nauwelijks boven water houden.

Natuurlijk willen de Europese meubelfabrikanten graag milieuvriendelijk gelooid leer gebruiken voor de productie van hun stoelen en bankstellen. ,,Ze willen er alleen nog niet voor betalen.'' Dat zegt directeur Herman Hulshof van Koninklijke Hulshof's Leerfabrieken in het Gelderse Lichtenvoorde, tevens vice-voorzitter van de Europese branchevereniging van de leerindustrie Cotance.

Looien is simpel gezegd een huid tot leer verwerken. Een in Lichtenvoorde gelooide stierenhuid kost, door hoge lonen en strenge milieunormen, tussen de 20 en 50 euro per vierkante meter. Huiden uit China en Zuid-Amerika, waar lonen lager en milieu-eisen non-existent zijn, kosten inclusief transport 15 tot 25 euro per vierkante meter. ,,Dan is de keuze voor een prijsgevoelige Europese meubelfabrikant, die het door de import van goedkope meubelen uit lagelonenlanden toch al moeilijk heeft, snel gemaakt'', zegt Hulshof.

Slechts een kleine groep meubelmakers, het topsegment van de markt, is bereid extra te betalen voor Europees leer. ,,Want behalve milieuvriendelijker is dat kwalitatief ook beter.'' Dat komt onder meer door de snelle verwerking: na de slacht worden verse huiden in koelwagens naar de looierij gebracht, waar ze binnen 48 uur worden gelooid. ,,Huiden die uit Azië of Zuid-Amerika moeten komen, worden eerst ingezouten, zodat ze langer houdbaar blijven. Dat tast de kwaliteit van de huid aan en zorgt voor vervuild afvalwater, omdat je dat zout er voor het looien ook weer allemaal uit moet spoelen.''

Een andere reden dat Europese huiden van betere kwaliteit zijn, is dat veehouders hun dieren hier beter behandelen. ,,Buiten Europa speelt dierenwelzijn geen rol. Dat zie je terug in de huiden.'' Insectenbeten, slacht- of transportwonden, ziektes en `prikstokken' om vee op te drijven leiden allemaal tot huidbeschadigingen, die in het leer terug te zien zijn. ,,Wij verkopen bijvoorbeeld veel leer aan Amerikaanse meubelfabrikanten, omdat lokaal gelooid leer er daar door de ruwere behandeling van het vee minder mooi uit ziet.''

Het leeuwendeel van de mondiale meubel-, schoenen-, tassen- en riemenindustrie neemt genoegen met goedkoop leer uit Azië en Zuid-Amerika. Het aantal fabrieken dat nog Europees leer afneemt slinkt, want deze bedrijven verplaatsen hun productie steeds vaker naar lagelonenlanden. Sommigen blijven dan Europees leer inkopen vanwege de kwaliteit, maar dat worden er steeds minder. De Europese leersector staat dan ook onder druk: van de 3.600 leerbedrijven die de vijftien Westerse EU-landen in 1990 nog telden, zijn er minder dan 2.500 over. De werkgelegenheid is sindsdien gekrompen van 63.000 tot krap 45.000 mensen.

De Nederlandse leersector telt nog zo'n tien bedrijven, waarvan er nog maar twee zelf looien. ,,Voor de anderen werden de milieu-investeringen te hoog. Zij verwerken gelooide huiden uit het buitenland hier tot leer'', zegt Hulshof. Aan de import van huiden stelt de EU geen milieu-eisen, die gelden alleen voor het looien van huiden binnen de EU. ,,Leer looien buiten Europa wordt zo dus aangemoedigd.''

De twee overgebleven Nederlandse leerlooiers zijn Hulshof voor meubelleer en Ecco voor schoenenleer. Ecco, een Deense schoenenproducent, looit zijn eigen leer in het Brabantse Dongen en stuurt dat naar Azië om tot schoenen verwerkt te worden. De reden daarvoor is dat daar lokaal geen milieuvriendelijk geproduceerd leer beschikbaar is. ,,En Ecco wil zich juist onderscheiden als milieuvriendelijk merk.''

Een belangrijke reden dat Hulshof ondanks de malaise nog bestaat, is dat het bedrijf een methode heeft ontwikkeld om uit de onderhuid van de stier – die in het productieproces gescheiden wordt van de bovenhuid, waar het leer van gemaakt wordt – een waardevolle voedingsstof te winnen. Het gaat om een proteïne die wordt verwerkt tot bindmiddel voor onder andere hamburgers, cervelaat en ham. ,,Dat is een gepatenteerd product dat wij als enige kunnen maken en dat we wereldwijd verkopen aan de voedingsmiddelenindustrie.''

De proteïne, goed voor een derde van de 40 miljoen euro omzet van Hulshof, is nu het enige product waarmee het bedrijf winst maakt. Met leer speelt het quitte. ,,We zijn de komende jaren tevreden als we de kapitaallasten terugverdienen'', zegt Hulshof, die de afgelopen jaren ruim 15 miljoen euro investeerde in een waterzuiveringsinstallatie, een grotere proteïnefabriek en uitbreiding van de productiecapaciteit van 1,1 tot 1,8 miljoen vierkante meter leer per jaar. ,,Dat klinkt onlogisch, de productie uitbreiden in een krimpende markt'', zegt Hulshof. ,,Maar wij redeneren zo: de komende tien jaar gaat naar schatting de helft van alle leerlooierijen in Europa failliet, en als we niks doen, zitten wij daar ook bij. Dus we kunnen maar beter blijven investeren, in de hoop dat we bij de overlevers horen.''

Hulshof ziet de vraag naar milieuvriendelijk geproduceerd leer voorlopig nog niet toenemen. ,,Zolang niemand zich daar druk over maakt, blijft een groot deel van de meubelindustrie leer verwerken dat onder erbarmelijke omstandigheden in zeer vervuilende looierijen is gemaakt. Zo'n bedrijf moet eerst flinke reputatieschade oplopen voor het schoner, maar wel duurder leer zal gaan inkopen.'' In de schoenenindustrie is dat bij Nike gebeurd. ,,Nike heeft pas na wat schandalen de namen van al zijn toeleveranciers openbaar gemaakt.''

Brussel bereidt nu een richtlijn voor die het verplicht stelt op producten de herkomst van alle onderdelen te vermelden. Van meubelen of schoenen moet niet alleen zichtbaar worden waar ze zijn geproduceerd, maar ook waar het leer vandaan komt. De Europese leerindustrie is vóór, zegt Hulshof. ,,Het zou natuurlijk beter zijn als Brussel eisen zou stellen aan de omstandigheden waarin geïmporteerde goederen zijn geproduceerd, maar dit is een goede eerste stap. Een consument kan dan tenminste zien of het leer op zijn nieuwe bankstel `stinkt'.''