Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

De Friese Wiesenthal stopt ermee

De Leeuwarder journalist en publicist Jack Kooistra (75), ook wel `de Friese Wiesenthal' en `Hunting Jack' genaamd, sluit deze maand zijn levenswerk af. Zestig jaar verzamelde hij namen van slachtoffers en daders, goed en fout uit de Tweede Wereldoorlog. Dertig jaar speurde hij naar Nederlandse nazi's.

`Bij het griezelige af'', vindt zijn vrouw zijn verzamelwoede. Journalist en publicist Jack Kooistra (75) geeft toe dat zijn drang tot registratie en zijn speurzin ,,een obsessief karakter'' hebben. Elke vrije dag, elke vakantie besteedde hij aan zijn levenswerk. Steen voor steen ging hij de grafstenen na van alle 32.000 in Nederland omgekomen Duitse soldaten op begraafplaats IJsselsteyn bij Venray. Zijn elf meter lange archief thuis in Leeuwarden bevat 160.000 namen van tijdens de Tweede Wereldoorlog omgekomen Nederlanders, van 5.000 gedode Nederlandse SS'ers, van 50.000 gevallen Duitse soldaten, van op Nederlandse bodem gesneuvelde geallieerden, collaborateurs, moffenmeiden, geliquideerde verzetsmensen, willekeurig geëxecuteerde burgers en ongeveer 5.000 gesneuvelde Nederlandse militairen in Nederlands-Indië en Nieuw Guinea. Legernummers, onderdelen, grafnummers, burgerlijke staat, geboorte- en sterftejaar: alles staat genoteerd op tienduizenden kaartjes.

Zijn archief bevat ook namen en adressen van tientallen oorlogsmisdadigers die hun straf ontliepen. Ongeveer honderd wist hij, vaak in samenwerking met anderen, te traceren. ,,Het was een monnikenwerk'', zegt Kooistra, die in het dagelijks leven rechtbankverslaggever van het Friesch Dagblad is. Maar het is genoeg. ,,Ik ben nog fit, maar je begint vooral je lichamelijke beperkingen te voelen.''

Op 29 juni, Veteranendag, verschijnt zijn magnum opus Een laatste saluut. Het is een boekwerk in twee delen, waaraan hij vijf jaar werkte en dat onder meer alle 4.300 namen van slachtoffers bevat die in de oorlog in Friesland zijn gevallen en van Friezen die elders in den lande zijn omgekomen. ,,Er zijn op voorhand al meer dan 300 exemplaren van besteld'', zegt hij trots.

Zeer gedreven, oprecht, uit op gerechtigheid, ongecompliceerd, een plezierig mens, iemand met een missie, begiftigd met een soms cynisch gevoel voor humor en een fotografisch geheugen, ijdel ook, maar wel bereid om informatie te delen, zo omschrijven mensen die Kooistra kennen of hebben meegemaakt.

Programmamaker Bart Nijpels van KRO's Reporter, die in 1993 met Kooistra een halve dag in een geblindeerd busje postte voor het huis van de Nederlandse oud-SS'er Herbertus Bikker in het Duitse Hagen, noemt hem ,,op het fanatieke'' af. Reporter was op zoek naar een collaborateur die zijn straf ontliep en deed een beroep op `de Friese Wiesenthal', zoals een van Kooistra's bijnamen luidt.

,,Jack is het type bloedhond'', vindt Nijpels. ,,Hij wilde graag dat Bikker ontmaskerd zou worden. Zijn drijfveer was dat Nederlandse nazi's geen nachtrust mogen hebben, omdat ze de levens van vele mensen hebben getraumatiseerd. Dat sprak me aan, vooral toen ik zelf de weduwe van verzetsstrijder Jan Houtman sprak, die door Bikker was doodgeschoten. Een lief, broos menske dat haar man de hele oorlog nauwelijks had gezien.''

Kooistra groeide op in een gereformeerd, fel anti-Duits gezin in Damwoude als oudste van drie broers. Hij was tien jaar toen de oorlog uitbrak. Diepe indruk maakte de dood van de plaatselijke visboer op hem. ,,Die sneuvelde tijdens de meidagen van 1940 bij Wons.'' In schriftjes noteerde hij namen van omgekomen soldaten. ,,Ik was vooral gebiologeerd door namen van slachtoffers.'' Uit diverse kranten knipte hij overlijdensadvertenties van gesneuvelde Nederlandse soldaten en van SS'ers. Via zijn oma nam hij zelfs een abonnement op Die Deutsche Zeitung in den Niederlanden. ,,Dat zou later een gouden bron blijken te zijn bij het speuren naar SS'ers.'' Op het Leeuwarder station kocht hij de NSB-krant Volk en Vaderland.

Wat bezielt een jochie om namen te noteren van gesneuvelde soldaten? Kooistra: ,,Ik was altijd al een buitenbeentje. Ik was nieuwsgierig en alert en geïnteresseerd in geschiedenis. Tijdens de oorlog had ik al door dat er iets afschrikwekkends gaande was, dat als een vloedgolf over ons heen kwam en dat geregistreerd moest worden. Kennelijk zat er een vreemde kronkel in mijn hersenen om het te willen vastleggen.''

Toch was hij ook speels, hij sportte veel. Hij bleef sportief. In 1946 was hij de jongste scheidsrechter van Nederland. Hij floot 35 jaar lang voetbalwedstrijden, waaronder ook enkele in de eredivisie. Al jaren staat hij elke morgen om vijf uur op om vijf kilometer te gaan hardlopen. ,,Ik heb altijd gezond geleefd, nooit gerookt of gedronken, al heb ik wel een gastronomische inslag. Ik wilde geestelijk en lichamelijk gezond blijven. Ook om die oorlogsmisdadigers te kunnen achterhalen.''

Johan Teeuwisse, hoofd necrologie van de Oorlogsgravenstichting, is ,,bijzonder gelukkig'' met Kooistra's registratiedrift. ,,Hij heeft informatie die niet meer in de oorspronkelijke archieven te vinden is, omdat die vaak opgeschoond zijn. Zo hebben wij wel gegevens over gevallen Indiëgangers, maar niet uit welke woonplaats ze kwamen toen ze werden uitgezonden. Kooistra wel, die kon laatst zo een lijst uitdraaien van soldaten uit Den Haag. Echt ongelooflijk.''

Eind jaren zestig begon Kooistra zijn zoektocht naar gevluchte collaborateurs. ,,Uit frustratie'', zegt hij. ,,Ik vond dat justitie in gebreke bleef. Ze hadden noch de capaciteit noch de wil mensen op te sporen.'' Hij kon het geestelijk moeilijk verwerken dat ongestrafte oorlogsmisdadigers ,,vrolijk rondliepen en een carrière opbouwden, terwijl hun slachtoffers bij de psychiater liepen.'' Nazi's die hun straf ontliepen moesten ,,mijn hete adem in hun nek voelen'', vertelt hij. ,,Ik wilde slachtoffers en hun nabestaanden genoegdoening geven.''

Undercover bezocht hij in de jaren tachtig diverse bijeenkomsten van oud-SS'ers in Duitsland. ,,Ik zei dat ik vroeger bij de Hitlerjugend was geweest. Elk detail sloeg ik op in mijn brein. Dat noteerde ik dan op de wc in een notitieboekje. Ik zei dat ik een slappe blaas had en veel naar het toilet moest.'' Zijn speurtocht was soms wel eens beangstigend, geeft hij toe. ,,Ik heb nachtmerries gehad over die bijeenkomsten. Al ben ik altijd uiterst voorzichtig te werk gegaan.'' Toch is zijn vrouw eens klemgereden. Bij hun woning is een steen door de ruiten gegooid en er zijn fecaliën voor de deur gedeponeerd. Het werk van neonazi's, vermoedt Kooistra. Hij is nog steeds op zijn hoede: ,,Ik kijk altijd nog onder mijn auto en als ik op straat loop, kijk ik constant om me heen.'' De Friese oud-verzetsstrijder wijlen Taco van der Veen zei hem dat hij begin jaren negentig op een dodenlijst stond. ,,Niet op nummer één, maar op nummer drie.''

Kooistra wist ongeveer honderd oud-nazi's en collaborateurs te traceren, onder wie Nederlandse SS'ers als Adolf de Man, Klaas Epskamp, Gerardus Weimar, Pieter Koster, Aalzen Hofstra, Hans Billy Janssen en George de Bock, die op de buitengewone opsporingslijst van justitie voorkwamen. De bekendste die hij samen met wijlen collega Jelte Mulder van de Leeuwarder Courant wist te achterhalen, is wellicht landwachter Jacob Luitjens uit Roden, die in 1945 de Duitse deserteur Walter Körber en een Groningse verzetsstrijder doodschoot.

Kooistra: ,,Ik maakte voor de krant eens een interview met dominee Jan Postma in Stavoren. De in Oost-Duitsland gepromoveerde predikant vertelde dat hij eind jaren veertig met een zwager, die later hoogleraar biologie in Vancouver zou worden, naar Zuid-Amerika was vertrokken. Later was ik met Jelte in Roden en sprak daar in een plaatselijk café enkele dorpelingen. Iemand vertelde dat Luitjens een zwager had die dominee was. Toen ik de naam vroeg en Postma hoorde, wist ik genoeg.''

In Vancouver was hoofdredacteur Albert van der Heide van de Windmill Herald Luitjens eind 1982 ook al op het spoor. Hij kreeg, nog voor Kooistra en Mulder in hun beider krant publiceerden, een tip dat Luitjens op de universiteit van Vancouver werkte. Van der Heide, die 41 jaar in Canada woont, had een abonnement op het Friesch Dagblad. Toen hij Kooistra's artikel las, nam hij contact met hem op. De artikelen van beiden trokken de aandacht van de Canadese justitie. ,,Toen kwam de zaak in een stroomversnelling'', vertelt Van der Heide. Luitjens werd ontmaskerd en naar Nederland overgebracht, waar hij in 1992 tot tweeënhalf jaar cel werd veroordeeld. Kooistra: ,,Hij raakte zijn docentschap kwijt. Hij is statenloos en mag Canada niet meer in. Ik weet dat hij op meerdere plaatsen in ons land woont en zich regelmatig moet melden bij de vreemdelingenpolitie.''

In 2002 ging Kooistra met een overlevende van Westerbork, die door SS'er Dirk Hoogendam was opgepakt en mishandeld, naar Ringgau-Datterode, waar Hoogendam woonde. Hoogendam was in 2001 door journalisten van De Telegraaf opgespoord. De SS'er, bijnaam `De Bokser', was in 1950 ter dood veroordeeld wegens landverraad en mishandeling van burgers, een straf die later werd omgezet in levenslang. Hij vluchtte in 1946 naar Duitsland waar hij in 2003 overleed aan een hartverlamming, voor hij voor de rechtbank kon verschijnen. ,,Enorm jammer'', vindt Kooistra. De joodse man, die anoniem wil blijven uit angst voor extreemrechts, was drie jaar toen hij en zijn onderduikouders door Hoogendam werden afgeranseld. ,,Dankzij Jack, die Hoogendams adres had, heb ik na 62 jaar die man weer gezien. Die drang had ik'', vertelt hij. De confrontatie werkte louterend voor de man die zichzelf liever overlevende dan slachtoffer noemt. ,,Ik heb Hoogendam laten zien dat hij me niet kapot heeft kunnen maken of heeft kunnen laten verdwijnen, zoals die vele anderen. Gevoelsmatig was ik de winnaaar.''

In de jaren negentig bezocht de joodse overlevende undercover met Kooistra de Zwarte Weduwe Rost van Tonningen in haar woning in Velp. Rost van Tonningen, weduwe van de NSB-voorman, wilde daar een nazimuseum inrichten. ,,In de koffie die ze me vroeg te serveren heb ik eerst geplast. Tegen Jack zei ik: ,,Jij bent maagpatiënt en hebt al genoeg koffie gehad, dus jij krijgt niks. Hij snapte direct dat ik iets met die koffie uitgehaald had. Zij nam drie kopjes.'' Hij noemt Kooistra ,,zeer oprecht, zeer idealistisch en zeer welbewogen''. ,,Hij wist het slappe beleid van justitie, die na de oorlog uit economische motieven collaborateurs niet vervolgde, in zijn eentje te compenseren.'' Eenzelfde mening heeft Albert van der Heide: ,,Kooistra is het geweten van de opsporingsdienst. Wat verzetsmensen misten bij de Nederlandse overheid, inzet en gedrevenheid, vonden ze bij hem.''

Ook Waffen-SS'er Herbertus Bikker had Kooistra in zijn kaartenbak. Met een team van KRO's Reporter ging hij in 1993 naar hem op zoek. Bikker, bekend als `de beul van Ommen', was bewaker van kamp Erica waar hij diverse mensen mishandelde. Van diens arrestatie heeft Kooistra de meeste voldoening. ,,We hebben ervoor gezorgd dat deze schoft zich op hoge leeftijd voor de Duitse rechter moest verantwoorden. Helaas is hij niet veroordeeld. Hij simuleerde dat hij ernstig ziek was en heeft alle psychiaters om de tuin geleid. Heel onbevredigend.''

Er lopen nog steeds oorlogsmisdadigers vrij rond. Zoals oud-SS'er Sierd Bruins, die overigens in de jaren zestig veroordeeld werd. Kooistra ontdekte twee jaar geleden dat Bruins echter vlak voor de bevrijding in Delfzijl twee joodse broers Sleutelberg heeft doodgeschoten. ,,Dit heb ik wel doorgegeven aan de Duitse officier van justitie Maass, met wie ik bij het proces Bikker heel goed heb samengewerkt.'' Nog bijna dagelijks krijgt Kooistra mailtjes en brieven van nabestaanden. ,,Sommige mensen willen gewoon hun hart even luchten. Het geeft me een fijn gevoel dat ik iets voor hen heb kunnen doen en hun tot op zekere hoogte troost heb gegeven.''

Kooistra is ,,niet bescheiden'' over zijn successen, weet Bart Nijpels. ,,Hij vindt het prettig dat hij wordt neergezet als de Friese Wiesenthal.'' Ja, dat mag je ijdelheid noemen. ,,Maar'', zo zegt de joodse overlevende, ,,wie resultaten boekt, mag trots zijn.'' Dat vindt ook medespeurder Jasper Keizer, oud-basisschooldirecteur uit Buitenpost. Keizer schreef zelf ook enkele boeken over Friese collaborateurs. ,,Ik vind het knap dat Kooistra al die zware jongens weet te vinden. En het is logisch dat hem dat voldoening schenkt en dat hij daar trots op is.''

Kooistra is nog elke ochtend te vinden op de rechtbank in Leeuwarden. Hij wil in elk geval als journalist blijven werken tot zijn tachtigste. ,,Ik ben nu nog te vitaal om te stoppen en ik vind het werk leuk.'' Zijn archief wil hij na zijn dood nalaten aan de Oorlogsgravenstichting. ,,Ach, ik zou tien mensen een jaar werk kunnen geven of ik zou zelf het eeuwige leven moeten hebben om dingen uit te zoeken. Beide zitten er niet in.'' Opvolgers heeft hij niet. ,,Mijn zoon is zakenman en vliegt de hele wereld over. Die heeft geen belangstelling voor mijn archief. ,,Steek de fik er maar in'', raadde hij me aan.

Curriculum vitae

Jacob Kooistra werd op 24 maart 1930 geboren in Zwaagwesteinde. Hij woont met zijn vrouw al ruim vijftig jaar in Leeuwarden. Hij heeft een zoon en een dochter.

1942-1946 Mulo-A Damwoude.

1947 Handelscorrespondentie Frans, Duits en Engels, Leeuwarden.

1949 Militaire dienst.

1951-1954 Vrijwillige dienstplicht Indonesië en Nieuw Guinea.

1955-1960 Gymnasium alfa (extraneus), Leeuwarden.

1957-1974 Afdelings- en personeelschef en inspecteur groothandel Technische Unie in Leeuwarden.

Vanaf 1957 freelance journalist voor onder meer Telegraaf, Volkskrant en De Scheidsrechter.

1965-1968 Opleiding maatschappelijk werk in avonduren in Leeuwarden.

Vanaf 1968 verslaggever voor onder meer Friesch Dagblad, Dagblad van het Noorden en Omrop Fryslân.

1972 Opleiding archivaris Den Haag.

1974-1981 Bedrijfsarchivaris zuivelfabriek Lijempf Leeuwarden.

1985 Vaste dienstverband Friesch Dagblad.

2000 Ridder in de Orde van Oranje Nassau.