Er is geen alternatief voor het tbs-systeem

Een parlementair onderzoek naar tbs, waartoe de Kamer heeft besloten, kan een einde maken aan het opgewonden reageren van Kamerleden op elk incident, meent Jaap A. van Vliet.

Opnieuw is Minister Donner (Justitie) in de problemen gekomen in verband met een ontvluchte tbs'er. Zoals steeds wanneer een tbs'er zich onttrekt aan het toezicht van een begeleider of ontvlucht, staat tbs, en vooral het verlofbeleid, ter discussie. De hoge toon van LPF-Kamerlid Eerdmans dat de minister nu echt moet aftreden en de vermeend kritisch-deskundige verontwaardiging van oud-rechter en PvdA-Kamerlid Wolfsen zijn inmiddels voorspelbaar.

Maar ondanks de kritiek en bedenkingen tegen het systeem maakte tbs de afgelopen tien jaar een enorme groei door. Het aantal tbs-plaatsen steeg van 650 tot ca. 1.600. Het is nog onduidelijk wat de oorzaken zijn van deze populariteit van tbs. Ook bestaat onvoldoende overeenstemming over het doel en de risico's van tbs.

Tbs is geen straf, maar een strafrechtelijke maatregel met het doel de kans op een nieuw delict door de tbs'er te verminderen. Op korte termijn: door opname in een beveiligde tbs-kliniek. Op langere termijn: door de stoornis te behandelen. Uitgaande van de historie is tbs een maatregel waarin niet de behandelbaarheid en de behandeling van de tbs'er – maar vooral de beveiligende functie voorop staat.

Daarnaast kan, wanneer mogelijk, een behandeling plaatsvinden. De behandelmogelijkheden zijn pas in de laatste decennia een belangrijkere rol gaan spelen. Dit kwam onder meer door het geloof van behandelaars – in de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw – in de mogelijkheden van behandeling. De positieve resultaten daarvan bleven echter ver achter bij de verwachtingen. In tbs-klinieken kwam een veelheid van mensen terecht met een verscheidenheid aan stoornissen waarvoor de behandelmogelijkheden beperkt of afwezig waren.

Het aantal niet-behandelbare tbs'ers steeg dan ook; hiervoor werden `long stay'-afdelingen opgezet. Verder bleek het moeilijk om uitbehandelde tbs'ers in de maatschappij terug te plaatsen wanneer zij nog een behandeling of opvang in een niet-justitiële (psychiatrische) voorziening nodig hadden.

Uit onderzoek dat ik nu afrond lijkt een van de oorzaken voor de groei van het aantal tbs'ers te liggen in de `hulpverleningshistorie' van de betrokkenen. Zij blijken vaak al voor tbs-oplegging contacten te hebben gehad met de Geestelijke Gezondheidszorg, verslavingszorg en/of jeugdzorg, die voortijdig werden gestaakt. Deze werden bijvoorbeeld verbroken doordat hulpverleningsinstellingen de verantwoordelijkheid voor de oplossing van problemen volledig aan de hulpvrager overlieten of de hulpvrager een ongemotiveerde indruk maakte.

Ook is bekend dat de meeste tbs'ers al voor hun tbs-delict werden veroordeeld voor soortgelijke delicten. Er zijn dus, voordat tbs wordt opgelegd, vaak al signalen over deze daders bekend, waarop door de hulpverlening niet adequaat werd gereageerd.

Het is begrijpelijk dat de algemene hulpverleningsinstellingen niet gemakkelijk bereid zullen zijn deze mensen, nadat ze een ernstig delict hebben gepleegd en tot een tbs zijn veroordeeld, wel de nodige hulp te bieden.

Er is zo een probleem aan de voordeur én aan de achterdeur van tbs. Aan de voordeur doordat sommige mensen die tussen de wal en het schip van de algemene hulpverlening vallen een ernstig delict plegen en daardoor in de vergaarbak van tbs terechtkomen. Aan de achterdeur doordat zij, als ze voldoende zijn uitbehandeld om met de nodige hulp terug te keren in de samenleving, deze hulp vaak alsnog niet kunnen krijgen. Het zou goed zijn signalen die door deze vaak wanhopige mensen worden uitgezonden eerder te interpreteren als vragen om hulp en daarop een adequaat antwoord te geven; hiervan kan een preventieve werking uitgaan.

Voor een verantwoorde terugkeer van de tbs'er in de samenleving is verlof essentieel. Maar ondanks toegenomen mogelijkheden risico's op herhaling van een delict te taxeren blijft het mogelijk dat de (ex-)tbs'er weer een ernstig delict pleegt. Risico's taxeren is absoluut niet hetzelfde als een delict voorspellen. Dit laatste is onmogelijk, al lijken veel Tweede-Kamerleden hier anders over te denken. Het is dan ook niet vreemd dat Donner zich er op beroept dat de maatregel risico's met zich meebrengt en er dus voor hem geen reden was om af te treden.

Het tbs-systeem is verre van ideaal, maar onze samenleving heeft hiervoor nog geen alternatief. Een parlementair onderzoek naar tbs, waartoe de Kamer heeft besloten, kan een einde maken aan het opgewonden reageren van Kamerleden op elk incident en hierdoor kan op termijn meer overeenstemming ontstaan over doel en maatschappelijke risico's van tbs. Versneld invoeren van het Elektronisch Volg Systeem moet echter niet leiden tot schijnzekerheid. En verscherpte bewaking bij verlof kan aanleiding zijn voor escalaties doordat de tbs'er die wil ontvluchten geweld gaat gebruiken tegen zijn begeleiders.

Het is in het geval van de nu aangehouden tbs'er daarnaast de vraag of het publiceren van een foto en de persoonsgegevens een juiste keuze is geweest. Wie er is gebaat bij deze openheid? Hiermee wordt een sfeer neergezet alsof er in dit land een grote dreiging uitgaat van ontvluchte tbs'ers.

De kans echter het slachtoffer te worden van een dodelijk delict door een bekende in de familiekring is, zoals bekend, vele malen groter. Het gevolg van dergelijke openheid is vermoedelijk dat een ontvluchte tbs'er zich gaat gedragen als `opgejaagd wild', zich gaat verbergen en daardoor gevaarlijker wordt voor de samenleving dan aanvankelijk door de kliniek kon worden ingeschat.

Wellicht moet minister Donner het zich aantrekken dat hij zich tot deze openheid heeft laten verleiden en daarmee mede aansprakelijk is voor het bevorderen van een impulsief delict door deze tbs'er. Hij kan zijn verantwoordelijkheid hiervoor het beste tot uitdrukking brengen door zijn aandacht te richten op reële verbeteringen van het tbs-systeem.

Jaap A. van Vliet is beleidsmedewerker bij het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering in Utrecht. Hij doet promotieonderzoek naar de aansluiting tussen tbs en de algemene zorg in de afgelopen vijftien jaar.