Honger is in Ethiopië machtig wapen

Soms verergeren politici een hongersnood. Het Ethiopische regime gebruikte honger als wapen in 1985, net als Reagan en Thatcher. Met Band Aid wees popmuziek de politiek op haar plicht.

Bij het naderende geluid van een auto heft een bedelende blinde man zijn beide handen. Hij staat er al dagen, geen auto is gestopt. In een dorpje verderop ligt langs de weg een vrouw stilletjes te sterven, samen met haar twee naakte kindertjes. Ook zij vallen niet op. Tien meter verder ligt weer een stervende, en dan weer een. Het is 1984 en de wereld wil nog niet weten van de hongersnood in Ethiopië.

Honger kent in Ethiopië een lange geschiedenis. In 1973 stierven er veertig- tot tachtigduizend mensen door een hongersnood waarvan de wereld niets mocht weten van keizer Haile Selassie. Er waren in de getroffen provincie Wollo geen ambtenaren om de lijken op te ruimen. Toen de overlevenden naar de hoofdstad Addis Abeba marcheerden, wierp de keizer wegversperringen op.

Vier jaar na 1984 was er in Ethiopië weer hongersnood. Een vrouw maait de miezerige sprietjes graan. Zij schaamt zich voor de journalisten, die nu wel zijn toegestroomd om hongerverhalen te schrijven. ,,Waarom zoeken jullie ons alleen op als God een vloek over ons heeft uitgesproken. Ga weg!'' Ze hurkt, rolt zich op en begint zachtjes te huilen.

De camera's draaien. Na de ramp van 1985 is ieder bericht over voedseltekorten in Ethiopië wereldnieuws geworden.

In het geheugen van de Ethiopiërs is de nood van 1985 de grootste. De massaliteit van het sterven overvalt de hongerlijders, de Ethiopische en Westerse leiders en de hulpverleners. Op de steenvlakte bij Korem staren massa's hongerenden voor zich uit, gekleed in grijze doeken. In de avond graven ze zich in tegen de bijtende kou in diepe kuilen.

Iedere ochtend worden honderden lijken op een rijtje uitgestald. Verspreid in de straten van Korem liggen ouderen te sterven, terwijl kinderen, die wel voedsel krijgen, achteloos een soort haasje-over over hen doen. Alarmerend voor een continent waar respect voor ouderen de cultuur bepaalt.

Slachtoffers helpen hulpverleners een handje. Stervenden in het kamp Bati kruipen naar het lijkenhuisje op de hoogste heuvel, dan hoeven de hulpverleners hun lichamen straks niet meer naar boven te dragen. Door de rieten wand stroomt het water van de lijkenwasser hun tegemoet. Het lichaam van een jonge nomade wordt gewassen in een plastic teil. De schoonheid van zijn gezicht is nog niet verdwenen.

Rond de grote bak liggen kleine bundeltjes: kinderlijkjes. In het kamp beneden rent een dokter rond. Ze zet een viltstiftstreep op het voorhoofd van degenen die voedsel zullen krijgen. De anderen zijn opgegeven.

Een hongersnood is jammerlijk, maar ook een geweldig machtig instrument. De val van de eeuwenoude keizerlijke dynastie begin jaren zeventig werd versneld omdat Haile Selassie de honger in Wollo negeerde.

Het daarop volgende communistische regime staat op de zwarte lijst. De wereld is in de greep van het ijzeren duo Reagan en Thatcher. Zij willen het militair-marxistische Ethiopië uithongeren tot het er bij neervalt. Ook de Ethiopische leider Mengistu Haile Mariam ziet nog geen brood in een internationale actie voor de slachtoffers.

Weken nadat de eerste duizenden slachtoffers zijn gevallen schieten westerse regeringen alsnog te hulp. De popmuziek is de politiek gepasseerd. Prominente musici wekken met hun `We are the world' en Band Aid de compassie van de bevolking in Europa en Amerika en dwingen hun regeringen zo tot acties.

Ook Mengistu gebruikt de honger als wapen. De hongerzone is een oorlogszone. In de zwaarst getroffen noordelijke provincies Tigray en Eritrea huizen guerrillabewegingen die opereren met steun van arme boeren, boertjes die nu door honger dreigen te sterven.

Zij mogen geen hulp krijgen, dus bombardeert de Ethiopische luchtmacht de clandestiene voedselkonvooien vanuit buurland Soedan naar guerrillagebieden. Tibebu Bekele, plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken, erkent in december 1984: ,,Voedsel is een belangrijk element in onze strategie tegen de rebellen.'' [Vervolg HONGER: pagina 5]

HONGER

Niet natuur maar politiek sloeg toe

[Vervolg van pagina 1] Vóór het uitbreken van de hongerramp in 1984 lieten Ethiopische vliegtuigen hun bommen al vallen op drukke markten en akkers in rebels gebied, pogingen om de infrastructuur en de voedselproductie te saboteren. In rustiger en vruchtbaarder gebieden van het land betaalde de overheidsinstantie lage prijzen voor granen, de productie bleef beneden peil en de privé-sector zag geen heil in handel. De landbouw is door een starre overheidspolitiek altijd onderontwikkeld gebleven in Ethiopië.

Eind 1984 gaat Mengistu alsnog akkoord met grootschalige buitenlandse hulp. Dat leidt tot verwarring bij westerse goeddoeners. Er is een boel mis in het Ethiopië van Mengistu, maar het land is geen bananenrepubliek. Het heeft misschien een crimineel regime maar wel met een relatief goed functionerend overheidsapparaat. Als het een leger van honderdduizend man op de been kan brengen, is het ook in staat een gigantische voedseloperatie te runnen. Diplomaten en hulpverleners weten geen raad met deze paradox.

Mengistu blijft tot zijn val in 1991 halsstarrig. Zijn politieke motieven blijven belangrijker dan het lot van de hongerenden.

De meeste buitenlandse hulpverleners spelen mee met Mengistu's spel. Kurt Jansson zit namens de secretaris-generaal van de Verenigde Naties als speciale afgezant voor de hongerramp in Addis Abeba. ,,Tachtig procent van de hongerenden in Tigray ontvangt hulp van de regering'', zegt hij inschikkelijk.

Zijn opvolger Michael Priestly stelt zich een jaar later nog volgzamer op: ,,Ik ben er absoluut zeker van dat deze ramp niet had kunnen worden vermeden.'' Maar vijftien procent van de zwaar getroffen bevolking van Tigray heeft in 1985 waarschijnlijk overheidshulp ontvangen.

In 1991 verdrijft de guerrillabeweging van Tigray Mengistu uit Addis Abeba. De nieuwe heersers wijten de ramp van 1985 aan de oorlogs- en landbouwpolitiek van Mengistu, en aan de buitenlandse hulpverleners die aan de leiband liepen van zijn regime. Niet de ongenadige natuur sloeg toe maar de politiek.

Maar ook onder de nieuwe machthebbers is aan de verwoestende politiek nog weinig veranderd. In 2005 moet Ethiopië ruim tien miljoen hongerenden voeden, meer dan het dubbele van 1985. Honger is nog steeds een dagelijkse realiteit. Door de hoge uitgaven voor defensie, vanwege de voortdurende strijd met Eritrea, primitieve landbouwmethodes, gigantische erosie en ontbossing, en een rigide regulering van de agrarische sector door de overheid, is Ethiopië een van de allerarmste landen ter wereld gebleven. De buitenlandse voedselhulp ten spijt.

Maandenlang hebben hongerige Afrikanen tijdens de Grote Hongersnood van 1984/85 uit de handen van westerse Goede Samaritanen gegeten. Het continent heeft zijn aanzien als bedelaar nooit meer verloren. Miljoenen Afrikanen hebben hun leven behouden maar hun waardigheid verloren. En een legertje buitenlandse hulpverleners is in 1984 neergestreken. Om nooit meer te vertrekken.