Sponsgedrag van dolfijnen gaat van moeder op dochter

In Shark Bay in het westen van Australië zien onderzoekers steeds meer `sponzende' dolfijnen, tuimelaars die een bekervormige spons op hun neus dragen. Dit opmerkelijke gedrag komt hoofdzakelijk voor bij vrouwtjes en gaat over van moeder op dochter, zo laat een internationaal onderzoeksteam zien aan de hand van DNA-onderzoek. Het gedrag, dat bij bijna tien procent van de onderzochte populatie dolfijnenmoeders is aangetroffen, blijkt terug te voeren op een recente sponzende Eva (Proceedings of the National Academy of Sciences, 6 juni).

Hoewel algemeen bekend is dat dolfijnen (en in het bijzonder tuimelaars) intelligente dieren zijn die makkelijk nieuwe gewoontes aanleren, is dit de eerste keer dat bij deze dieren in het wild cultuurvorming is gezien. Het fenomeen is volgens de onderzoekers vergelijkbaar met gereedschapgebruik onder mensapen. Daarmee horen de dolfijnen nu ook officeel tot de `cultuurclub'. De dolfijnen kiezen een bekervormige spons uit, maken die los van de bodem en zetten de spons vervolgens omgekeerd op hun snuit. Zo kunnen ze in de bodem wroeten en prooivissen opjagen zonder hun gevoelige neus te beschadigen.

Biologen bestuderen het gedrag van de groep dolfijnen in Shark Bay sinds 1984. Ze identificeerden elf tactieken die de dieren hanteerden om aan voedsel te komen. Dat is een diversiteit in voedselzoekgedrag die vergelijkbaar is met die van chimpansees en orang-oetans. Het sponzen is de enige tactiek waarbij het gebruik van gereedschap in het spel is.

De onderzoekers analyseerden het mitochondriaal DNA van twintig dolfijnen, waaronder dertien sponzers. Zo kregen zij inzicht in de familierelaties en konden zij aantonen het sponsgedrag van tuimelaars wordt doorgegeven van moeders op dochters. Genetische en ecologische verklaringen bleken niet te voldoen. Het gedrag moet via culturele overdracht zijn doorgegeven, concluderen de onderzoekers. Omdat alle `sponzers' genetisch nauw verwant blijken, denken zij bovendien dat het ontstaan van het gedrag is terug te voeren op één recente oermoeder, die het vervolgens aan haar nageslacht doorgaf.

Onder de dertien sponzers bevindt zich slechts één mannetje. Waarom het sponzen een vrijwel exclusief vrouwelijke gewoonte lijkt, weten de onderzoekers niet. Ze vermoeden dat het jagen op vis met een spons een relatief tijdrovende en eenzame bezigheid is die misschien niet samengaat met de mannelijke gewoonte om veelvuldig samen op te trekken met bondgenoten.