Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Strafrecht te weinig zichtbaar voor burger

Helder taalgebruik en goede motiveringen van vonnissen moeten de hoognodige duidelijkheid gaan scheppen in de strafrechtspraak, menen Marijke Malsch en

Hans Nijboer.

De strafrechtspraak in Nederland is openbaar. Dat staat in de wet. Iedere volwassene kan naar zittingen toe en kan daar zien en horen hoe rechters zaken behandelen en welke uitspraken zij doen. Journalisten hebben ook toegang en kunnen met hun berichtgeving een groter publiek bereiken.

Dat is de theorie. In de praktijk, zo blijkt uit onderzoek, kan het Nederlandse strafrecht nauwelijks openbaar worden genoemd. Door de wetgeving die op stapel staat, neemt die openbaarheid zelfs verder af. Dit is een zorgelijke ontwikkeling die ertoe kan bijdragen dat de `kloof' tussen burger en overheidsinstanties zich verder verdiept.

Waaruit blijkt dat gebrek aan openbaarheid? Van alle burgers is 78 procent nooit bij een strafzaak geweest. `Gewone' burgers die wel eens een zaak bezoeken, begrijpen vaak niet wat op zittingen wordt besproken. Schriftelijke vonnissen leveren voor hen vaak onoverkomelijke taalbarrières op. Niet alleen zíj vinden strafzaken niet erg toegankelijk, zelfs rechtbankverslaggevers hebben moeite met het taalgebruik, met name dat in schriftelijke strafvonnissen. Drie van de vier journalisten vinden de taal in vonnissen moeilijk te begrijpen. Zij worden hierdoor, naar eigen zeggen, beperkt in hun verslaggeving over strafzaken.

Bovendien wordt slechts een zeer klein deel van alle strafzaken op een openbare zitting behandeld; de rest wordt in een onzichtbare procedure door openbaar ministerie of politie afgedaan. En bij zaken die wel op zitting komen, vindt het meeste onderzoek, zoals het horen van getuigen en deskundigen, plaats buiten de zitting om. Over dat niet-openbare gedeelte krijgen journalisten en burgers weinig informatie.

Journalisten achten dan ook een eigen controlerende rol bij de rechtspraak niet goed mogelijk. Zij krijgen maar een heel klein deel van de zaak te zien en wat zij te zien krijgen is vaak niet erg toegankelijk. Het dossier bevat erg belangrijke gegevens over de zaak, maar daar mogen ze niet bij. In veel buitenlandse rechtssystemen is dat merkbaar anders. Daar vindt het onderzoek veel meer óp de zitting plaats en is het taalgebruik `gewoner'.

Van controle op de rechtspraak via de publieke tribune komt evenmin veel terecht. Publieke tribunes worden alleen bij geruchtmakende zaken ruim bezocht, maar bij doorsneezaken zit er haast niemand als toeschouwer bij. De weinige mensen die nog wel `gewone' strafzaken bijwonen, zijn meestal verwanten van verdachte of slachtoffer, dan wel een enkele, al dan niet dakloze, `vaste bezoeker' die blij is met warm onderdak voor de duur van de zitting. Omdat de bezoekers vaak niet goed begrijpen wat de rechter beslist en waarom, zijn zij niet gemotiveerd om nog een keer te gaan. Aan familie en vrienden (en aan onze onderzoeksmedewerkers) vertellen zij dat het niet duidelijk was wat de rechter zei en besliste.

Het belang van controle door journalisten en burgers is groot, want rechters zijn naar buiten toe nauwelijks verantwoording verschuldigd voor de beslissingen die zij nemen. De verplichting voor rechters om hun beslissingen te motiveren is al sinds geruime tijd voor de meeste zaken afgeschaft. Pas als er beroep wordt ingesteld – slechts in een klein deel van de zaken – moeten er redenen voor de beslissing worden gegeven. Voor zover er wordt gemotiveerd, gebeurt dat op een nogal formalistische manier. De `politiek', maar ook veel rechters, vinden blijkbaar dat motiveren niet zo belangrijk is.

Hier gaat spelen dat de rechterlijke instanties worden `afgerekend' op de productie die zij leveren in termen van de aantallen eindbeslissingen (die `kernproducten' worden genoemd). Motiveren kost tijd en gaat ten koste van de productie, en moet daarom zo veel mogelijk achterwege worden gelaten. Een nieuwe wet heeft het mogelijk gemaakt om het motiveren zelfs geheel achterwege te laten als de verdachte heeft bekend, óók als er wel hoger beroep of beroep in cassatie is ingesteld. Dit alles wordt ingegeven door de wens om de rechter zo veel als mogelijk te ontlasten.

In de toekomst zal de openbaarheid van de strafrechtsysteem waarschijnlijk verder afnemen als gevolg van een wetsvoorstel dat het `afdoen' van zaken door het openbaar ministerie (dus buiten de openbare zitting om) uitbreidt. Het onzichtbare deel van het strafrecht wordt daardoor nog groter. De nieuwe wetgeving wordt ingegeven door de behoefte om de werkdruk van de rechter te verlichten. Het nettoresultaat ervan zal echter zijn dat de openbaarheid van het Nederlandse strafproces verder wordt verminderd. De mogelijkheden voor de buitenwereld om het bewijs en de beslissingen van de rechter te controleren zullen afnemen. Het risico bestaat dat door de geringe controleerbaarheid fouten die binnen het systeem worden gemaakt, niet worden opgemerkt.

Intussen gaat het Nederlandse strafrechtsysteem tot de minst openbare van de westerse wereld behoren. Dit klemt te meer omdat wij, anders dan de omringende landen, geen jury en geen lekenbijzitters kennen. Een vanzelfsprekende inbreng van leken is dus afwezig, waardoor de professionele rechters weinig stimulans hebben om de zaak begrijpelijk te houden voor niet-juristen.

Er is echter ook een tegengestelde tendens. Rechterlijke instanties verspreiden op steeds ruimere schaal informatie over de rechtspraak. Op www.rechtspraak.nl worden vonnissen en arresten gepubliceerd. Er zijn diverse brochures beschikbaar binnen gerechten. Er zijn afdelingen voorlichting gekomen en informatie over strafzaken is nu verkrijgbaar via persrechters en communicatieadviseurs. De landelijke dagen bij de gerechten worden druk bezocht door het publiek. Er is binnen de rechterlijke macht in toenemende mate aandacht voor klantvriendelijkheid en een goede bejegening. Bij velen groeit het inzicht dat het motiveren van vonnissen nodig en nuttig is, zeker bij geruchtmakende strafzaken. Deze – positieve – ontwikkelingen zijn echter niet voldoende voor een openbaar en transparant strafrechtsysteem.

Openbaarheid bestaat om controle mogelijk te maken, om informatie te verschaffen aan de burger en de media, en om de kloof tussen burger en overheid te dichten. Dat is in de rechtspraak niet anders dan in de politiek. Zeker in een tijd waarin `de kloof' tot het centrale onderwerp van discussie is geworden, mag niet voorbij worden gegaan aan de beslotenheid van systemen als de rechtspraak. Als procedures en beslissingen van de rechter niet meer openbaar en zichtbaar zijn, verliest de burger het vertrouwen in de rechtspraak. De betrokkenheid van de burger bij de rechtspraak, die in Nederland toch al erg gering is door de afwezigheid van participatie van leken, zal dan minder worden. Dit kan op den duur leiden tot verlies aan legitimiteit en een grotere neiging bij het publiek om zelf het recht in eigen hand te nemen. Buitenlands onderzoek heeft al laten zien dat een ontoegankelijk strafrechtsysteem kan leiden tot verminderde acceptatie van rechterlijke uitspraken door burgers en tot een negatieve houding ten opzichte van de rechtspraak. Afwezigheid van openbaarheid kan in Nederland tot soortgelijke tendensen leiden.

Daarom moet nieuwe wetgeving goed worden bekeken op de gevolgen die deze heeft voor de zichtbaarheid en de controleerbaarheid van het recht. In andere landen, zoals Duitsland, is het wel gebruikelijk om zaken volledig óp de zitting te behandelen, vonnissen uitvoeriger te motiveren en begrijpelijke taal te gebruiken. Waarom zou dat in Nederland niet kunnen?

Het is dus nodig om meer aandacht te besteden aan helder taalgebruik en goede motiveringen van beslissingen, ook al vergt dat een cultuuromslag én wellicht heroverweging van de financieringskaders van de gerechten. De burger heeft hier recht op: de rechtspraak gaat immers iedere burger aan.

Mr.dr. M. Malsch is verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Leiden. Prof.dr.mr. J.F. Nijboer doceert aan de Universiteit Leiden en is tevens verbonden aan het NSCR. Zij schreven `De zichtbaarheid van het recht. Openbaarheid van de strafrechtspleging'.