Parijs uit De Da Vinci Code - bij daglicht

In de maand van het spannende boek volgt Paul Steenhuis een deel van het De Da Vinci Code-spoor in Parijs

De nacht is de beste tijd. Wie de plekken die een sleutelrol spelen in Dan Browns spannende boek De Da Vinci Code wil bezoeken in Parijs, zou eigenlijk 's nachts moeten gaan. Want de moord waarmee het boek (na maanden nog steeds nummer 1 in de bestsellerlijst) begint, op een conservator van het museum Le Louvre, wordt 's nachts gepleegd – en ontdekt. De hoofdpersonen uit het boek, kunsthistoricus Robert Langdon en zijn compaan Sophie Neuve komen 's nachts kijken in het museum, waar de vermoorde een versleutelde boodschap op het glas voor Da Vinci's schilderij Mona Lisa gekrabbeld heeft.

En de tweede moord in het begin van het boek, ook in Parijs, gepleegd door een albino monnik van een geheime sekte, heeft ook plaats in het holst van de nacht. In een kerk, de Eglise Saint-Sulpice, in het hart van de stad, in de wijk Saint Germain de Prés.

Maar zowel het Louvre als de Saint-Sulpice zijn doorgaans dicht in de nacht. Dus moet de fan van De Da Vinci Code die in Parijs een deel van het spoor van het boek wil volgen, zijn slag overdag slaan. Met het Louvre gaat dat makkelijk – zeker als je bedenkt dat je bij FNAC boekhandels en Virgin Megastores in de Franse hoofdstad van te voren kaartjes kunt kopen, zodat je niet in de ellenlange rijen bij de entree van het museum hoeft te staan.

De Mona Lisa hangt in een pas gerenoveerde zaal, in een nieuwe glazen uitstalkast met een houten bar ervoor – gesponsord door Nippon TV. Ook zonder Dan Brown trok Da Vinci's portret van de raadselachtig glimlachende dame al voldoende toeristen, zo'n zes miljoen per jaar. Het doek is zo opgesteld dat je er langs kunt stromen in een massa bezoekers en er toch een glimp van opvangt.

TOERISTENTROOST

Maar mocht de Mona Lisa mysterieus onzichtbaar blijven door de grote groepen bezoekers: geen nood. Dan Brown biedt troost. Kijk naar de vloer, is zijn advies. Ironisch commentaar van de auteur in De Da Vinci Code: `Hoewel de Grande Galerie van het Louvre onderdak bood aan de kunst van de bekendste Italiaanse meesters, vonden veel bezoekers de beroemde parketvloer eigenlijk het allermooiste. Die was gelegd in een duizelingwekkend geometrisch patroon van diagonale eiken latjes...'

Behalve op de parketvloer en de kunst van Da Vinci in het Louvre, vestigt Brown ook de aandacht op de glazen piramide boven de museumingang, een ontwerp van de Amerikaans-Chinese architect I.M. Pei. Er zouden precies 666 glazen panelen inzitten – het getal van de duivel. Heidense symboliek dus, die helemaal past bij het thema van het boek. Maar volgens het Louvre zitten er 673 glazen panelen in de piramide, en volgens het architectenkantoor van Pei zijn het er 698, aldus The Rough Guide to The Da Vinci Code.

Browns boek vertelt een verhaal over de onderdrukking van het heidense `heilige vrouwelijke' in de rooms-katholieke kerk, en in het boek wordt veel werk gemaakt van al of niet verborgen mystieke symbolen die het mannelijke en het vrouwelijke verbeelden. Zo is de staande driehoek – punt naar boven – symbool voor de man. En die is, in het kader van het boek, waarin ook mystieke rituele copulatie bezongen wordt, natuurlijk niet compleet als er ook niet een vrouwelijke driehoek – punt naar beneden – in de buurt is. Ook die is aanwezig bij het Louvre: de minder bekende pyramide inversée van glas, die voor daglicht zorgt in het ondergrondse winkelcentrum naast Le Louvre.

's Nachts moet de Eglise Saint-Sulpice een dreigend voorkomen hebben, met twee grote torens, maar ook overdag heeft de grote kerk iets ongenaakbaars, hoe vrolijk de grote fontein ervoor ook bruist. Volgens De Da Vinci Code ligt in dit kerkgebouw misschien wel het grote geheim, de Heilige Graal, verborgen: de papieren die bewijzen dat Jezus getrouwd was met Maria Magdalena, door de rk-kerk als hoer bestempeld, en een dochter had die tot op de dag van vandaag nazaten heeft, en geheime volgelingen. Een sinister katholiek genootschap wil deze heidense Nieuwe Eva-aanbidders uitroeien, en stuurt een monnik die dit geheim uit de Saint-Sulpice moet stelen. De geheime bergplaats zou zich volgens het boek onder een magische roodkoperen lijn in de vloer van het kerkgebouw bevinden.

Die koperen lijn is echt te vinden op de Parijse kerkvloer. Hij is onderdeel van een astronomisch instrument uit de 18de eeuw, een gnomon, een `zonne-stand wijzer' waarmee aan de hand van de zonnestand precies uitgerekend kan worden wanneer Pasen valt. Bij zijn poging, in het boek, om het grote geheim uit de kerk de Saint-Sulpice te stelen slaat de monnik en passant nog even een zuster met een kandelaar de hersens in: die zware kandelaars staan keurig in gelid in de kerk bij het altaar.

Er heerst rust in deze kerk, die bijna even groot is als de Notre Dame. De Saint-Sulpice lijkt onaangeroerd door Da Vinci Code-toerisme. Goed, opvallend veel toeristen fotograferen de zuil die bij de zonnewijzer hoort. Maar verder: de priester zit in zijn glazen kooi te wachten op mensen die biechten willen. Er liggen folders die jonge Fransen oproepen het veelbelovende priesterambt te aanvaarden. Een duif fladdert in de kapel waar een fraaie wandschildering van Géricault – engel te paard vertrapt demon – te bewonderen is. Misschien is de handgeschreven oproep om te bidden voor `chère puissante Sainte Rita' een versleutelde boodschap om het vrouwelijk element in de kerk te versterken. Maar verder lijkt alles hier onverstoord kalm katholiek.

Hoewel aan de muur, vlak bij de gnomon-obelisk, een ingelijst verklarend tekstje hangt. In het Frans en in het Engels. En daarop valt te lezen: `In tegenstelling tot de fantasievolle beweringen in een recente bestseller, is deze kerk niet op resten van een heidense tempel gebouwd [...] Aan dit astronomische instrument [de zonnestandwijzer] kan geen mystieke betekenis ontleend worden, behalve dan de bevestiging dat God de schepper en Heer van de tijd is.'

MODERNE HEILIGDOMMEN

Die boodschap komt overeen met de klacht van de aartsbisschop van Genua, die begin dit jaar verklaarde dat hij niet begreep dat zoveel mensen `de leugens' van De Da Vinci Code wilden geloven. Heidens vrouwengeloof à la Dan Brown, de kerk wil er niets van weten. Toch zijn aan het plein rond de kerk moderne heiligdommen voor de vrouw ruim voorhanden: winkels van modegoden zoals Yves Saint Laurent en Christian Lacroix.

Wie toch 's nachts de sfeer in het Louvre of de Saint-Sulpice wil proeven, zoals in het boek, moet een jaartje wachten. In 2006 komt de film De Da Vinci Code uit, met Tom Hanks als de symbolenkenner Robert Langdon en Audrey Tautou (Le fabuleux destin d'Amélie Poulin) als Sophie Neveu. Die achternaam Neveu overigens, zo legt de reisgids voor Dan Brown-liefhebbers, The Rough Guide to The Da Vinci Code van Michael & Veronica Haag uit, is uiteraard een fonetisch anagram voor het Engelse `Nu Eve' uitgesproken als `New Eve' oftewel: de Nieuwe Eva.