Papa is geen Hollander

Suriname en Nederland hebben er een schrijver bij en wel een heel uitzonderlijke. De meeste moderne Surinaams-Nederlandse auteurs zijn geboren en kortere of langere tijd getogen in Suriname om zich vervolgens in Nederland te vestigen. Tessa Leuwsha (1967) die dit voorjaar debuteerde met de van weemoed doortrokken roman de Parbo-blues is geboren en opgegroeid in Amsterdam. Negen jaar geleden emigreerde ze naar haar vaders geboorteland waarover ze de onlangs herdrukte reisgids Wereldwijzer Suriname (uitgeverij Elmar, €21,50) samenstelde.

Leuwsha volgde het spoor terug en dat is ook wat zij haar hoofdpersoon Anna in de Parbo-blues (naar een bekend Surinaams biermerk) laat doen. In eenentwintig korte hoofdstukken, afwisselend spelend in Nederland en Suriname schetst zij een aandoenlijk portret van haar vader Henry Charmes. `Mijn vader kwam begin jaren zestig met de boot naar Nederland. Die boot had hem thuisgebracht – ,,zo voelde dat'', zei hij.' Als Anna na Henry's dood in Paramaribo naspeuringen doet naar de jeugd van haar vader ontdekt ze dat hij van jongs af aan voor de reis heeft gespaard. `Geld brengt hem dichter bij Holland. Holland is het paradijs.'

De werkelijkheid valt tegen. Hoewel Henry, die zijn naam laat veranderen in Henk, zich redelijk aanpast, een blonde Hollandse vrouw trouwt en tot aan zijn vervroegde pensioen werkt bij de Stadsdrukkerij zal hij nooit helemaal en misschien zelfs wel helemaal níet aarden in het kille Nederland. `De kou speelde ook mijn vader parten. Zowel buiten als binnen. Buitenkou kon je zien. Die kringelde uit monden of bloemde op ramen. Maar binnenkou was onzichtbaar. Die lag vastgevroren in hoofden en harten, riep ,,stop'' bij drempels en gooide deuren voor je dicht.'

Discriminatie – het woord valt nergens, maar Leuwsha laat doorschemeren dat Henry en ook Anna en haar broertje daar als enige donkere mensen in een witte volksbuurt last van hebben. Anna vertelt dat ze als kind bij voorkeur een donkerblauwe jas, een grijze broek en een paar bruine schoenen droeg. `Alles om mijn exotische verschijning te doen verbleken.' Erger dan het gevoel tot een opvallende minderheid te behoren, was de schaamte over de zich on-Hollands gedragende vader.

Gekweld door heimwee en andere gevoelens van onvrede zoekt Henry de roes van hasj en zelfgekweekte wiet. Wanneer die is uitgewerkt of niet voorhanden, verandert hij in een onredelijke, met serviesgoed smijtende tiran en scheldt hij zijn echtgenote uit voor `panpan' (kut of shit). Soms wordt hij verbannen naar de zolder waar zijn dochter hem eten brengt. `Ik zie hem door het latwerk, een gevangene van zijn eigen drift.'

Er is geen weg terug. Suriname betekent bittere armoede. Wanneer hij na zijn pensioen als cadeautje van de zaak voor het eerst na dertig jaar zijn geboorteland als toerist bezoekt en een voor een hongerloon werkende jeugdvriend probeert te imponeren met verhalen over zijn in Nederland vergaarde rijkdom, beseft Henry dat zijn geboorteland voor hem `niet meer hoeft'.

Anna gaat na Henry's dood naar Suriname om er de as van haar vader te verstrooien én om in Nickerie en Paramaribo zijn verleden in te kleuren. Henry's moeder was een `mulattin', geboren uit een verboden liefde tussen een blanke plantersvrouw en een zwarte arbeider. Zijn vader vertoonde het gedrag van veel Caraïbische mannen: hij verliet zijn geliefde na de geboorte van het kind, onderhield betrekkingen met talloze `buitenvrouwen' en bezocht zijn oudste zoon en diens moeder maar zelden. De verwijdering tussen vader en zoon komt tot een definitieve breuk als Henry bij de politie getuigt van de aanranding door zijn vader van zijn blanke werkgeefster.

Vooral de Surinaamse hoofdstukken zijn beeldend geschreven, met gebruikmaking van geraffineerde literaire middelen zoals een parafrase van John Donne's door Constantijn Huygens vertaalde gedicht `The Flea'. In de Amsterdamse hoofdstukken wordt de sfeer van de jaren zeventig vooral opgeroepen door de muziek waar de voortdurend stonede Henry onafgebroken naar luistert.

De Parbo-blues is geen roman vóór of tegen immigratie, geen verhaal ook waarin compassie wordt gevraagd met zielige nieuwkomers en hun nazaten en geen anti-Nederlands of pro-Surinaams boek. Tessa Leuwsha laat in een trefzekere nuchtere stijl zien hoe het is om je een vreemdeling te voelen en niet terug te kunnen naar waar je vandaan komt. Maar bovenal is het debuut van deze nieuwe Surinaams-Nederlandse schrijfster een monument voor een ontheemde, onhandelbare, niet al te geslaagde vader. Het is knap om daar zoveel begrip en liefde in te leggen.

Tessa Leuwsha: de Parbo-blues. Augustus, 175 blz. €16,50