Op de bres met gevoel

De Nederlandse componist Hans Kox, dit jaar 75 geworden, had tot begin jaren zeventig over erkenning niet te klagen. In 1974 echter kreeg zijn opera Dorian Gray enkele harde recensies van critici van naam. Daarna ging zijn stijl in de ogen van veel muzikale smaakmakers door voor passé. De laatste tien jaar beleeft zijn muziek een comeback, mede dankzij de inzet van de bevriende publicist Bas van Putten. Zijn boek, Hoog spel, is de eerste uitvoerige publicatie over de componist Hans Kox en richt zich tot diverse lezersgroepen.

De niet-ingewijden krijgen een fraai beeld van Kox' ontwikkeling en stijl. Zijn muziek is zeer representatief voor de wijze van componeren die in Nederland toonaangevend was tussen 1920 en 1970: het neoclassicisme. Kox is geen nieuwlichter en zoekt graag aansluiting bij de klassiek-romantische traditie. Van Putten behandelt redelijk uitvoerig het heersende muzikale klimaat sinds 1950, bespreekt Kox' sterkste werken (de vioolconcerten, symfonieën en `Cyclofonieën' voor uiteenlopende bezettingen) en onderstreept Kox' grote affiniteit met het expressionisme en daarmee zijn liefde voor het op de spits drijven van muzikale emoties, met name in zijn opera's.

Ingewijden kunnen allerlei vraagtekens plaatsen bij Van Puttens vermenging van feit en visie als het gaat om de jaren na 1974. Ook ondergraaft hij soms zijn betoog door andersdenkenden, die zeer goed op de hoogte zijn, uitvoerig aan het woord te laten. Kox is, meent Van Putten, na 1974 het slachtoffer van modernistische opponenten onder critici en collega's en van de Notenkrakers. Het drama bleef niet tot Kox beperkt, want ook oudere stijlgenoten als Flothuis, Henkemans, Hendrik Andriessen en Kox' leraar Badings raakten op een zijspoor.

Volgens Van Putten was er meer aan de hand dan een wisseling van generaties. Hij rept van een complottheorie, voorziet die term weliswaar van een vraagteken, maar zijn daaropvolgende betoog laat aan duidelijkheid niets te wensen over.

Eenmaal aanbeland bij de neergang van Kox' reputatie trekt Van Putten alle registers open. Hij beschrijft het leven en werk van Kox met de retorische vaardigheid en met gevoel voor drama – naast muziekpublicist is Van Putten ook romancier – en hij lardeert dit tragisch heldenepos met zeer partijdige informatie over het Nederlandse muziekleven. Van Putten beschrijft Kox dan weliswaar als meer artiest dan ideoloog, zelf schrijft hij als een artiest met een duidelijke ideologie: weg met het modernisme, dat nog altijd veel steun vindt bij ingewijden in de muziekwereld.

Wie Kox' muziek kent en die legt naast Van Puttens boek, ontdekt dat die muziek weliswaar bij vlagen boeit, soms zelfs zeer, maar niet beklijft. Was Kox' muziek maar net zo sterk als de schrijfstijl van Van Putten, dan was dit boek wellicht ook geschreven zonder de aanleiding van een jubileum en had de biograaf het kunnen stellen zonder stemmingmakerij.

Bas van Putten: Hoog spel. Het levensverhaal van componist Hans Kox. Contact, 208 blz. €25,–