Oudste glasproductie was monopolie van de Egyptenaren

Egyptenaren beschikten over eigen glasovens. Zij waren in de late bronstijd (1500-1000 v. Chr) waarschijnlijk de enige beschaving die glas kon maken. Dit blijkt uit opgraving van de oudst bekende glasfabriek in de Noord-Egyptisch plaats Qantir / Pi Ramesses, uit de tijd van de beroemde negentiende dynastie (ca. 1300-1200 v. Chr). Glas was in die tijd een zeer luxueus product dat een belangrijke rol in het diplomatieke circuit speelde (Science, 17 juni).

De oudste glazen voorwerpen, kraaltjes, stammen van rond 2500 v. Chr, maar glazen vaasjes verschijnen pas rond 1500 voor Chr, ongeveer gelijktijdig in Mesopotamië en Egypte, de twee grote beschavingen in het Midden Oosten van die tijd. De vraag was altijd: waar komt dat glas vandaan? Werkplaatsen waar glas werd bewerkt zijn genoeg gevonden, maar waar het glas echt werd gemaakt bleef onduidelijk. Omdat Egyptische brieven zijn gevonden waarin gevraagd wordt om glas uit Mesopotamië gingen de meeste archeologen ervanuit dat de bron van glas dus dáár gelegen was. Nu blijkt juist Egypte de bron.

In El Amarna, de stad van farao Achnaton (ca. 1320 v. Chr), zijn in de jaren negentig al wel ovens gevonden die voor het smelten van glas geschikt werden geacht, maar helemaal zeker was die interpretatie niet. Nu zijn in Qantir in een werkplaats verschillende typen smeltkroezen met glasresten gevonden die samen een vrij goed beeld geven van hoe glas werd gemaakt. In gewone potten (zoals voormalige bierpotten) werd eerst vermalen kwarts gesmolten bij een temperatuur van ongeveer 900° C. Het gestolde resultaat werd opnieuw vermalen en vermengd met as. Dat nieuwe poeder werd in speciale smeltkroezen opnieuw gesmolten, bij 1000° C en hoger. In deze tweede ronde werden ingots gemaakt: gegoten glastabletten die handwerkslieden gebruikten als grondstof.