Het nieuws van 17 juni 2005

De laatste bladzijde

,,Het boek was beter.'' Oftewel: literatuur en film leven van oudsher op gespannen voet met elkaar. Omdat de dynamiek van geschreven woord en bewegend beeld wezenlijk van elkaar verschillen, stuiten romanadaptaties doorgaans op weinig sympathie. Uitzondering op de regel: 84 Charing Cross Road, een bewerking van Helene Hanffs gelijknamige briefroman uit 1971. Daarin volgen we vanaf 5 oktober 1949 de correspondentie tussen de New Yorkse schrijfster en Frank Doel, boekhandelaar voor Marks & Co., gevestigd op Charing Cross Road nummer 84 te Londen. Per postorder bestelt de immer noodlijdende freelancer Hanff betaalbare edities van literaire klassiekers die in de VS moeilijk zijn te vinden; daaronder veel non-fictie en memoires. Gaandeweg ontstaat een intercontinentale relatie tussen de stille Doel en de geestige Hanff, of preciezer geformuleerd: er is sprake van een diepe wederzijdse affectie. Omdat in Groot-Brittannië tot ver na de oorlog veel voedsel en andere zaken op de bon blijven, stuurt Hanff van haar karige centen regelmatig een verrassingspakket naar Marks & Co., hetgeen haar de levenslange dankbaarheid van Frank en zijn staf oplevert. Hoe deze even geestige als ontroerende briefroman (en de essentie van het vervolg The duchess of Bloomsbury Street uit 1973) door scenarist Hugh Whitemore en regisseur David Jones naar film werd overgebracht zonder de subtiliteit van het geschreven woord geweld aan te doen, mag bewonderenswaardig heten. Dit stukje classicistencinema in de levenslijn van David Leans Brief encounter biedt de vorige week overleden Anne Bancroft als Hanff en Anthony Hopkins als Frank alle speelruimte om daadwerkelijk karakters tot leven te brengen. 84 Charing Cross Road is zo'n kleine film waarvan je stil wordt, maar waarbij dankzij de snedige opmerkingen van Bancroft/Hanff ook veel te gniffelen valt. Net het leven zelf, eigenlijk. De kracht en schoonheid van deze film liggen in zijn onspectaculaire aard en in zijn weemoedige slotakkoord. Wie zich als lezer door literatuurverfilmingen meestal tekortgedaan voelt, zal hier iets moois ontdekken en de twee boeken direct willen herlezen. Is er een mooiere aanbeveling?

Tarantino (1)

'Special guest director Quentin Tarantino. Shot & cut by Robert Rodriguez. Fuck toch een eind op.' Zo eindigde Bas Blokkers artikel `Geschoten en gesneden', in het Cultureel Supplement van 10 juni. Zijn stuk ging over Quentin Tarantino en consorten die films maken die nergens over zouden gaan. Waarin `geweld van zijn betekenis ontdaan (is)'. Waarin `stijl (...) de betekenis compleet (heeft) overwoekerd'. Het gaat, kortom, over de laakbare fascinaties van postmoderne filmers met `lage cultuur'. Over de dope films van QT.Zijn minachting voor `lage cultuur' verwoordt Blokker heel helder: `Het is geweldig als een kunstenaar even goed thuis is in Suske en Wiske als in Dostojevski. Als hij maar niet denkt dat het even belangrijke kunstuitingen zijn.' Belangrijk voor wie? De filmtraditie waarin Tarantino thuishoort, Tarantino-fans en poststructuralistische academici vragen alleen dat beide cultuuruitingen met respect worden behandeld. Dat niemand zegt: dit is belangrijk, dat niet.Zo komen we bij Blokkers andere misvatting. Tarantino's grootste verdiensten zijn niet `de fragmentatie van de vertelstructuur en de haakse dialogen – praten over popmuziek, hamburgers of voetmassages'.Tarantino's grootste bijdrage aan de ontwikkeling van de cinema is dat scènes en gesprekken niet meer alléén in dienst hoeven te staan van de plotafwikkeling. Dat genres, waar bepaalde filmcritici op neerkijken, door Tarantino met evenveel respect behandeld worden als de arthouse-films die NRC uitbrengt onder de noemer Moderne Europese Klassiekers. Dat stijl betekenis kan en mag overwoekeren.Dat `dit' niet beter of slechter, maar anders dan, en toch gelijkwaardig aan `dat' is. `Het is geweldig als een kunstenaar even goed thuis is in Suske en Wiske als in Dostojevski. Als hij maar niet denkt dat ze even belangrijk zijn.' Fuck toch een eind op met je denkpolitie.